De Wanderlust tussen het profane en het sacrale

door Prachtige Pjotr

“Rönne wanted to go to Antwerp, but how, without corrosion? He could not come to lunch. He had to say he could not come to lunch today; he was going to Antwerp. To Antwerp, the listener would be wondering? Contemplation? Reception? Perambulation? That seemed unthinkable to him. It purported enrichment and construction of the soul“.

Enrichment and construction of the soul – that was what the old world was doing roundabout, unmoved by the far-reaching collapse of the times that enfeebled Rönne. The old world was still sitting in the officers’ mess, eating – as we shall soon see – of a tropical fruit, and waging wars, but he could not longer take part in it. In an age of rockets casually refueling on stars, of Cook’s paving the jungle for guided tours, of polar distance shrinking to short-haul rates and dowagers competing in Himalayan excursions, Rönne’s travel urge met with an inner resistance.

Gottfried Benn, “The way of an intellectualist” in Primal Vision.

 

© Peter Verheyen

De historicus Stephen Kern duidt aan dat het verschil tussen de profane en sacrale ruimte in de negentiende eeuw vervaagde door de secularisering[1]. Deze opmerking verbindt hij met de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche, die God doodverklaarde[2]. De bruggen tussen de wereldlijke, profane wereld en de transcendente, sacrale wereld werden hierdoor verbroken. Cultuurfilosoof Julius Evola beaamde eveneens deze ‘ontologische breuk’, voor hem duidde dit zelfs op een onderscheid tussen een moderne en traditionele beschaving[3]. Ook de Vlaamse letterkundige Ernest Van der Hallen merkte deze vervaging op, door in Brieven aan een jonge vriend de cultuur aan te klagen die God en de godsdienst heeft uitgeschakeld in het leven[4]. Een belangrijk gevolg van deze vervaging was de bedreiging van profane inmenging van de sacrale ruimten van Evola en Van der Hallen.

Vooral de toeristen moesten het ontgelden. Lieven De Cauter duidt aan dat zij de genius loci, de ziel van een plek, aantastten[5].  Toeristen bevuilden de sacrale ruimten van Evola en Van der Hallen met materialisme en trivialiteit. Zo leek Van der Hallen eerder teleurgesteld dan opgetogen te zijn over zijn bezoek aan de vele pelgrimsplaatsen in het Britse Mandaatgebied Palestina. De ‘orthodoxe devotiewansmaak’ profaneerde volgens hem de heilige plaatsen in Jeruzalem[6]. Een ander voorbeeld was een verstoorde misviering in de kapel van Sint Helena aan de Golgothaheuvel door ‘een zwerm beenderige Amerikaanse ladies en goudgetande allround sportheren, met een gefezden Cook-gids aan het hoofd […]’[7]. Hij hekelde het ‘Cooktoerisme in zijn meest verfoeielijken vorm’, dat een onjuist beeld vormde op een land[8]. Ook zijn geliefde begijnhof in Lier liep het gevaar in waarde te dalen tot een typische toeristische trekpleister[9]. Evola meende dat de massale toevloed van toeristen naar de bergen zijn ‘heiligdom’ zou bevuilen met een ‘plebejische kwaliteit’. Dit zou het verlies veroorzaken van de spirituele kwaliteit en de waarde van de ervaring van het bergbeklimmen[10]. Zo degenereerde de existentiële en spirituele ervaring van hun sacrale ruimten naar een condition touristique[11].

Toch deelden Evola en Van der Hallen een aantal gemeenschappelijke kenmerken met toeristen. Lieven De Cauter stelt vast dat de hedendaagse toerist twee elementen heeft geërfd van de Romantiek: de reislust als een spiegel van innerlijke onrust en het geloof dat reizen goed is en noodzakelijk om te bekomen van de stress[12]. Hun vlucht naar de sacrale ruimte is daar een illustratief voorbeeld van. Ernest van der Hallen had het vaak over een droom of sprookje, of dit nu in een oase in de Noord-Afrikaanse woestijn was of onder een boom terwijl hij de geschriften van de middeleeuwse mysticus Jan van Ruusbroec[13] aan het lezen was[14]. Door zich voor te doen als zwerver, wilde hij ‘den toerist uit den weg te blijven’[15]. Julius Evola deed zijn best de ‘romantische subjectivistische pathos’ van de moderne mens te ontkennen, omdat hij zich wou spiegelen aan ‘de traditionele mens’ die eerder reële sensaties beleefde in de natuur. In zijn eigen woorden: ‘we may assume that in traditional man the power of imagination was not merely confined to either the material images […] and subjective images, as in the case of the […] dreams of modern man’[16]. Toch onderging hij regelmatig verwondering in de bergen, waar hij net als Van der Hallen een onbeschrijfelijke nostalgie voelde en een diep verlangen naar het oneindige en het vormeloze koesterde[17]. ‘Is het ten slotte toch nog de eeuwige burger in ons’, leek Van der Hallen toe te geven, ‘die ons drijft naar een andere vorm van sensatie […]?’[18].

P.


[1] KERN, Stephen, The culture of time and space 1880-1918., Harvard University Press, Cambridge, 1983, 179.

[2] Zie: NIETZSCHE, Friedrich, De Vrolijke Wetenschap., Arbeiderspers, Amsterdam, 2007.

[3] EVOLA, Julius, Revolt against the modern world., Inner Traditions, Rochester, 1995, xxxii.

[4] VAN DER HALLEN, Ernest, Brieven aan een jonge vriend., L.V. Tijl, Deurne, 1932, 16.

[5] CAUTER, Lieven de, Archeologie van de kick. Over moderne ervaringshonger. Vantilt, Nijmegen, 2009, 139.

[6] VAN DER HALLEN, Ernest, Cheiks, pelgrims en rabbijnen., Het Spectrum, Utrecht, s.d., 68.

[7] Ibidem, 69.

[8] VAN DER HALLEN, Ernest, Oost-Zuid-Oost. Herinneringen aan Libye, Egypte, Syrië en Turkije., Davidsfonds, Leuven, 1941, 76.

[9] VAN DER HALLEN, Ernest, ‘Wat over schoonheid in onze samenleving’, Storm, JG 3, n°11, 1 juni 1921.

[10] EVOLA, Julius, Meditations on the peaks., Inner Traditions, Rochester, 1998, 41.

[11] Archeologie van de kick, 15.

[12] Ibidem, 130.

[13] Jan van Ruusbroec (1293-1381) was een Brabantse priester en kapelaan die in het Middelnederlands mystieke teksten schreef.

[14] VAN DER HALLEN, Ernest, Tusschen Atlas en Pyreneeën., Davidsfonds, Leuven, 1938, 103; AMVC, R 286/B2, Brief van Ernest van der Hallen aan Flor van Reeth op 23 september 1922.

[15] Oost-Zuid-Oost, 5; Tusschen Atlas en Pyreneeën, 115.

[16] Revolt against the modern World, 151.

[17] Meditations on the peaks, 71.

[18] Tusschen Atlas en Pyreneeën, 10.

Advertenties