Het dagboek van een groot zondaar

door Prachtige Pjotr

Ik heb gezondigd. En niet zomaar. Het voelt aan alsof ik een wereldomspannende zonde heb begaan. Sedert enkele jaren ben ik me bewust van de kostbaarheid van iedere druppel Tijd. Op ieder moment glijdt ze uit je handen en is ze onherroepelijk verloren gegaan. De enige tijd die je werkelijk in je handen hebt is nu juist gepasseerd bij het lezen van deze zin. Een constante bewustzijnsstroom die staat en valt tegelijkertijd. Dat schept eigenzinnige mogelijkheden. Gisteren heb je gehad, morgen heb je per definitie niet in handen. Goed. Ik heb ze dus verspild, zonder van die mogelijkheden gebruik te kunnen maken. Vaarwel, Tijd.

Soms lijkt het of mijn ambitie wordt gefnuikt door een innerlijke demon. Wanneer ik plannen heb om mezelf te wijden aan zielenbouwkunde, ontstaat er een verlokkende luiheid in mezelf die me tot een slaapachtige toestand dwingt. Hoewel ik me bewust ben van de creatieve mogelijkheden van mijn eigen geest, zoals ik in mijn manifest heb uitgeschreven, lijk ik vaak over te schakelen op een automatische piloot die mijn Zelf uitschakelt. Ik begrijp het nut ervan in bepaalde en specifieke omstandigheden. Maar de afgelopen dagen was niet van toepassing.

Bovenstaande is een fundamentele paradox waar ik mee worstel. Zij die zich het meest bewust zijn van de zonde zijn de grootste zondaars. Dat idee ben ik al enkele keren tegengekomen in de werken van Dostojevski, met name vooral De Broers Karamazov. Lijden als een fundamenteel principe voor de zielenheil. Ik moet een manier zien te vinden om uit deze paradox, die me vaak verschalkt in haar netten en me tot de acedia dwingt, iets te vervaardigen dat de Maalstroom kan weerstaan. Mijn cultuurkritiek is daarom de laatste jaren verschoven van een maatschappelijke kritiek naar een kritiek die betrekking heeft op mijn Zelf. Ik stel de zondige aard van mijn bestaan vast. Wat daarop volgt is de noodlottige vraag wat ik ermee moet aanvangen. Wat nu?

P.

Advertenties