Water uit een schedel II

door Prachtige Pjotr

In het Hossoboeddhisme gaat een verhaal over een jonge asceet die naar de heilige Kaeyoberg gaat om de leer van de Boeddha te bestuderen. Onderweg slaapt hij op een begraafplaats, wordt wakker met een ongelofelijke dorst en schept water uit een nabijgelegen kuil. Water smaakte nooit eerder zo fris en zuiver, dacht hij. Toen het licht werd keek hij naast zich en bleek  uit een schedel gedronken te hebben. Aanvankelijk moest hij braken, maar achteraf besefte hij iets: wat als ik nu even tevreden was met water uit een schedel als uit iets anders? 

Deze korte passage zegt veel over het menselijke bewustzijn. Zij treedt in dit geval op als een remmende factor, geconditioneerd door een veelheid aan factoren. Bewustzijn is mogelijkheden aftasten; een speelveld betreden waarin de werkelijkheid telkens opnieuw wordt herschapen. We vinden de werkelijkheid vanzelfsprekend en ervaren haar vaak zonder dat we daar echt bewust van zijn, maar pas voorbij haar evidentie besef je haar rijkdom. Dat is wat de jonge asceet doet. Bewustzijn is in dat opzicht een werkproject: de aan en door ons opgelegde grensbepalingen verleggen en, indien mogelijk, de wereld op eigen termen verkennen en veroveren. Dé uitdaging is ervoor zorgen dat we van dit werkproject bewust zijn.

Trouwens. Zou de jonge asceet opnieuw van het water durven drinken en er tevreden mee zijn?

P.

Advertenties