“2 x 2 = 4 is het begin van de dood”

door Prachtige Pjotr

Dostojevski

Nooit dat gevoel gehad dat als je dat lang verlangde doel bereikt, je met een leeg gevoel in het leven komt te staan? Dat je je afvraagt wat je nu moet doen, en eigenlijk wenst dat je terug in die staat van verlangen bent? Dat het leven op dat moment te perfect is en je liever een gevoel van verbetering ervaart dan een van voldaanheid? Want het voldane lijkt je doods, statisch, afgeborsteld en om eerlijk te zijn overheerst op dat moment een gevoel van inertie en vervreemding. Verlang je dan niet, als ware het vanuit een natuurlijk instinct, terug naar het rusteloze zoeken? Dostojevski heeft bij de aanvang van zijn schrijverschap een opmerkelijk boek geschreven, waar hij qua gewaagdheid niet hoeft onder te doen voor een vurige Nietzsche in het hoogtepunt van zijn filosofische carrière. En hij spreekt in dat vermaarde boek ook van dat bereikte doel, dat “alleraardigst dingetje” dat zoveel angst inboezemt.

“En wie weet (maar en kan er niet voor instaan), misschien bestaat het hele doel, waarnaar het mensdom hier op aarde streeft, in het onafgebroken proces van het streven, anders gezegd – in het leven zelf, maar niet in een bepaald doel, dat natuurlijk niet anders kan zijn dan 2 x 2 = 4; dat is: een formule, maar 2 x 2 = 4 is niet het leven, maar het begin van de dood.

De mens is tenminste altijd bang geweest voor dit 2 x 2 = 4, en ik ben er nu ook bang voor. Laten we aannemen, dat de mens niet anders doet, dan dat 2 x 2 = 4 opzoeken, dat hij oceanen overzwemt, zijn leven opoffert om het te vinden, maar dat hij het werkelijk zal vinden; mijn God, daarvoor is hij bang. Want hij voelt, dat, als hij het gevonden heeft er dan niets meer te zoeken is.

Als arbeiders hun werk geëindigd hebben, krijgen ze tenminste geld, ze gaan naar de kroeg, ze worden opgebracht; nu, daarmee is dan hun week gevoeld. Maar waar moet de mens heengaan? Elke keer, als hij zulk een doel bereikt heeft, kan men opmerken, dat hij zich niet op zijn gemak voelt. Van streven houdt hij, maar van het bereiken in ’t geheel niet, en dat is ten slotte hoogst belachelijk.

In één woord, de mens is komisch geschapen; in dat alles schuilt blijkbaar een grap. 2 x 2 = 4, dat is het allerondraaglijkste, 2 x 2 = 4 is, naar mijn mening, alleen maar een onbeschaamdheid; 2 x 2 = 4 kijkt als een fat, staat dwars op uw weg met de handen in de zij en spuwt. Ik ben er het mee eens, dat 2 x 2 = 4 een voortreffelijk ding is, maar als men toch eenmaal aan het prijzen is, dan vind ik  2 x 2 = 5 soms ook een alleraardigst dingetje.”

DOSTOJEVSKI, Fjodor, Memoires uit het souterrain, J. Meulenhoff, Amsterdam, 1961, 44-45.

Advertenties