“Ik wil deze nacht in ’t verleden verdwalen”

door Prachtige Pjotr

Ik ben van opleiding historicus. “Wat kan je daar nu in hemelsnaam mee doen?”; “Een waardeloos diploma!” of “Lees toch geschiedenisboeken als hobby”, … ze passeerden allemaal de revue. Toch ben ik erg blij dat ik deze richting heb gevolgd. Ik begrijp beter hoe de wereld in elkaar zit, waarom nu juist y gretig x het hoofd in wil slaan en hoe het komt dat w en y overeenkomen als drinkebroers. Context, perceptie en een altijd gretige nieuwsgierigheid, ’s mans beste vriend! Maar dat niet alleen.

Beeld je eens de volgende idyllische situatie in: een lege leeszaal, een eenzame baliebediende in de verte en een stapel kaften met oude brieven voor je neus. Ja, dat is mijn uitgangspunt. Saai, zal je wellicht denken. Ik bezocht dit voorjaar het Antwerpse Letterenhuis om onderzoek te doen, waarvoor ik briefwisseling van de Lierse letterkundige Ernest van der Hallen, ‘Nest’ voor de vrienden, moest doornemen. Ik maakte me zorgen. Wat als ik zijn geschrift niet kon lezen? Zou ik wel genoeg materiaal kunnen vinden voor mijn thesis? Toch dwaalden die zorgwekkende gedachten af toen ik de brieven voor het eerst ontving van de behulpzame baliebediende.

Een wonderlijke zoete geur verraste me bij het openen van de eerste kaft. Regelmatige bezoekers van een tweedehands boekenwinkel weten wel waarover ik het heb. Oud vergeeld papier heeft een bijzonder aura om zich. Nieuwe boeken verspreiden vaak een chemische geur dat weinig aangenaam is. Ik weet nog dat ik recent boeken bestelde en ik bij een eerste leesbeurt bijna van mijn stoel viel door de penetrante geur. Verklaar me gek, maar ik kan genieten van de geur van een oud boek uit “de jaren stillekens”. Soms neem ik een oud boek uit de jaren twintig uit mijn boekenkast, gewoon om heel even die geur in me op te nemen.

En die ouderdom heeft niet alleen zintuiglijke geneugten in petto, maar ook een nostalgische zweem bij het lezen ervan. Lees even mee: In den zaligen Jan van Ruysbroeck [naam van een begijnhofhuisje] is het een weelde. Daar is ook de winterse stemmigheid en het Begijnhof onder sneeuw is soms om gaan te schreeuwen van weelde”. Je wordt als het ware opgezogen in die stemmigheid. Ja, ik geef toe dat ik zo nu en dan, als ik nog eens in Lier kom, een omweg maak naar het Begijnhof. Ik wil er dan net als ‘Nest’ stille uren beleven en “heerlijk-zacht wegdoezelen” op een bankje onder de tanende herfstzon met een nostalgisch zoetgeurend boek vol archaïsmen en oubollige zinsconstructies.

Vaak komen zulke boeken en brieven me over als een pelgrimage naar het verleden. Ik ervoer het als een privilege dat ik mocht ronddwalen in de vele gedachtegangen van die tijd. Ik probeerde me te plaatsen in dat boeiende tijdsgewricht en onbewust neem je dan zelf stijlkenmerken over. Clandestiene archaïsmen slopen in mijn tekst, tot ergernis van mijn promotor die het vaak te ‘wollig’ vond overkomen. De soberheid moest domineren.

Toch heb ik die nostalgische zweem een plaats weten te geven. Wanneer ik die oude brieven nog eens herlees, weet ik waarom ik geschiedenis heb gestudeerd. Verdwalen in het verleden is de beste manier om jezelf terug te vinden. Het herontdekken van oude dromen heeft iets merkwaardig herkenbaars. Zij komen weer tot leven en bezielen een nieuwe generatie. ‘Nest’ zocht naar een plek waar hij stil kon wezen en genieten van de rust. Ik voelde me bij het lezen van zijn dromen ogenblikkelijk betrokken met zijn verlangen, waardoor de saaiheid van de leeszaal wel heel snel vervaagde.

P.

Advertenties