27

door Prachtige Pjotr

;

Bestaan is deel uitmaken van een eigenaardige club van levende wezens. 27 jaar geleden werd ik lid, dat werd voor mij beslist door twee personen die zich mijn ouders mogen noemen. Je mag er niet zo over nadenken, maar er is geen enkel wezen dat beslist over zijn eigen bestaan. Geworpenheid heet dat existentieel probleem: de dwang tot bestaan.

Het Jemeinige is een Heideggeriaans concept dat mijn betrokkenheid met de wereld benadrukt: ik krijg een bepaalde plaats in de ervaringswereld toegewezen die ik niet kan verlaten. Het begrip wereld heeft dan ook betrekking op alles wat voor ons een betekenis en functie heeft. In dat geordende geheel speelt ons leven zich af. Op die manier is iedereen de schepper van zijn eigen wereld, voor zover we nog sturing hebben over de manier waarop de werkelijkheid zich aan ons vertoont.

Want daar heb je ‘em: wat is werkelijk? Wat we voor onze neus zien verschijnen is een reeds verwerkte reeks aan verschijnselen, die we onbewust verwerken als waarnemingen in tijd en ruimte, waarvan we de logica vatten in bepaalde categorieën waarna we de juiste begrippen plakken op wat er nu juist voor mij staat. Afin, zoiets in de aard toch; in een flits van een nanoseconde is het allemaal voor ons geregeld. Het is dus een eigenaardige film, het bestaan.

Ik vermoed dat mensen me kunnen verwijten dat ik het leven niet serieus genoeg neem, wanneer ik het beschrijf als een tragikomisch spel; een theatraal gebeuren waarop de acteurs een eigenaardig improvisatiespel spelen met verschillende maskers:

“ONSCHULD IS HET KIND EN VERGETEN,
EEN OPNIEUW BEGINNEN, EEN SPEL,
EEN UIT ZICHZELF ROLLEND RAD,
EEN EERSTE BEWEGING,
EEN HEILIG JA ZEGGEN”.

Onschuld: er is geen goed of kwaad meer, geen gegeven vaste grond, geen uiteindelijk doel. Alle leugen is overwonnen.

Vergeten: de ware en schijnbare wereld is verdwenen. Omdat de wereld als schijn gebleken is, zijn we losgekomen van de wil tot onwaarachtige waarheid. Nu is er perspectivisme, interpretatie in een wereld die ondanks al zijn tegenstellingen wordt aanvaard.

Opnieuw beginnen: het Kind schept bewust waarde en waarheid, hij eigent zich het “recht der heren” toe. Hij wierp de zware mantel van de moraal van zich af om moreel te leven.

Een uit zichzelf rollend rad, een eerste beweging: de lineaire tijdsopvatting wordt opnieuw circulair. Alles keert terug in gewijzigde vorm. De eeuwige wederkeer.

Het heilig ja zeggen: het absurde besef van de zinloosheid van het leven wordt overwonnen, omdat de wereld eindelijk als schijn wordt ontmaskerd en dus bevestigd. Er is geen reden om hierover defaïtistisch te zijn, hier hoort de lach thuis.

P.

Advertenties