“Het was alsof er eeuwenlang niets was gebeurd”

door Prachtige Pjotr

In 806 trok de Abbasidische kalief Harun al-Rashid ten strijde tegen de Romeinen, precies langs dezelfde weg die de Sassanidische koning Kavad I enkele eeuwen eerder had genomen tegen dezelfde vijand. Beide heersers trokken regelmatig ten strijde tegen Rum, verrichten lange belegeringen en namen vestigingen in. En weer later veroverden de Romeinen datzelfde stukje terug. Een lange stellingenoorlog avant la lettre, lijkt het wel. En dan was er weer vrede, die niet veel later wankelde om terug uit te barsten in een oorlog. En dan weer dat hele vredesproces met talloze diplomaten in praalkledij die ontvangen werden in de luisterrijke ontvangstruimtes van Constantinopel en Damascus. Het hof gold als een geïdealiseerde microkosmos, om de gastheren zoveel mogelijk te imponeren over de universele macht van de heerser door wie zij zo genadig werden ontvangen. Wanneer islamitische gezanten naar Constantinopel kwamen hanteerden de Romeinse keizers diplomatische handleidingen over hoe Sassanidische diplomaten werden ontvangen. Een breuk in de internationale hofcultuur leek dus niet te bestaan, de ene elite nam de gebruiken van de andere over. De eigenzinnige en symbiotische confrontatie tussen de “Twee Ogen” van de wereld ging onverminderd voort, ook al was er ongelofelijk veel veranderd.

Kosrow II, een van de laatste koningen van de Sassanidische dynastie beschreef de relatie tussen zijn huis en Constantinopel in een brief aan de Romeinse keizer Maurikios als volgt:

“God bracht tot stand dat vanaf het begin de hele wereld verlicht zou moeten worden door twee ogen, namelijk dat van het meest krachtige koninkrijk van de Romeinen en dat van de meest omvattende scepter van de Perzische Staat. Door deze machtigste rijken worden de opstandige en oorlogszuchtige stammen gefnuikt en de koers van de mensheid continu gereguleerd en geleid”.

Het Westerse Romeinse rijk en het Oosterse Perzische rijk deelden dus een kosmisch ideaal van universeel koningschap. Hoewel dit vaak leidde tot bloederige conflicten waarbij keizers gedood en zelfs gevild werden (Sjapoer I die keizer Valerianus overwon), ontstond ook een drukke interculturele uitwisseling die invloed had op de hele regio.

Dat het Sassanidische koninkrijk tien jaar na haar meest verbluffende gebiedsuitbreidingen zou gemaald worden door de tanden van de geschiedenis had niemand voor ogen. Bij aanvang van de zevende eeuw veroverde Kosrow II immers grote delen van Syrië, Anatolië, Egypte en Palestina. Sinds Cyrus de Grote heeft geen enkele Perzische koning zo sterk zijn gebied uitgebreid. Het Romeinse rijk leek op de afgrond te balanceren, maar in de vier jaren dat de Romeinse keizer Heraclius, een geboren vechter van Armeense afkomst, zou afwezig zijn in Constantinopel werd de Sassanidische opmars fors gestuit en zwaar teruggeslagen. De keizer vertrappelde zelfs het heilige “Vuur van de Hengst”. Toen Kosrow II na een aantal zware nederlagen gevangen werd door twee zoons van de Parthische generaal Shahrbaraz, lieten ze hem een aantal dagen verhongeren in zijn paleis met niets anders dan een berg goud en diamanten voor zijn neus, voor hij met pijlen werd doorboord. Het Sassanidische rijk, dat enkele jaren daarvoor over een voortreffelijk leger beschikte en gold als een wereldrijk, zakte weg in een staat van verval en anarchie. Toen de achtjarige Yazdagird III aan de macht raakte, stonden de aanhangers van een nieuw monotheïstisch geloof te trappelen om de restanten van het machtige rijk te veroveren.

Op de ruïnes van het Sassanidische koningshuis verrees het Ummayadische islamitische kalifaat, dat onder leiding van Abd al-Malik een sterk ambtenarenapparaat uit de grond stampte en een islamitisch belastingssysteem instelde. De staatsvorming onder al-Malik consolideerde de Arabische overmacht, die bij aanvang wankel was. Net zoals het vroege christendom werd de vroege islam geplaagd door theologische conflicten die een hele wirwar aan geloofsinterpretaties produceerde. Na een bloederige strijd was de fitna, de “beproeving” tot een einde gebracht. Een orthodoxe interpretatie geldt als een voorwaarde van stabiliteit, zo blijkt. Hoewel de vroomheid van vroegere heidense heersers niet minder sterk was dan die van monotheïstische heersers, lijkt er toch iets fundamenteels veranderd te zijn aan de manier waarop heersers omgaan met religie.

Deze machtsomwenteling die het einde aankondigde van de Oudheid zorgde ook voor een Arabisering van de veroverde gebieden, want de Arabische taal werd als heilig geacht als het woord van God. Men zou gemakkelijk denken dat na al deze bruuske veranderingen geen spaander zou overblijven van het Sassanidische erfgoed. Dit was geen vervanging van heerschappij door een andere Indo-Arische stam, zoals eerder in de geschiedenis gebeurde, maar wel door een heel ander wereldbeeld. De Zoroastrische mobeds moesten halsoverkop vluchten of zagen zich gedwongen om zich te bekeren tot de islam of het christendom. In sommige gevallen werden exorbinante giften verwacht, die de oorlogskas moesten spijzen. Voor de aanhangers van Ohrmazd moest de Arabische inval zeker als het einde der tijden lijken. Maar ook christenen, joden en moslims waren die mening toegedaan.

Oude gewoonten zijn echter hardnekkig, wat vooral voor de Iraanse cultuur geldt in dit opmerkelijk tijdperk van verandering. Neem nu bijvoorbeeld de taal. In vele andere landen werd de enige taal Arabisch, zo succesvol was het staatsapparaat van de kaliefen. Zo niet in Iran. De taal onderging wel degelijk een grote verandering onder invloed van het Arabisch, zo wordt tot op heden de taal bijvoorbeeld in Arabisch schrift geschreven en vele leenwoorden komen uit het Arabisch. De taal overleefde echter omdat de sprekers hun taal heruitvonden naar een veel eenvoudigere vorm van Perzisch (Farsi), net zoals de Engelse taal transformeerde nadat Willem de Veroveraar triomfeerde in 1066.

En de overheersers? Zij deden vrolijk mee met deze renaissance. Enkele eeuwen na de verovering van het Sassanidische rijk hadden Abbasidische kaliefen veel weg van de Perzische shahansjah’s, wanneer zij vertoefden in hun lusthoven en even ijdel waren als hun voorgangers. De Perzische culturele reconquista nam dan ook tijdens en na hun kalifaat een hoge vlucht, toen een sterker verschil zich begon af te tekenen in de architectuur van steden en moskeeën. De kosmokratische idealen die voor de komst van de Islam de Sassanidische hofcultuur bepaalden werden door de Ummayaden en hun Abbasidische opvolgers gretig opgenomen en heruitgevonden. Zodra de Romeinen in de loop van de zevende eeuw herstelden van de schok van de Arabische invallen, leek het alsof er nooit iets was gebeurd, en de fragiele maar extensieve cultuuruitwisseling tussen Oost en West terug op gang kwam. Het lijkt of er niets veranderd was, maar het was wel een wereld van verschil.

P.

Bronnen:

CANEPA, Matthew, The two eyes of the earth. Art and ritual of kingship between Rome and Sasanian Iran, University of California Press, Berkeley, 2009.

AXWORTHY, Michael, Iran. Empire of the mind. A history from Zoroaster to the present day, Penguin Books, London, 2007.

HOLLAND, Tom, Het Vierde Beest. God, de strijd om de wereldmacht en het einde van de oudheid, Athenaeum, Amsterdam, 2012.

Advertenties