Parijs, 10 augustus 1942

door Prachtige Pjotr

’s Nachts dromen over de loopgraven in de Eerste Wereldoorlog. Ik was in de ondergrondse schuilplaats, maar ditmaal zaten daar ook kinderen, aan wie ik prentenboeken liet zien. Toen stapte ik naar buiten en ging in een bomtrechter liggen. De aarde was tot poeder gezeefd door projectielen. Ik wreef de droge kruimels tussen mijn handen en herkende ze dusdoende als de materie waaruit wij komen en waarheen wij weer terugkeren. Ik onderscheidde ze nauwelijks van mijn lichaam en van mijn hand. Ik lag daar als een mummie te midden van mummiestof.

JÜNGER, Ernst, Parijs Dagboek 1941-1943, Amsterdam, Uitgeverij De Arbeiderspers, 1986, 137.

Advertenties