Oswald Spengler: de soldaat van Pompeï

door Prachtige Pjotr

Wij zijn in dezen tijd geboren en moeten dapper den weg, die voor ons bestemd is, ten einde gaan. Er is geen andere. Op de verloren post blijven zonder hoop, zonder redding, is plicht. Volhouden als die Romeinsche soldaat, wiens gebeente men voor een poort in Pompeij gevonden heeft, die stierf, omdat men bij de uitbarsting van de Vesuvius vergeten had, hem af te lossen. Dat is grootheid, dat is ras hebben. Dit eervolle einde is het eenige wat men den mensch niet ontnemen kan.

Wie nog twijfelt aan het cultuurpessimistische gehalte van de Duitse beschavingsdenker Oswald Spengler heeft aan dit citaat genoeg om andermaal te denken. De filosofie die hij in zijn magnum opus Der Untergang des Abendlandes uiteenzet spreekt over organische cultuurvormen die noodzakelijk ten gronde moeten gaan. Het Westerse, “Faustische” model, bevindt zich volgens Spengler in de wintertijd van de beschavingscyclus. Hier loopt alles ten einde. Kunst heeft geen betekenis meer, de mentale samenhang van de beschaving is uitgeput. Toch ziet Spengler in dit schemerende avondland in de Romeinse soldaat van Pompeij een waardevol zinnebeeld van de laatste mens. Ook al gaat hij ten onder, dan wel op de manier waarop hij zelf verkiest te gaan.

SPENGLER, Oswald, De mensch en de techniek, vertaald door Dr. K.F. Proost, Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmij N.V., 1931, p. 88

Advertenties