… and on that auspicious day, not a single fuck was given

door Prachtige Pjotr

Zaterdag is het blijkbaar “I don’t give a fuck day”, een van de zovele in het leven geroepen facebookfeestdagen. De “International Day of Awesomeness” voelde aan als een verplicht nummertje voor ondergetekende, maar deze dag is mij ook op het lijf geschreven. Wellicht is de “IDGAF”-dag een eendagsvlieg, aangezien het gros van de internetfenomenen gehoorzaamt aan de onverbiddelijke regel van de hedendaagse vluchtigheid. Iets ontstaat, wordt een hype, krijgt 165.000+ “aanwezigen” en na vijf dagen hoor je er niets meer van. Dan zoekt de massa naar een nieuwe hype. Ik weet wat je wil opmerken, beste lezer: “ben jij dan ook zo’n hypebeest?”. Neen, zo beschouw ik me inderdaad niet. Ik geef er nu eenmaal geen fuck om!

Johnny Cash keurt dit goed.

Maar het zeggen van “I don’t give a fuck” heeft iéts. Iets gemeens, maar ook oprechts. Soms grof, maar vaak weer terecht. En over de gepastheid ervan: dat is naar ieder zijn smaak. Het heeft iets héérlijks arrogants: resoluut weigeren wat er van je verwacht wordt. Een rebellie tegen de kleinburgerlijkheid. Een verzetsdaad, klein van gedaante maar groots van gedachte.

Binnen Griekse sociale omgangsvormen is het “Je m’en foutisme”, losjes vertaald als “Kan me niets schelen”, een invloedrijke tegencultuur, dat vele verschillende vormen kent. Dit hangt af van de sociale status, de economische toestand of zelfs lokale culturele verschillen. Naast “Zamanfous” wordt in Griekenland ook wel Ωχαδερφισμός (ochaderfismos, iets als “och kerel”) gebruikt. En wat is de Nederlandstalige equivalent? “Boeie!” of “Lekker puh” misschien?

 Het “Je m’en foutisme” is een vorm van sociale luiheid, weet Wikipedia, eeuwige bron van wijsheid volgens sommigen, me te vertellen. In groep zullen mensen minder moeite doen voor een bepaalde taak dan wanneer ze die alleen moeten verrichten. Daarom zijn groepen mensen vaak minder productief dan het verzamelde werk van individuele personen. En daarom ontstaat er ook het zogenaamde “free rider effect”: namelijk het misbruik dat sommige individuen nemen van de rest van de groep door op de kap van anderen te leven.

Toch is dit niet de kant die ik uit wil met mijn sympathie voor de “I don’t give a fuck”-dag. Het gaat eerder om een attitude die ook positief kan zijn en de “innerlijke mens” weerbaar maakt. Een gepast zelfvertrouwen, die de integriteit waarborgt. Ernest Van der Hallen, een Lierse letterkundige die ooit op de voorkant van mijn thesis schitterde, zei ooit het volgende:

Wees radicaal, wees principieel

Wees absoluut

Wees hetgeen de burger noemt: extremist

Geeft uzelf zonder meten of rekenen

Aanvaardt de zogenaamde levensrealiteit niet en laat u niet door het leven aanvaarden

Geeft nooit het strijdbeginsel op!

In dat opzicht is het meer uitdagende “Me Ne Frego” uit het Italië van Mussolini passender, dat ik eventueel kan onderscheiden van het meer passieve “Je m’en fous”, dat inderdaad een vorm van sociale luiheid betekent. Het is een vorm van ethisch egoïsme, in de lijn van Friedrich Nietzsche en Max Stirner, dat de gebruikelijke burgerlijke verwachtingspatronen overstijgt waar nodig. Het gaat om een afweging van wat de sociale norm is en hoe het individu tegenover die sociale norm staat. Een soort van dialoog, waarbij de een soms moet inbinden voor de ander. Is de moraliteit vandaag, als we Stirners’ kritiek mogen volgen, de ultieme vorm van de goddelijke fetisj dat vernietigd moet worden? En moeten we Nietzsche geloven, die zei dat om moreel te leven, de moraliteit vernietigd moest worden? Ik geloof dat daar een kern van waarheid in zit. Soms is de beste manier om een heilige te worden te leven als een woesteling.

 

Deze houding gaat dus niet uit van de heterogene moraliteit (de sociale normen). Wél van een autonome moraliteit, die onafhankelijk is van een externe ‘beweger’. Het morele bevel komt dus niet van personen of verwachtingen van buitenaf, maar vanuit het ‘Unieke’ van het individu zelf. Het machtshongerige ego, aangedreven en geketend door illusies, wordt hiermee overwonnen. In zekere zin het dus een heroïsche strijd tegen innerlijke demonen, zoals Arjuna de zijne bestrijdt onder het goedkeurende oog van Heer Krishna. Hierdoor leeft men niet meer onbewust in een sociale illusie, maar “ontwaakt” men.

 

Men kan ook opteren voor de ‘inwaartse migratie’: een defensieve houding die erop gericht is om de situatie rondom zich te beoordelen, maar er niet door geschaad worden. Ernst Jünger, een van de belangrijkste personen uit de Conservatieve Revolutie, verkoos deze optie toen hij geconfronteerd werd met het nationaal-socialistische regime. Binnenin blijft hij een vrij wezen, dat kan denken en observeren. Hij volgt de code van Confucius: vijandelijke systemen aanvallen beschadigen je enkel maar. In plaats van zijn leven op het spel te zetten voor iets dat uiteindelijk toch zal vallen, is het beter een bewaker te zijn van kennis: een filosoof, poëet en historicus. Hij wacht en studeert totdat het tijd is om in actie te schieten.

Ik ben dus voorstander van de “I don’t give a fuck”-day, volledig los van het feit dat het wéér een vluchtig facebookevenement is. Dúrven breken met wat er van je verwacht wordt. En de mentale slavernij van je afslaan. De tijger bereiden, om er niet door verzwolgen te worden. Het begrip “Extremist” belichamen, omdat het staat voor het Unieke, het Wonderlijke, het Schone en het Ware. Like a hobo. En omdat het een ongelofelijk gevoel geeft ergens rechtuit voor te gaan en je geen zak aan te trekken van betuttelende stemmetjes, omdat je wéét dat je het bij het rechte eind hebt. Lekker puh!!

P.

Advertenties