Herfstzinnen

door Prachtige Pjotr

Ach, mens, hoe heerlijk is het de machtige gloed van een gouden oktoberzon over het Brabantse land te zien rollen en te beseffen dat je niet de halve wereldbol moet afreizen om iets magisch te beschouwen! De bomen tooien zich in hun gouden gewaad, een triomfale aanblik voor ze van de bühne verdwijnen en een winterse slaap ondergaan en wachten op hun hergeboorte. De zuigende olielamp wordt aangestoken, die knappert en de verlichte kamer vult met de aardse geur van petroleum. De wind speelt langzaam met de satijnen ochtendnevel, die als een transparant gewaad sensueel danst over bedauwde velden. Zwijgende avonden treden aan, terwijl de zon beduidend lager hangt en door haar kortstondige omwentelingen steeds minder warmte uitboezemt. De wind ruist steeds koeler door de sparrebossen en de afgeworpen bladeren van de bomen vormen een natuurlijk tapijt met een zoete geur.

“Het is mooi zo”, denkt de zwerver. “De aarde verstilt. De mens verstilt. Het rusteloze gesuis van insecten neemt af, de tijd verlangzaamt en het land zinkt in een diepe, lange slaap”. De zwerver trekt niet langer verder. Hij zoekt zijn toevlucht in de buurt. Daar waar de dieren bijeengedreven worden, daar waar de warmte opstapelt binnen houten schuren. Waar de mensen stil zijn en fluisteren bij het haardvuur en de vreemdeling een stuk brood en wat wijn aanbieden. “Nu mogen de winterse dagen komen”, denkt hij, terwijl hij het vuur wild ziet dansen. “Ik wil roerloos wezen in de diepe, stille nacht”.

P.

Advertenties