Pjotr leest … Dostojevski (2)

door Prachtige Pjotr

‘Kun je het dan niet raden?’ vroeg hij plotseling met de gewaarwording alsof hij zich van een toren naar beneden stortte.

‘Nee’, fluisterde Sonja nauwelijks hoorbaar.

‘Kijk eens goed’.

En zodra hij dit had gezegd, verkilde hij plotseling tot in zijn ziel door die bekende gewaarwording van toen: hij keek haar aan en plotseling was het alsof hij in haar gezicht het gezicht van Lizaveta zag. Helder zag hij weer de uitdrukking op Lizaveta’s gezicht voor zich toen hij met de bijl op haar afkwam en ze achteruitliep naar de wand, haar arm naar voren gestrekt en met een volslagen kinderlijke angst op haar gezicht, precies zoals kleine kinderen, wanneer ze plotseling ergens bang voor worden, onbeweeglijk en angstig naar het voorwerp staren dat hun schrik aanjaagt, achterwaarts weglopen en met hun armpje naar voren gestrekt elk moment kunnen gaan huilen. Bijna hetzelfde gebeurde nu met Sonja: even machteloos, met dezelfde angst, keek ze hem enige tijd aan om dan ineens haar linkerarm voor zich uit te strekken, nauwelijks, heel licht met haar vingers tegen zijn borst te duwen en langzaam van het bed op te staan waarbij ze steeds verder bij hem vandaan ging en hem steeds onbeweeglijker aanstaarde. Haar ontzetting sloeg plotseling ook op hem over: precies dezelfde schrik tekende zich ook op zijn gezicht af, precies zo begon ook hij naar haar te staren, en bijna zelfs met datzelfde kinderlijke glimlachje.

‘Heb je het geraden?’ fluisterde hij ten slotte.

DOSTOJEVSKI, Fjodor M, Misdaad en Straf, Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam, 2007, 428-429.

Advertenties