Nietzsche: Grieks pessimisme en avondrood

door Prachtige Pjotr

62d4b-nietzsche

Bestaat er zoiets als een pessimisme vanuit kracht? Een intellectuele voorkeur voor het harde, huiveringwekkende, kwade, problematische van het bestaan, en dat vanuit een gevoel van welzijn, van, overstelpende gezondheid, vanuit de volheid van het bestaan? Bestaat er misschien zoiets als een lijden aan de overvloed zelf? Een verleidelijke dapperheid van de scherpste blik, die naar het vreselijke verlangt, als naar een vijand, een waardige vijand, met wie zij haar kracht kan meten? Die haar kan leren wat ‘het vrezen’ inhoudt? Wat betekent juist bij Grieken van de beste, sterkste, dapperste tijd, de tragische mythe? Wat betekent de tragedie, die uit dit Dionysische geboren is? – En anderzijds: datgene waaraan de tragedie gestorven is, het Socratisme van de moraal, de dialectiek, de bescheidenheid en blijmoedigheid van de theoretische mens – zou niet juist dit Socratisme een teken kunnen zijn van de neergang, de vermoeidheid, het ziek-worden van de losgeslagen instincten? En de ‘Griekse blijmoedigheid’ van de latere Griekse cultuur slechts een avondrood?

NIETZSCHE, Friedrich, De geboorte van de tragedie, Amsterdam: De Arbeiderspers, 2006, 8.

Advertenties