Dostojevski en de Slavofielen

door Prachtige Pjotr

 

“Als hij de weg van het klooster opging, dan alleen maar omdat deze hem destijds als enige had getroffen en hem om zo te zeggen de ideale uitweg leek voor een ziel die zich uit het duister van het wereldse kwaad een pad wilde banen naar het licht der liefde”[1]

 

Rusland is altijd al een land geweest met een bijzonder karakter. Om tot die stelling te komen hoeft men niet eens haar geschiedenis en cultuur bestudeerd te hebben. ‘Eigenzinnig’ is het exacte woord om dit land te beschrijven. Wie zich echter verdiept in de Russische geschiedenis en cultuur beseft al vlug dat Rusland een ambigue relatie heeft met het Westen. Er zijn dan ook velen die Rusland beschouwen als niet-Europees, maar als een veeleer Oosters land. Dit is ten dele waar. Kijk naar de Russische orthodoxe kerk, die zichzelf vanaf de val van Byzantium beschouwde als de opvolgster van het Byzantijnse Rijk. De Russische kerk is sinds het begin een machtsinstrument en ‘dienaar’ van de Russische staat. Ook in de Grote Patriottische Oorlog kende de Orthodoxe kerk een sterke heropleving .

Omwille van de status van de Russisch-orthodoxe Kerk in de Russische maatschappij werd er altijd met een sceptische blik gekeken naar het Westen en zeker naar de Latijnse wereld. De katholieke kerk ontbrak volgens hen immers aan een eenvoudig en zuiver geloof en wemelde van corruptie. Dat is de reden waarom de Russische tsaren meestal trouwden met protestantse prinsessen, zoals Catharina de Grote. Werd het Westen dan altijd zo gehaat? Men kan niet ontkennen dat een tsaar als Peter de Grote enorm opkeek naar het Westen en dat talloze hervormingen in Rusland zich spiegelden aan Westerse voorbeelden[2]. Zowel militair, administratief, juridisch, financieel, … veranderde de Russische maatschappij onder Peter I. Maar dit proces was reeds langer aan de gang, volgens sommige historici was Peter de Grote diegene die de vooruitgang bewust gemaakt heeft. De vraag hierbij blijft natuurlijk of Rusland ooit een liberaal-parlementaire traditie gekend zou hebben. Optimisten die de tussenperiode van 1905 en 1917 bestudeerden willen dit graag geloven, maar het kwam gewoon te laat.

De Russische cultuur acht ik Europees maar zij vormt een brug naar een Oosten dat vandaag de dag niet meer bestaat: het Byzantijnse Rijk. Religie is altijd een belangrijke factor geweest in het Russische maatschappelijke leven, wat vandaag de dag nog altijd te merken is bij officiële Russische ceremonieën waarbij de patriarch aanwezig is.

Met deze ideeën in gedachten wil ik dan ook overstappen naar een anti-Westerse stroming in het negentiende-eeuwse Rusland: de Slavofielen met Fjodor M. Dostojevski (1821 – 1881) als belangrijke figuur[3]. Het boek ‘De Broers Karamazov’ geeft een inzicht in het opmerkelijke karakter van de Russische ziel.

 

Historische situering

De romans van Dostojevski zijn ingebed in het woelige Rusland van de negentiende eeuw. Ruslands’ moeilijke pad naar de moderniteit begon met Catharina de Grote. Zij  wilde Rusland besturen naar de principes van de Verlichting. Dit bleek uit de hervormingen die zij wilde doorvoeren, zoals de emancipatie van de dienstadel na de Kozakkenopstand van Pugachev in 1762. Maar de excessen van de Franse Revolutie temperde haar vooruitstrevende geest. Ook verlicht opgevoede Alexander I hanteerde de Rede als weg, hoewel deze later onder invloed van barones Juliana von Krüdener veranderde in een messiaanse reactionair die als enige de Heilige Alliantie serieus opnam, een religieus verbond dat door de Britse minister Castlereagh subtiel werd omschreven als ‘subliem mysticisme en nonsens’. Het was vanaf de conservatieve Nicolaas I, die in 1825 Alexander I opvolgde, dat Rusland een duidelijkere conservatieve koers zou nastreven. Dit zorgde vrijwel meteen voor de Dekambristenopstand die rebelleerden tegen het absolutistische tsarenregime. Dit mislukte door een brutale repressie maar het was duidelijk een start van een Russische Revolutiecultuur en het ontstaan van de zogenaamde ‘Intelligentsia’. Deze kende een belangrijke verdeeldheid tussen Westers- en Slavischgezinden.

 

De slavofielen.

“Zoals met zoveel andere ideologische etiketten het geval is, werd slavofilisme een scheldnaam voor  de bekrompen stamcultuur van hen die zich tegen de westers georiënteerden verzetten. Maar op zijn beurt werd ‘westernisme’ ook een scheldwoord dat door slavofielen werd gebruikt voor het verraad van de Russische ziel ten gunste van de mechanische, kunstmatige en bovenal arrogante westerse geest”[4]. De conservatieve houding van het tsaristische regime en het frustrerende immobiliteitgevoel van deze stromingen zorgde voor een radicalisering van de denkers. Zo werden de westersgezinden geleidelijk aan gedreven richting socialisme en later het marxisme, vaak met een eigenaardig Russisch sausje. Ironisch gezien bevestigt dit dat het conservatisme van de tsaren ervoor zorgde dat hun legitimiteit langzamerhand ondergraven werd door een steeds groter wordende onrust. Het rampzalige beleid is daar een directe aanstoker van. Tijdens de revoluties van 1905 en 1917 werd dit pijnlijk duidelijk.

Dostojevski behoorde ooit tot een revolutionaire kring van utopische socialisten naar het voorbeeld van Fourier onder leiding van Petrasjevski. Hij is daarvoor opgepakt geweest in 1849 en werd tot dwangarbeid veroordeeld in Siberië. Daar kwam hij tot bekering en nam zijn leven een drastische wending toen hij zich tot het christendom richtte en een slavofiel werd. Naarmate de jaren ’70 van de negentiende eeuw vorderde werd hij meer en meer opgehemeld door de tsaar en de orthodoxe autoriteiten maar, hoewel Dostojevski ontegensprekelijk conservatief was, had hij reeds ontdekt dat het conservatieve deel van de maatschappij even rot is als andere andere. Pseudorevolutionairen aan de progressieve zijde lieten zich misleiden door geïmporteerde holle concepten, terwijl de conservatieve zijde geen oog had voor de morele malaise en sociale onrust in de stad en op het platteland. Wanneer Dostojevski dit in zijn boeken aanklaagt lijkt hij wel de Russische variant van de Engelse schrijver Charles Dickens. Het is frappant te zien hoe deze eigenzinnige Rus het christendom vurig verdedigde zonder vast te roesten in een kritiekloze verdediging van de Russisch-Orthodoxe kerkelijke hiërarchie die in Rusland bestond en overigens met volle hevigheid werd ‘gepredikt’ in het kader van de zeer strenge russificatiepolitiek. De slavofielen poneerden dat Rusland niet gelijk stond aan Europa en dat de Slavische volkeren een andere ziel hadden. Hieruit groeide ook het pan-Slavisme, dat medio 19de eeuw nog veel furore zou maken in Centraal-Europa en zelfs indirect zou leiden tot de Habsburgse agressie tegen Servië waardoor de Eerste Wereldoorlog begon. Het is ook belangrijk om te weten dat de slavofielen de Petrinische revolutie verwierpen en enkel een integraal-Russische visie huldigden. Ondanks de groeiende Russische Revolutiecultuur werd het tsaristische regime nog conservatiever, wat na verloop van tijd zou zorgen voor haar eigen ondergang. Er zijn natuurlijk enkele kanttekeningen te maken bij de blik op de uniekheid van de ‘Russische ziel’. Bovendien is Peter de Grote iemand die de verwestersing van Rusland dan wel bewust heeft gemaakt, maar het proces was reeds langer bezig bij zijn voorgangers die geprezen worden door de slavofielen. Relativering ontbrak vaak aan de slavofielen, maar dit kan evengoed gezegd worden over andere particuliere tendensen. De anti-westerse sentimenten mochten dan echter deels ontleend zijn aan de Duitse Romantiek en idealisme, dat zich afzette tegen de Franse Revolutie, toch is zij ook een product van eigen bodem. De orthodoxe religie krijgt een speciale plaats in Rusland aangezien Moskou zich beschouwt als het ‘derde Rome’ na de val van Constantinopel in 1453. In de negentiende eeuw kende de Russische kerk een heropleving, deels artificieel gestuurd door de staat in het kader van de russificatiepolitiek. De centrale rol van religie krijgt wordt duidelijk in het verhaal van Dostojevski.

 

‘De Broers Karamazov’

 

“’Wellust werd de worm gegeven!’

En ik ben zo’n worm, broer, dat is speciaal over mij gezegd. En wij, Karamazovs, zijn allemaal net zo, ook in jou, engel, leeft die worm en veroorzaakt stormen in je bloed. Stormen, omdat de wellust een storm is, erger dan een storm!”[5]

 

 

‘Lijnrecht tegenover de westerse geest staat de Russische ziel, een mythische entiteit die in de loop van de negentiende eeuw door intellectuelen is geconstrueerd. […]’[6]. Deze slavofielen ontwikkelden een spiritueel model gestoeld op nationalisme en etnische elementen dat het westers rationalisme aanviel. Dat de slavofielen hun inspiratie haalden uit de Duitse Romantiek en het Idealisme was sterk te merken in ‘De Broers Karamazov’, een roman die plaatsvindt in het Russische provinciestadje Skotoprigonjevsk, een universum waar de Rede slechts theoretische nonsens lijkt. Het hoofdverhaal draait rond de moord op de ontaarde en stompzinnige vader Fjodor Pavlovitsj Karamazov, hoewel er onzekerheid heerst over zijn moordenaar. Zijn zoon Dmitri is de hoofdverdachte, waarmee Fjodor een betwisting had rond een erfenis en een jonge vrouw genaamd Groesjenka. Naast Dmitri (Mitja) wordt ook het bastaardkind annex dienstknecht Smerdjakov in verband gebracht met de moord. Deze ‘is besmet geraakt met het geïntellectualiseerde amoralisme van de middelste zoon Ivan uit Fjodors tweede huwelijk’[7]. Ivan is een raadselachtige, verwarde en haast Nietzscheaanse atheïst die auteur is van ‘de grootinquisiteur van Sevilla’ waarin deze Jezus voor de inquisitie sleept omdat hij de mensheid met iets onmogelijks heeft opgezadeld, namelijk vrijheid. Hier laat Dostojevski zijn diepgewortelde afkeer voor de rooms-katholieke kerk blijken, omdat ‘de heidense Romeinse staat de kerk in zich had opgenomen en er eigenschappen aan had toegekend die niets te maken hadden met de kerk als eeuwige transcendentale gemeenschap’[8].

Volgens Michael Burleigh had Dostojevski een theocratie voor ogen naar de geest van Joseph De Maistre maar dan met eigenzinnige sociale ideeën die de Franse edelman zou doen huiveren. Het hoofdverhaal culmineert uiteindelijk in een rechtbankdrama waarin de begrippen moraal en waarheid zorgvuldig behandeld worden en uiteindelijk een vonnis stellen. Een sleutelbegrip in het boek is ‘religie’, dat een stabiliserende factor is en een gemeenschap aan elkaar smeed. Enkel binnen de religieuze gemeenschap kan een Russische ziel goed zijn, maar door recente filosofische dwalingen en een groeiend individualisme geraakt deze gemeenschap stilaan verloren. Het is ook daarom dat Dostojevski de eclatante twisten in het provinciestadje laat afwisselen met passages die zich afspelen in het klooster dat zich net buiten de stad bevindt. De beschrijving van het contemplatieve leven van Aleksej ‘Aljosja’ F. Karamazov en de starets Zosima[9] ziet hij als een ideaalbeeld van de verloren harmonie. Zo maakte Dostojevski de ‘menselijke ziel niet alleen tot Gods tempel maar veranderde de Russische ziel in het heilige der heiligen’[10]. In een van de vele subplots wordt het levensverhaal van de starets uit de doeken gedaan, een groot religieus leider die een liederlijk verleden kende als soldaat. Toen hij tot een duel uitgedaagd werd kreeg hij wroeging van zijn bloeddorstigheid nadat hij zijn ordonnans sloeg en kwam tot bekering waardoor hij in een klooster ging. Deze harmonie stond in schril contrast met het leven buiten het klooster. Het hele boek kan als een odyssee worden beschouwd waarin hij zijn filosofische vraagstukken uitvoerig uitwerkt, maar op een manier dat de personages zelf op zoek zijn naar de waarheid. Het is deze subtiele zoektocht naar vraag en antwoord dat het boek zo bijzonder maakt, omdat de verleiding tot atheïsme zo reëel en overtuigend lijkt alsof Dostojevski zelf een atheïst is geworden[11].

 

Uit onderstaande citaat blijkt sterk de afkeer van het individualistische Westen, hoewel Dostojevski an sich geen tegenstander was van individualiteit. Eenzaamheid is tevens een sleutelbegrip in de roman. Alleen kon deze niet losgehecht worden van de religieuze gemeenschap. Maar dit type van individualiteit is niet vergelijkbaar met het individualisme van het Westen: ‘it seemed to Dostojevski that individuality as the West understood it and even if it was linked to social reform in the West, could only be sustained in Russia at the price of hatred, lust and murder.[12] Het is een typerende kritiek van de slavofielen op het Westen. Maar dit standpunt geldt eveneens voor vandaag de dag, waarin die vereenzaming veel sterker is dan in de tijd van Dostojevski:

 

“’Om de wereld te hervormen moeten de mensen zelf psychisch een andere weg inslaan. Wanneer je zelf ook niet echt ieders broeder wordt, dan zal de broederschap niet aanbreken. […] Iedereen zal vinden dat hij te weinig heeft, mopperen, afgunstig zijn en de anderen naar het leven staan. U vraagt wanneer dat werkelijkheid zal worden. Dat zal werkelijkheid worden, maar eerst moeten we door een periode van menselijke vereenzaming heen’. ‘Wat voor vereenzaming’, vraag ik hem. ‘De vereenzaming die nu overal heerst, vooral in onze eeuw, maar ze is nog niet helemaal definitief, nog is haar tijd niet gekomen. Want een ieder streeft er nu naar zijn persoon zo mogelijk af te scheiden, een ieder wil in zichzelf de volheid van het leven ervaren, maar intussen leiden al zijn inspanningen in de verste verte niet tot de volheid des levens, maar tot regelrechte zelfmoord, want in plaats van te komen tot volheid van inzicht in het eigen wezen geraken zij slechts volledig vereenzaamd. In onze tijd zijn allen namelijk verdeeld in individuen, ieder zondert zich af in zijn hol, ieder mijdt de ander, houdt zich schuil, verbergt zelfs wat hij heeft en eindigt ermee dat hij door de mensen verstoten wordt en zelf de mensen verstoot. In eenzaamheid vergaart hij rijkdom en denkt: nu ben ik sterk en onafhankelijk, maar de dwaas weet niet dat hoe meer rijkdom hij vergaart, des te dieper hij wegzinkt in zelfvernietigende onmacht. Want hij is gewoon geraakt om alleen zichzelf te vertrouwen en zichzelf als een individu van het geheel af te scheiden, hij heeft zijn ziel aangeleerd niet te geloven in menselijke hulp, de mensen en de mensheid, hij siddert enkel bij de gedachte dat hij zijn geld en zijn verworven rechten kan kwijtraken.’”[13]

 

Het religieuze element moest en zou de ‘goede ziel’ karakteriseren. ‘Geen goede Russische man kon onafhankelijk van de religieuze gemeenschap kennis vergaren’[14]. De disfunctionaliteit van de ongelovigen doen hen belanden in ‘een maalstroom  van slecht verwerkte ideeën die hun oorsprong vinden in de West-Europese Verlichting en vooral leiden tot ondermijning van het traditionele geloof zonder daar een alternatief tegenover te stellen’[15]. Daardoor lijkt Dostojevski de tragische zin van het leven te begrijpen aan de hand van de wijsheid van het hart en niet aan de Rede, want deze zou de waarheidszoekende mens enkel op een dwaalspoor zou zetten. In de werken van Dostojevski zijn de atheïsten gemartelde individuen die niet wegraken van de gemeenschap maar er ook niet naar terug kunnen. Het belang van religie wordt in het boek duidelijk wanneer Dostojevski afwisselt tussen het woelige dorpsleven met de escalerende Karamazovtragedie en het contemplatieve, rustige en mystieke leven van de gesloten geloofsgemeenschap. ‘De destijds modieuze opvatting dat monniken parasieten, genotzoekers, wellustelingen en onbeschaamde vagebonden waren, worden in het boek geparodieerd. Dostojevski wist dat dit beeld niet klopte. Zijn jeugd had hij doorgebracht in een diepreligieus huishouden en ieder jaar had hij zijn ouders vergezeld op hun pelgrimstocht naar het Drievuldigheidsklooster van de Heilige Sergius buiten Moskou’[16]. Dostojevski sprak immers uit eigen ervaring wanneer hij het kloosterleven besprak.

 

Dostojevski toont duidelijk de complexiteit aan tussen destructieve vader-zoonrelaties, de stormachtige discrepantie tussen Westerse en Slavische maatschappijbeelden en atheïsme en het geloof. Dit gebeurt op een manier waardoor het boek niet prekerig overkomt. De latente maatschappijkritiek die Dostojevski levert is subtiel maar krachtig. Zo klaagt hij het Westerse rationalisme aan, omdat het geen ruimte over laat aan de spirituele dimensie die in zijn ogen net cruciaal is. Voor hem is de Rede niet de hoogste vorm van kennis, laat staan van wijsheid. Daarom staan figuren zoals Ivan Karamazov en zijn broer Aleksej zo sterk in contrast met elkaar, ondanks hun familiebanden. De ene is compleet het noorden kwijt en de andere wordt door velen bewonderd voor zijn oprechtheid. Door de zwaarmoedige manier van schrijven is het geen gemakkelijk boek om te lezen maar het is een bijzondere ervaring waarvan ik nog aan het nagenieten ben. Bovendien eindigt het boek met een relatief positieve noot, waarbij de actoren in waardigheid groeien. Ondanks de duistere gedachten die in het boek verschijnen, geloofde Dostojevski dat Rusland ooit haar eigen twijfels en haar eigen onwerkelijkheid zou overstijgen en moreel superieur zou staan tegenover het Westen. Onder Vladimir Poetin lijkt Rusland in ieder geval een eigenzinnige koers te varen, waardoor Rusland terug een zelfbewuste natie wordt in plaats van een door neoliberalisme geïnfecteerd en onzeker land in de tijden toen Boris Jeltsin met de plak zwaaide. Hoe het nu verder moet met Rusland is nog koffiedik kijken, maar door terug te grijpen naar de boeken van Dostojevski weten we alvast dat het een toekomst zal zijn die ingebed is in het eigenzinnige karakter van de Russische ziel.

 

P.


[1] DOSTOJEVSKI, Fjodor M., De broers Karamazov, Van Oorschot, Amsterdam, 2005, 24

[2] Dit staat gekend als de ‘Petrinische Revolutie’.

[3] Ook Tolstoj en vele anderen hoorden tot deze stroming, maar omdat ik persoonlijk het meest ervaring heb met Dostojevski na het lezen van zijn magistrale ‘De Broers Karamazov’ heb ik hem gekozen.

[4] BURUMA, Ian & MARGALIT, Avishai, Occidentalisme. Het Westen in de ogen van zijn vijanden, Olympus, s.l., 89

[5] De broers Karamazov, 133

[6] Idem, 77

[7] BURLEIGH, Michael, Religie en politiek in Europa van de Franse Revolutie tot de Eerste Wereldoorlog, De Bezige Bij, Amsterdam, 2006, 356

[8] Ibidem, 358

[9] Een spirituele leider die een brede maatschappelijke rol heeft en te vergelijken is met de pilaarheiligen.

[10] Ibidem, 81

[11] ‘Socialisme […] is in eerste plaats de atheïstische kwestie, de kwestie hoe in deze tijd vorm te geven aan het atheïsme, de kwestie van de toren van Babel die zonder God wordt gebouwd, niet om vanaf de aarde naar de hemel te reiken, maar om de hemel naar de aarde toe te brengen’. Dit citaat (De broers Karamazov, 34) wordt aangehaald door de verteller van het boek, Kolja, die ook een rol speelt als een kleine pientere jongen met socialistische gedachten. Hij bewondert Aljosja als een held. Het aangehaalde citaat toont de overredingskracht van Dostojevski, zelfs voor een gedachte waar hij niet achterstaat. Het socialisme is in die zin een surrogaatreligie in een wereld zonder God. Hoor ik hier een verre klank van de doodsverklaring van God door Nietzsche?

[12] CHAMBERLAIN, Lesley, Motherland. A philosophical history of Russia, The Rookery Press, NY, 2007, 60

[13] De broers Karamazov, 369; dit gaat om een gesprek tussen de starets Zosima in zijn jongere jaren toen hij nog soldaat was met een oudere ex-ordonnans die reeds getrouwd was.

[14]Motherland, 60

[15]Aardse machten, 356

[16] Idem

Advertenties