Hegel, Ik en een ander

door Prachtige Pjotr

“Het zelfbewustzijn bereikt slechts zijn bevrediging in een ander bewustzijn (…). Het is op en voor zichzelf, wanneer en doordat het voor een ander op en voor zichzelf is, d.w.z. het bestaat slechts als iets, dat erkend wordt” (G.W.F. Hegel, Phänomenologie des Geistes, 1807)

Hegel bouwt bij dit citaat een noodzakelijke brug tussen onszelf en de wereld daarbuiten. Een mens “stelt” zichzelf immers niet op eigen houtje vast, daarvoor is een dialectisch proces nodig dat hem naar een groeiende zelfontvouwing brengt. Wanneer alleen ikzelf mijn eigen Ik erken, treedt naderhand vervreemding op. Het moet immers ongelofelijk frustrerend zijn dat je in geen enkel opzicht erkend wordt. Deze vervreemding doet afbreuk aan je zelfbewustzijn. Het is pas door onszelf af te toetsen aan de buitenwereld en aan de “andere” dat ik tot een concreet zelfbewustzijn kom. De strijd voor erkenning, stelt de Franse filosoof Paul Ricoeur vast, gaat er immers om dat ik van de ander het bewijs krijg dat ik een zelfstandig bewustzijn ben. “Welbedankt, meneer en mevrouw, dankzij onze onderlinge dialectische conflictsituatie ben ik wie ik ben. En bemoeit u zich daar verder liever niet meer mee, ik kijk reeds uit naar een andere confrontatie”. Op deze manier leiden deze continue confrontaties met anderen tot een sterker zelfbewustzijn waarmee ik mezelf kan positioneren in de wereld. Wat dat betreft hebben we dus elkaars subjectiviteit in handen. Stel je dat eens voor! Misschien kan ik daaruit afleiden dat wij de maskers opzetten die de Andere voor ons houdt?

P.

Advertenties