Mishima: “hoe is het mogelijk dat ik zo verdomd slecht gepraat heb?”

door Prachtige Pjotr

Noot: Opnieuw in Een zeeman door de zee verstoten van Mishima een stuk gevonden dat me herkenbaar overkomt. Er zijn talloze ideeën die je zelf ten volle begrijpt die je nooit aan iemand kan overdragen. Wanneer je probeert om die kristalheldere gedachten te delen, verwateren ze, ze fragmenteren en zijn slechts een schim van hun werkelijke toestand. Net als in Plato’s ideeënleer is er een onrustwekkende discrepantie tussen wat werkelijk is en de schijn. Taal is in dat opzicht een beperking en we kunnen haar niet gebruiken om tot de diepste en meest ware gedachten door te dringen. We hebben enkel een intuïtief besef van hun bestaan; een allersubjectiefst aanvoelen van een universele waarheid. Raken we haar aan met onze ijdele begrippen, verstoren we de harmonie en gaat alles verloren.

P.

Hij herleefde de avond, af en toe stilhoudend bij een bepaald moment, maar steeds weer opnieuw het spoor van de nacht volgend. Hij nam de moeite niet zich het zweet van het gezicht te vegen en plukte afwezig aan een stukje sigarettenpapier dat aan zijn lip was blijven kleven, terwijl hij in gedachte steeds weer herhaalde: hoe is het mogelijk dat ik zo verdomd slecht gepraat heb.

Hij was er niet in geslaagd zijn ideeën over roem en dood uit te leggen, of het verlangen en de melancholie die zich in zijn borst hadden genesteld, of de andere donkere hartstochten, verstikt in de deining van de oceaan. Telkens als hij over die dingen probeerde te spreken faalde hij. Al had hij zo nu en dan het gevoel niets waard te zijn, soms was het ook alsof iets van de pracht van een zonsondergang boven de baai van Manilla een stralend vuur door hem heen joeg en dan wist hij dat hij uitverkoren was om boven andere uit te steken. Maar hij was er niet in geslaagd zijn geloof over te brengen op de vrouw. Hij herinnerde zich dat ze gevraagd had: ‘Waarom ben je nooit getrouwd?’ En hij herinnerde zich zijn onnozel antwoord: ‘Het is niet zo makkelijk een vrouw te vinden die met een zeeman wil trouwen.’

Wat hij had willen zeggen was: ‘Alle andere officieren hebben nu al twee of drie kinderen en ze blijven de brieven van thuis maar herlezen en bekijken de tekeningen die hun kinderen gemaakt hebben van huisjes met de zon en met bloemen. Die mannen hebben hun kans voorbij laten gaan – voor hen is er geen hoop meer. ik heb nooit veel bijzonders gedaan, maar ik heb mezelf mijn leven lang gezien als de enige ware man. En als ik gelijk heb dan zal eens een heldere eenzame hoorn door de dageraad klinken, en een donkere wolk met licht doorstraald zal omlaag strijken, en de dringende stem van de room zal uit de verte om mij roepen – en ik zal uit mijn bed moeten springen en alleen verder gaan. Daarom ben ik nooit getrouwd. Ik heb gewacht en gewacht, en nu ben ik al over de dertig.’

Uit: Mishima, Yukio, Een zeeman door de zee verstoten, Amsterdam: Meulenhoff, 2007, 34-35.

Advertenties