“I want to see mountains again. Mountains, Gandalf!”

door Prachtige Pjotr

‘Wat is het doel van de bergbeklimming?’ vroeg de Franse esotericus René Daumal zich af toen hij zijn werk Le Mont analogue. Roman d’aventures alpines, non euclidiennes et symboliquement authentiques schreef. Een mens riskeert het vege lijf om die ontzagwekkende kolos die voor hem opdoemt en hem uitdaagt, beklimt dramatische verticale rotsmuren en springt over verraderlijke gletsjerspleten om de top te bereiken. Het is onmogelijk verder te gaan, noch te blijven op de pieken. Te temperatuur is te laag, de zuurstof te schaars om er te blijven leven. Een storm broeit in het oosten. Je moet er terug af, naar beneden. Wéér naar beneden, waar je vandaan komt. Wat is het punt? “Het hoge kent het lage, maar het lage kent het hoge niet”, stelt Daumal vast. Geheel in de stijl van Nietzsche’s Zarathoestra. Deze wil terug afdalen van de hoge berg waar hij tien jaar afgezonderd leefde, om de beker van de wijsheid te ledigen en terug mens te worden.

Bergen zijn altijd al symbolen van verering geweest in de menselijke cultuur. Sommige bergen zijn zelfs tot op de dag van vandaag verboden terrein en mogen niet beklommen worden. De berg is dus niet zomaar een samenbotsing van tektonische platen. Het heeft een betekenisgevende rol te spelen voor de mensen die erom heen wonen en zelfs voor mensen die van heinde en ver komen om de berg te bewonderen. Daarom werd de berg beschouwd als een sacrale ruimte, waar talloze legenden over geschreven werd. Ook vandaag nog, wanneer andere ruimtes worden ontheiligd door de aanwezigheid van de moderne cultuur, biedt de onverbiddelijkheid van de berg schutting en mogelijkheden om vruchten te plukken die elders niet meer mogelijk zijn.

De berg geeft volgens de Italiaanse klimmer Renato del Ponte aan de mens de kans ‘zijn innerlijke demonen te bestrijden; de angst van de eenzaamheid, de stilte en de leegte te overwinnen; het goddelijke in de mens te ontwaken; de kracht van de overstijging te geven om naar de top van het zelf te klimmen’. De onverbiddelijkheid van de berg en de overwinning ervan is een school van innerlijke versterking. De berg kent geen compromissen en vergeeft de zwakkeren en onzinnigen niet. In deze zin, meent de traditionalist Julius Evola, wordt de beklimming van de berg een vorm van ascetisme. Het bereiken van de zetel van de Goden is een manier om hen sub specie interioritatis terug te ontwaken. Door ervaring en opoffering wekt men de mythe terug tot leven. Daumal ziet deze ‘vorm van praktische metafysica’ zelfs als een vorm van kunst in de traditionele betekenis van het woord: “de realisatie van bijzondere kennis door actie”.

Tot slot laat ik Zarathoestra zelf spreken, een trouwe reisgenoot voor iedereen die zich in de bergen begeeft:

“O hemel boven mij, gij klare! Diepe! Gij licht-grond! U aanschouwend huiver ik van goddelijke begeerten.

In uw hoogte mij te werpen – dat is mijn diepte! In uw klaarheid mij te bergen – dat is mijn onschuld!

[…]

En reisde ik alleen: naar wie hongerde mijn ziel in nachten en op doolpaden? En beklom ik bergen, wie zocht ik ooit op bergen, zo niet u?”

(“Voor zonsopgang”, Aldus sprak Zarathoestra)

 

P.

 

Aanbevolen literatuur:

Friedrich Nietzsche, Also sprach Zarathustra

René Daumal, Le Mont Analogue. Roman d’aventures alpines, non euclidiennes et symboliquement authentiques

Julius Evola, Meditazioni delle vette 

Advertenties