Max Stirner en het Egoïsme

door Prachtige Pjotr

‘In plaats van belangeloos de grote egoïsten te dienen, wens ik zelf een egoïst te zijn’

Het beroemdste werk van Max Stirner, Der Einzige und sein Eigenthum, werd in 1844 uitgegeven en blijft tot op de dag van vandaag een belangrijke invloed uitoefenen op anarchistische individualisten. De invloed van de Hegeliaanse filosofie is sterk aanwezig aangezien zijn werk gebaseerd is op de Hegeliaanse triade: these – antithese – synthese. Een stelling dient zich aan, die een weerwoord krijgt en door de dialectiek een nieuwe synthese als gevolg krijgt. Door net als Feuerbach de filosofie te binden aan het individu ontwikkelt Stirner enkele belangrijke levensfases: het materialistische kind, de idealistische jongere en de egoïstische volwassene. Uit de antithese materialisme/idealisme worden twee belangrijke vragen behandeld: ‘wat ben ikzelf?’ en ‘hoe komt het egoïsme aan het zelf?’. Net als Immanuel Kant richt Stirner zich dus op het subject. Uit de val van het idealisme, want de mens wordt immers een slaaf van de idee zelf, groeit de nieuwe synthese dat het Egoïsme genoemd wordt. Maar in tegenstelling tot de libertarische denker Ayn Rand wil Stirner dit egoïsme niet legitimeren aan de hand van de rede, het menselijke leven of de rechtvaardigheid. Hij wijst de dualiteit tussen rede en onrede immers af. Stirner legitimeert niet omdat iedereen, zonder uitzondering, een egoïst is omdat iedereen zichzelf dient.

Wat houdt dit nu in? Egoïsme beschouwt Max Stirner als het volgen van de eigen belangen als uniek individu. Het enige morele punt van referentie is het individu zelf. Het ‘Ego’ hecht Stirner vast aan het begrip ‘Eigendom’. Dit is een uitdrukking van een vrijwillige relatie en heeft niets te maken met een ‘band’. Het onderscheid tussen een gewilde relatie of een opgelegde relatie is belangrijk. Een voorbeeld van een gewilde relatie is een vrijwillige afspraak tussen twee individuen. Een opgelegde relatie is de band tussen de burger en de staat, omdat de burger daarin geen keuze heeft. Daarom wijst Stirner wetten af omdat ze geen gewilde afspraak is tussen mensen, maar omdat ze ‘heilig’ zijn en dus ‘opgelegd’. Hij wijst rechten en regels af omdat de enige rechtmakende regel de macht is. De mens bezit alles dat hij binnen zijn macht kan bezitten en vasthouden. Daarom is zelfbedruipendheid een leidend principe dat boven de wet staat. Vrijheid kan volgens Stirner enkel bereikt worden wanneer dat alles wat een individu bezit zijn eigendom is omwille van zijn macht. Hij is dan immers zelf eigenaar en is aan niemand iets verschuldigd.

Consequent met zijn afwijzing van wetten, wijst Stirner ook de staat af omdat het niet zonder wetten kan bestaan. De staat is evenmin als de wetten een heilig instituut en de welvaart die de staat genereert is niet de welvaart van het individu en daarom weigert Stirner opofferingen te doen aan deze staat. De opofferingen die het individu moet doen aan de staat belemmert immers zijn bewegingsvrijheid. De staat onderwerpt en exploiteert het individu. Omwille van dit besef is Stirner van mening dat de staat vernietigd moet worden en acht hij de strijd tussen de egoïsten en de staat als onvermijdelijk. Dit moet gebeuren via rebellie en niet via revolutie. Revolutie zorgt in de ogen van Stirner immers voor een andere niet-wenselijke politieke of sociale toestand, terwijl rebellie vertrekt vanuit het Ego; het is dus een opstand van individuen. Wanneer de staat vernietigd is zal er enkel de Unie van de Egoïsten bestaan, informele groepen egoïsten die worden samengehouden door een gemeenschappelijk belang. Elk individu zal binnen zo een groep zijn eigen individueel karakter versterken via gemeenschappelijk ‘gebruik’ van elkaar. De eigen macht zal er voor zorgen dat iedereen binnen zijn eigen capaciteit bezit heeft over zijn eigendom. Stirner zegt dat hier geen sprake zal zijn van vervolgingen, dwang en onderdrukking omdat iedereen zijn eigen uniekheid zal verdedigen. Niemand bezit immers meer dan dat hij zelf kan vasthouden, omdat een overmatig bezit zou leiden tot zelfvernietiging. Dit is volgens Stirner waar Egoïsme: het zelfbesef dat het individu niet over anderen wil heersen en dat het enige wat het individu beperkt zichzelf is: bezit wordt immers beperkt door de macht, en macht is vrijheid. Het Egoïsme zal een spontane en ware unie tussen individuen creëren omdat er geen nood is aan conflicten.

Stirner beïnvloedde het denken van Friedrich Nietzsche, hoewel deze Stirner nooit heeft vermeld in zijn werken. Maar enkele dominante thema’s van Nietzsche’s werken doen wel erg Stirneriaans aan: de afwijzing van traditionele ethiek, het concept van de Übermensch en de wil tot macht. Nietzsche pleit voor een terugkeer naar een meer primitieve en natuurlijke toestand waarin deugden zoals moed en kracht belangrijk zijn. Daarvoor was een meer individueel-gerichte attitude voor nodig, die de stenen tafelen van de slavenmoraal zou vernietigen. Net als Stirner wijst Nietzsche het bestaan van ‘absolute regels’ af (God is immers dood), omdat vrijheid enkel kan komen vanuit het individu die de traditionele moraal afwijst. Immers: ‘we moeten de moraal afwijzen, opdat we moreel kunnen leven’. Het is de Übermensch die een herenmoraal creëert, waardoor hij zichzelf onafhankelijk verklaart van de moraal behalve als de Übermensch daaruit voordeel kan halen.

 

Max Stirner, de eerste anarchist

P.

Advertenties