“Wellust werd de worm gegeven!”

door Prachtige Pjotr

Noot: Over twee weken begin ik terug aan De Broers Karamazov. Het zal het vierde jaar zijn dat ik terug aan het boek begin (en zal eindigen). Het is mijn favoriete boek. Een favoriet boek is zoals je dierbaarste geliefde, denk ik soms. Er zijn talloze potjes en dekseltjes, maar toch overtuig je jezelf ervan dat er maar één dekseltje bestaat dat op slechts één potje past. Hetzelfde geldt voor boeken. Het gaat om een aantrekkingskracht die je niet kan verklaren. Hieronder een tekst die misschien wel, misschien niet, een deel van het geheim van mijn aantrekking tot dit magische boek kan ontsluieren.

 ————————————————————–

“En ik ben zo’n worm, broer, dat is speciaal over mij gezegd. En wij, Karamazovs, zijn allemaal net zo, ook in jou, engel, leeft die worm en veroorzaakt stormen in je bloed. Stormen, omdat de wellust een storm is, erger dan een storm!”

De westerse geest staat lijnrecht tegenover de Russische ziel, meent Dostojevski. De gebroeders Karamazov van zijn gelijknamige roman zijn daar een goede illustratie van. Het verhaal vindt plaats in het Russische provinciestadje Skotoprigonjevsk, een universum waar de Rede slechts theoretische nonsens lijkt. Het hoofdverhaal draait rond de moord op de ontaarde en stompzinnige vader Fjodor Pavlovitsj Karamazov, hoewel er onzekerheid heerst over zijn moordenaar. Zijn zoon Dmitri is de hoofdverdachte, die met zijn vader een onenigheid heeft rond een erfenis en een jonge vrouw genaamd Groesjenka. Naast Dmitri (Mitja) wordt ook het bastaardkind annex dienstknecht Smerdjakov in verband gebracht met de moord. Deze werd besmet met het amoralisme van Ivan uit Fjodors tweede huwelijk. Ivan is een raadselachtige, verwarde atheïst die auteur is van ‘de grootinquisiteur van Sevilla’. Daarin sleept hij Jezus voor de inquisitie omdat hij de mensheid met iets onmogelijks heeft opgezadeld, namelijk vrijheid.

Het verhaal culmineert in een rechtbankdrama waarin de begrippen moraal en waarheid zorgvuldig worden behandeld en uiteindelijk een vonnis wordt gesteld. Religie speelt een sleutelrol in het boek, die een stabiliserende factor is en een gemeenschap aan elkaar smeedt. Recente filosofische dwalingen en een groeiend individualisme schudden deze gemeenschap echter stevig door elkaar. Dostojevski laat de eclatante twisten in het provinciestadje afwisselen met gebeurtenissen die zich afspelen in het klooster, dat zich net buiten de stad bevindt. In de beschrijving van het contemplatieve en mystieke leven van ‘Aljosja’ Karamazov, de jongste zoon van de patriarch, en starets Zosima ziet Dostojevski een ideaalbeeld van de verloren harmonie. Maar ook in deze harmonische gemeenschap gebeuren vreemde dingen, die de kosmische orde verstoren.

Het religieuze element moest en zou de ‘goede Russische ziel’ karakteriseren. De ongelovigen doet de personages in het boek belanden in een maalstroom van slecht verwerkte ideeën die hun oorsprong vinden in de West-Europese Verlichting. Zij leiden vooral tot de ondermijning van het traditionele geloof zonder daar een alternatief tegenover te stellen. Daardoor lijkt Dostojevski de tragische zin van het leven te begrijpen door de hand van de wijsheid van het hart en niet door de Rede, dat de waarheidszoekende mens enkel op een dwaalspoor zou zetten. In het boek zijn de atheïsten gemartelde individuen die niet wegraken van de gemeenschap maar er ook niet naar terug kunnen. In de negentiende eeuw bestond de opvatting dat monniken parasieten, genotzoekers, wellustelingen en onbeschaamde vagebonden waren. Dostojevski wist dat dit beeld niet klopte. Zijn jeugd had hij doorgebracht in een diepreligieus huishouden en ieder jaar had hij zijn ouders vergezeld op hun pelgrimstocht naar het Drievuldigheidsklooster van de Heilige Sergius buiten Moskou.

Dostojevski toont duidelijk de complexiteit aan tussen destructieve vader-zoonrelaties, de stormachtige discrepantie tussen westerse en Slavische maatschappijbeelden en atheïsme en het geloof. Hij komt echter niet prekerig over. Het boek is een odyssee waarin hij zijn filosofische vraagstukken uitvoerig uitwerkt, maar op een manier dat de personages zelf op zoek zijn naar de waarheid. Het is deze subtiele zoektocht naar vraag en antwoord die het boek zo bijzonder maakt, omdat de verleiding tot atheïsme zo reëel en overtuigend lijkt alsof Dostojevski zelf een atheïst is geworden.

De latente maatschappijkritiek die Dostojevski levert is subtiel maar krachtig. Zo klaagt hij het westerse rationalisme aan omdat ze geen ruimte overlaat aan de spirituele dimensie. Deze is volgens hem net cruciaal. Voor hem is de Rede niet de hoogste vorm van kennis. Daarom staan figuren zoals Ivan Karamazov en zijn broer Aleksej zo sterk in contrast met elkaar, ondanks hun familiebanden. De ene is compleet het noorden kwijt en de andere wordt door velen bewonderd voor zijn oprechtheid. Door de zwaarmoedige manier van schrijven is het geen gemakkelijk boek om te lezen. Maar het laat een stevige indruk na bij de lezer. Het is een van die literaire meesterwerken die maandenlang blijft nazinderen. Bovendien eindigt het boek met een relatief positieve noot, waarbij de actoren in waardigheid groeien. Ondanks de duistere gedachten die in het boek verschijnen, geloofde Dostojevski dat Rusland ooit haar eigen twijfels en haar eigen onwerkelijkheid zou overstijgen en moreel superieur zou staan tegenover het Westen. Wellicht had hij nooit durven denken dat dit in de vorm van een communistische staat zou zijn.

 

P.

Advertenties