Parmenides’ ontologische keerpunt

door Prachtige Pjotr

Toen Parmenides van Elea zijn filosofische inzichten in een hexametrisch gedicht plaatste was de pre-Socratische filosofie gekomen tot een synthesemoment. Heraclitus probeerde het materialisme van de Milesische natuurfilosofie te combineren met het Pythagorese formalisme. De eerste probeerde de kosmos te verklaren aan de hand van een oerstof, terwijl Pythagoras een mathematische grondstructuur van de metafysica uit de grond stampte. Aan de hand van de haast metafysische oerstof vuur vatte Heraclitus het idee van een goddelijke logos die de wereld bezielt.

Voor Parmenides was de synthesepoging van Heraclitus echter ontoereikend en bracht hiertegen een ontologisch keerpunt in stelling: we kunnen de kosmos enkel begrijpen als een abstract Zijn. Heraclitus’ synthese wordt in Hegeliaanse zin afgewerkt en aufgehoben:  het Zijnde vindt zijn verklaring louter in zichzelf en niet in een materiële, sensibele wereld die toch niet gekend kan worden. Parmenides maakt een strikte scheiding tussen het denken en de zintuigelijke ervaring, respectievelijk de intelligibele en de sensibele wereld. Zie in navolging hiervan ook René Descartes’ scheiding tussen de res cogitans en de res extensa of de fenomenale en noumenale wereld van Immanuel Kant.

De sensibele wereld is een contingente wereld van ontstaan en vergaan, veelheid, beweging en verandering. We kunnen haar ervaren door onze zintuigen, maar het logische denken leert volgens Parmenides dat deze parade van aanschouwingen onmogelijk is om te vatten. Zij is in wezen contradictorisch en daarom is de waarheidsaanspraak van de zintuigelijke ervaring waardeloos. Enkel het menselijke denken kan de waarheid (aletheia) onthullen, en niet het blinde oog, het suizende oog of de radde tong waaruit een mening (doxa) ontstaat. Daarom is enkel het Zijn werkelijk, bereikbaar via het denken.

Tegenover deze opheffing plaatst Parmenides statica en dynamica radicaal tegenover elkaar, wat in zijn gedicht respectievelijk neerkomt op de Weg van de Waarheid en de Weg van de Mening.

De Weg van de Waarheid (aletheia)

De basisstelling van de eerste weg is eenvoudig: het Zijnde is, het niet-Zijnde is niet. Toch heeft deze tegenstelling verreikende consequenties: dit Zijnde is eeuwig, onveranderlijk en ondeelbaar terwijl het niet-Zijnde onmogelijk wordt gemaakt. Veelheid, meent Parmenides, is een logische contradictie. Kijk naar de beweging van A naar B. Het zijnde A en het zijnde B kunnen niet tegelijk zijn en niet-zijn. A kan niet hetzelfde zijn als B, en toch wordt dit beweerd. Volgens de strikte wet van het contradictieprincipe is dit een onmogelijkheid. Onze wereld vol beweging en verandering is dus niet de ware wereld.

De Weg van de Mening (doxa)

De sensibele wereld lijkt dus tegelijk te zijn en niet te zijn en kan daarom niet tot waarheid komen. Dit is de wereld van de Mening, gebaseerd op de zintuigelijke waarneming. Parmenides probeert in dit gedeelte de schijn te begrijpen, maar destilleert daaruit enkel meningen en geen waarheden. Hij loochent immers deze realiteit, omdat zij slechts een soort schim is van de werkelijkheid. Dit doet denken aan de grot van Plato: onze wereld is beperkt tot dansende schimmen tegen de wanden. Het enige zijnsgehalte dat Parmenides de wereld wil vergunnen is die van de droom of hallucinatie.

Tussen Zijn en niet-Zijn … ?

De verhouding tussen de intelligibele en sensibele wereld wordt al snel problematisch. De strikte scheiding tussen Waarheid en Mening is onhoudbaar wegens haar absolute exclusiviteit. Het ene is pure affirmatie en de andere pure negatie. Plato zal in zijn dialoog De Sofist zeggen dat er een relatief niet-Zijn bestaat: zij is immers constitutief voor het Zijn. Daarnaast wordt het contradictieprincipe aangepast, waardoor een veelheid mogelijk wordt. Aristoteles vult dit verder aan: een niet-Zijn is in bepaald opzicht wél een Zijn dankzij het begrip potentie. Een wereld vol beweging is voor Parmenides een schijnwereld omdat niets werkelijk is, maar voor Aristoteles zijn deze niet-Zijnden mogelijke Zijnden; zij gaan van potentie naar act, van niet-Zijn naar Zijn.

… en verderop

Het probleem van de verhouding tussen een sensibele en intelligibele wereld bestaat ook in het moderne denken. We kunnen de bestaande werkelijkheid enkel denken, maar nooit volledig kennen (Kants’ Ding-an-Sich). Daarnaast stuit onze rede ook op onvermijdelijke grenzen en wordt zij door onbewuste krachten beïnvloed (Schopenhauer, Nietzsche, Freud). De Duitse filosoof Martin Heidegger schreef over de ontologische Seinsvergessenheit als een grondtrek van de hele Westerse beschaving sinds Plato. We zijn in die mate gefascineerd geraakt door de Zijnden dat we de vraag naar het Zijn stilaan zijn vergeten. Daarom pleitte Heidegger voor een stap terug naar de grond van de metafysica en naar het gebeuren van het Zijn. Het is immers niet de mens die vat krijgt op het Zijn, maar zij valt ons toe op verschillende manieren doorheen ons bestaan:

„Ob es (das Seiende) und wie es erscheint, ob und wie der Gott und die Götter, die Geschichte und die Natur in die Lichtung des Seins hereinkommen, an- und abwesen, entscheidet nicht der Mensch. Die Ankunft des Seiendes beruht im Geschick des Seins.”

P.

Advertenties