Parijs, 21 januari 1942

door Prachtige Pjotr


Op bezoek bij Charmile in de rue Bellechasse.

De klok loopt sneller bij zulke gesprekken – net als vroeger in de oerwouden. Voor dat effect zijn diverse factoren nodig – schoonheid, volledig geestelijk contact en nabijheid van gevaar. Ik probeer dan het verloop te vertragen door reflectie. Die remt het smalle rad van de tijd.

Ik vind een mens – dat is net zoiets als: ‘Ik ontdek de Ganges, Arabië, de Himalaya, de Amazone’. Ik dwaal in zijn geheimen en uitgestrektheden en haal schatten uit hem te voorschijn, en daarbij verander ik en leer ik. In die zin, vooral in die zin, worden wij mede door onze naasten, door onze broeders, vrienden, vrouwen gevormd. In ons blijft het vermoeden van andere klimaten hangen – zo sterk dat ik bij sommige ontmoetingen voel: ‘Deze man moet die-en-die hebben gekend’. Zoals de goudsmid zijn teken graveert in zijn juwelen, zo brengt het contact met een mens een merkteken in ons aan.

JÜNGER, Ernst, Parijse dagboeken 1941-1943, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1986.

Advertenties