Ode aan de onbekende Mexicaanse

door Prachtige Pjotr

Dinsdag moest ik naar Gent en ging de trein nemen, die van 18.05. Ik was veel te vroeg, zoals altijd, dus nam ik een broodje bij de Panos, zette me rustig neer op een kille marmeren blok en terwijl ik de bedenking maakte dat het broodje niet vers was en een onverstaanbare omroepstem weergalmde in het praalzuchtige station, keek ik verderop naar een meisje dat even naar me opkeek.  Ze had een reistas bij zich en keek wat wezenloos rond. Een toeriste wellicht of een prille kotstudente die haar weg nog moest zoeken in de Koekenstad. Ik viel aan. Niet het meisje, maar het broodje. En toen ik opkeek zag ik ze naar me toelopen. “Die gaat me  passeren” dacht ik, maar toen hoorde een stem die zich duidelijk tot mij richtte.

“Excusez-moi monsieur …”

Ik was de enige ‘monsieur’ in de directe nabijheid en keek op.

“Oui?”

Ze sprak Frans. “Verdorie!”, dacht ik. “Ik heb dat in jaren niet meer gesproken”.  Het gesprek viel nog best wel mee, maar mijn Frans was niet meer zoals het ooit was. We schakelden snel over naar het Engels. “It’s soooo cold!”. In feite zocht ze gewoon iemand om mee te praten omdat ze de hele dag niemand had gesproken. Het was een Mexicaanse studente die een kleine tournee door Europa deed, voor de derde keer als ik me niet vergis. Zij was de hele dag onderweg geweest vanuit Toulouse om daar te geraken en was aan het wachten op een vriend die ze eerder had ontmoet in Spanje, een Erasmusstudent die dit jaar aan de slag is geraakt in Brussel. Hij kwam pas later aan.

Een praatje slaan.

Zomaar. Omdat het kan.

In Mexico is het heel normaal om zulke casual talks te doen met wildvreemden, vertelt ze me. In het individualistische West-Europa wordt die openheid soms ervaren als een vorm van opdringerigheid. ‘Invasie van mijn persoonlijke ruimte’ en heel die mumbo-jumbo. Op de trein zag ze iedereen wegkruipen achter kranten, boeken en wat nog allemaal.

Zij niet. Ze had iets van die spontaniteit die ik destijds in Peru ook had opgemerkt. Iets wat wij verloren hebben in onze rusteloze zoektocht naar meer dit en meer dat, aangedreven door valse verlangens. Geheel onbevangen en zonder vooroordelen afstappen en een fijne babbel hebben. En dat in een station, een mierennest van schijnbaar doelloos rondhossende mensen die alle kanten uitzwermen. Niet dat een babbel met een leuke, jonge vrouw noodzakelijk moest leiden tot amoureuze taferelen met zingende mariachi’s,  passionele liefdesserenades en bundels rozen, maar zulke vormen van spontaniteit zijn vrij zelden, hier in dat godverdomse stukje West-Europa.

Jammer.

P.

Advertenties