Marguerite Yourcenar & Zeno de pelgrim

door Prachtige Pjotr

‘Ik ga richting Alpen’, zei Henri-Maximilien.

‘Ik richting Pyreneeën’, zei Zeno.

Ze zwegen. De vlakke, door populieren omzoomde weg, opende voor hen een stukje van het vrije heelal. De avonturier van de macht en de avonturier van de kennis liepen zij aan zij.

‘Kijk’, vervolgde Zeno. ‘Voorbij dat dorp andere dorpen, voorbij die abdij andere abdijen, voorbij dat fort andere forten. En in elk van die gedachtenkastelen, in elk van die wankele bouwsels van persoonlijke meningen die zich verheffen boven de wankele bouwsels van hout en boven de kastelen van steen, sluit het leven van de dwazen op en opent een poortje voor de wijzen. Aan gene zijde van de Alpen, Italië. Aan gene zijde van de Pyreneeën, Spanje. Aan de ene kant het land van Della Mirandola, aan de andere kant dat van Avicenna. En nog verder de zee, en aan de overkant van de zee, aan andere oevers van de onmetelijke vlakte, Arabië, Morea, Indië, de twee Amerika’s. En overal dalen waar men geneeskrachtige kruiden kan plukken, rotsen waar zich de metalen verschuilen die elk voor zich een fase van het Grote Werk symboliseren, toverformules, tussen de tanden der doden gelegd, goden waarvan elk zijn belofte heeft, mensenmassa’s waarvan elk individu zichzelf voor centrum van het heelal houdt. Wie zou zo dwaas zijn te sterven zonder althans zijn gevangenis te hebben verkend? Je ziet, broeder Henri, ik ben werkelijk een pelgrim. De weg is nog lang, maar ik ben jong’.

YOURCENAR, Marguerite, Het Hermetisch Zwart, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1983, 13-14.

Advertenties