Wu-wei: subtiel als de “lichtste veer”

door Prachtige Pjotr

De koning zou volgens een traditie uit het Verre Oosten als een “zoon van de hemel”, en dus van nietmenselijke oorsprong, genieten van een “hemels mandaat” (tien ming), dat de opvatting van een werkelijke en bovennatuurlijke macht impliceert. Deze macht komt volgens Lao-tzu “van de hemel” en handelt zonder te handelen (wei wu wei) door een immateriële aanwezigheid, of op grond van alleen maar aanwezig te zijn. Het is onzichtbaar als de wind maar tegelijkertijd zijn zijn handelingen onafwendbaar als de krachten van de natuur. Wanneer deze kracht wordt ontketend zal volgens Meng-tzu de macht van gewone mensen buigen als grassprieten onder de wind. Wat betreft wu wei zegt een tekst het volgende:

Door zijn dikte en stoffelijkheid, staat de oprechtheid gelijk aan de aarde; en door zijn hoogte en pracht gelijk aan de hemel. Zijn omvang en duurte zijn zonder limiet. Wie deze oprechtheid bezit zonder zichzelf te tonen, zal stralen; zonder te bewegen zal hij anderen hernieuwen; zonder handelen zal hij hen volmaken. (Lun-yu, 26.5-6)

Alleen zo een man “zal de tegenpolen van de menselijke samenleving harmoniseren en een morele orde in het land stichten en in stand houden”.

In deze macht of “deugd” gesterkt voerde de Chinese monarch (wang) de opperste rol als centrum uit, of als een derde macht tussen hemel en aarde. Er werd verwacht dat het geluk en het ongeluk van het land, evenals de morele kwaliteiten van zijn onderdanen […], heimelijk afhankelijk waren van het gedrag van de monarch. […] In deze context beantwoordt de betekenis van het bekende gezegde “Onveranderlijkheid in het midden” aan de leer dat in “de onveranderlijkheid van het midden de deugd van de hemel zich manifesteert”. Wanneer dit principe als een algemene regel gold, zou niets de geordende koers van menselijke gebeurtenissen of de staat kunnen veranderen.

Uit: EVOLA, Julius, Revolt against the modern world, Inner Traditions, Rochester, 1996, 11. (eigen vert.)

Advertenties