De laatste momenten van een verstoten zeeman

door Prachtige Pjotr

Schilderij van Hayato Jome (Japan)

Schilderij van Hayato Jome (Noboru and the Chief) (Japan)

“De roep van het Grote Doel, een andere naam voor de tropische zon; en de dappere tranen van de vrouwen, en het donkere verlangen, en de zoete macht die hem naar het toppunt van mannelijkheid dreef – dit alles was nu voorbij, afgedaan.

‘Wilt u thee?’ klonk de hoge, donkere stem van de leider achter hem.

‘Graag …’. Ryuji peinsde door, zonder zelfs zijn hoofd om te draaien. Hij herinnerde zich de eilanden waar hij geweest was. Makatea in de Stille Zuidzee en Nieuw-Caledonië. De Antillen: een poel van loomheid en droefgeestigheid, wemelend van roofvogels en papegaaien en, overal waar je maar keek, palmen. Keizerpalmen. Wijnpalmen. Oprijzend uit de pracht van de zee was de dood op hem neergestreken als een donkere donderwolk. Een visioen van de dood, nu voor eeuwig buiten zijn bereik, een majesteitelijke, roemrijke, heroïsche dood, vervulde zijn brein met vervoering. En als de wereld juist gemaakt zou zijn voor deze stralende dood, waarom zou de wereld er dan ook niet aan ten onder gaan?

Golven, zo lauw als bloed, binnen een atol. De tropische zon die door de lucht schalde als de roep van een koperen bazuin. De veelkleurige zee. Haaien …

Nog iets verder, en Ryuji zou er spijt van hebben gehad.

‘Hier is uw thee.’ Noboru bood hem van achteren een donkerbruin plastic bekertje aan, ter hoogte van zijn wang. Afwezig nam Ryuji het aan. Hij zag dat Noboru’s hand licht beefde, zeker van de kou.

Nog steeds verzonken in zijn droom dronk hij de lauwe thee op. Die had een bittere smaak. Roem, zoals iedereen weet, heeft een bittere smaak.”

MISHIMA, Yukio, Een zeeman door de zee verstoten, Meulenhoff, Amsterdam, 2007, 152.

Advertenties