Een pelgrimage naar …

door Prachtige Pjotr

‘In de stilte van Jan van Ruysbroeck lees ik voor ’t oogenblik Léon Bloy. De boomen doen mee in ‘nen droom van grond:  daarjuist viel er nog een blad op mijn handen. Dat houd ik bij, want dat wordt een sprookje …’. (Briefwisseling Ernest van der Hallen)

Het Ruusbroechuisje waarover de schrijver spreekt kan men nog steeds vinden in het Lierse begijnhof, in de Hellestraat, waarin een aantal lokale kunstenaars en schrijvers terugtrokken om zich met kunst in te laten en ‘stille uren’ te beleven. Morgen ga ik er heen, althans niet in het Ruusbroechuisje omdat dat niet meer mogelijk is.

Het huisje werd in de jaren ’20 door de Lierse letterkundige Ernest van der Hallen en zijn kompaan en architect Flor van Reeth opgeknapt en gebruikt. Ook de bekende Lierse schrijver Felix Timmermans was van de partij: “Laten wij gedrieën ermee beginnen, vandaag, en pelgrimeren naar de ideale schoonheid“. Hij heeft zelf een roman geschreven, dat ging over het begijntje Symforosa en haar geliefde Martienus, een onbereikbare liefde. Waarom die drang naar het Begijnhof? En wat is dat pelgrimeren juist? De sleutel ligt in het begrip ‘ruimte’.

Ruimte vormde in traditionele beschavingen de basis voor de karakteristieke uitdrukkingen van de metafysische dimensie. De Roemeense religiehistoricus Mircea Eliade duidde deze uitdrukkingen aan als ‘hiërofanieën’: manifestaties van het sacrale, die zowel natuurlijke als door mensen vervaardigde objecten of ruimten konden zijn. De ontwikkelingen van de negentiende en twintigste eeuw deden een vervaging ontstaan tussen profane en sacrale ruimten. Om deze vervaging tegen te gaan zochten velen zoals Ernest van der Hallen naar plaatsen ‘waar men zich alleen kon voelen, waar nog verwondering is, ruimte en afstanden’ zijn. Van der Hallen pelgrimeerde volgens de historicus Rajesh Heynickx van de wereldse stad Lier naar het eeuwige in het Begijnhof. Deze ruimte, ‘waar men heerlijk-zacht wegdoezelt’ (van der Hallen) was losgeweekt uit de profane tijd. Hier kon men de kracht vinden ‘om te creëren in een onttoverde wereld’. Zo kon een ideaal van middeleeuwse vroomheid worden geïncarneerd zonder daarmee wereldvreemd te zijn.

Daar ga ik heen. De droom van drie pelgrims. Morgen ga ik naar het mystieke Begijnhof, vergezeld van Symforosa & Martienus, Nest, Fé en Flor.

Advertenties