“Overrompelend; absoluut; totaal”

door Prachtige Pjotr

Ze was er trouwens weer. Die Venusachtige gestalte in mijn dromen, als een Beatrice die me telkens vergezelt. Een wonderbaarlijke fantoom die me bekend voorkomt, maar wiens gezicht altijd verhuld is. En tegelijk ken ik ze als geen ander, en dat vind ik het vreemde: dat het weten en het niet-weten tegelijk voorkwam. Ze is mijn gedroomde zielsverwant, maar ik weet niet welke kleur van ogen zij heeft, of zij een pruillip heeft, een spitse neus of kleine kraaienpootjes rond haar ogen wanneer zij lacht. Ik kan in haar karakter een enorme diepte zien wanneer zij er is, maar kan mezelf niet dwingen om me zo te plaatsen dat ik haar gezicht kan zien. Ik voel haar totaliteit, maar zie het niet. Of zag het wel, maar niet op de manier waarop ik het gewend was.

Ze wordt omgeven door een hemelse geur die ik soms overdag meen te herkennen, wat me doet beseffen dat er een onlosmakelijk verband bestaat tussen de droomwereld en de echte wereld. De schemerzone maakt soms een brug tussen de ene nacht en de andere, en vindt in het ontwaken en de heldere schittering van de dag een geschikt draagvlak. Vaak komt deze geur subtiel aanzetten, zonder waarschuwing. Overrompelend; absoluut; totaal.

De liefde, zo besef ik nu, is een lange, vreemde kronkeling in de menselijke geest. Onbevattelijk, zelfs gevaarlijk, en daarom zo verleidelijk. Iedere man heeft wel een goddelijke Venusgestalte voor ogen. En voor hij haar ontmoet, kent hij slechts kortstondige of onvoltooide relaties. Kort en ontvoltooid genoeg om te beseffen hoe het voelt om begeerd te worden en te begeren, maar niet lang en compleet genoeg om te kunnen vatten waar die wederzijdse begeerte toe kan leiden. Die noodzakelijke volheid ontbreekt. Tot welke verheffing deze volmaakte relatie kan leiden, blijft een groot ongeschonden mysterie. En als hij haar dan ontmoet weet hij het plots. Hij belandt in een staat van kosmische dronkenheid en vertoeft in een sfeer waar enkel het elementaire en het essentiële overblijft.

Ik heb altijd geloofd dat liefde een vorm van verslaving is. Een zoete verslaving aan iemand die aan jou verslaafd is. Die verslaving groeit uit een innerlijk gevoel van onbehagen, van onvoltooidheid. Dat je nooit alleen een “zuivere vrouw” of een “zuivere man” kan zijn. Daarvoor moet je elkaar ontdekken om naar de andere zijde door te breken. Je herontdekt samen een verloren Paradijs, een Essentie die de mensheid lang geleden heeft verloren. Er bloeit een schoonheid vanuit die wederkerigheid die het leven een volmaakte Zin geeft. Een schoonheid zelfs, die het waard maakt om ervoor te sterven. Het is gek te beseffen in welke mate een arbitrair begrip als “schoonheid” een mens in vervoering brengt. En waanzinnig zelfs, wanneer die “schoonheid” door onbegrip en onwetendheid leidt naar vernietigingsdrang en oerchaos.

P.

Advertenties