“Zu den Sachen selbst”

door Prachtige Pjotr

De wereld is niet zomaar wat ze is, voorbij al wat vanzelfsprekend is zit een waarheid waar we met een eigenaardig besef op stuiten. Of dat nu dé waarheid is, valt aan te twijfelen. Je bent nooit zeker. In een wereld waarin Nietzsche God voor dood heeft verklaard, zijn alle ankerpunten brutaal weggeslagen. Toen de Boeddha in een grot stierf, bleef volgens de legende zijn schaduw daar eeuwenlang hangen. De kaders worden vervangen door surrogaten, het schilderij vervormt zich (degradeert?) continu. Almaar door vallen.

Daarom resteert ons, postmodernen, enkel nog de illusie dat we nog goed bezig zijn en dat is niet eens zo verwonderlijk: we zijn door en door gedisciplineerde wezens die, net als de Belgische staat, blijven functioneren, ook al is de richtingaangevende sturing weggevallen. Het wereld is een speelveld, een theatraal evenement waarin we de reeks gebeurtenissen aan elkaar proberen te weven tot één groot verhaal:

“ONSCHULD IS HET KIND EN VERGETEN, EEN OPNIEUW BEGINNEN, EEN SPEL, EEN UIT ZICHZELF ROLLEND RAD, EEN EERSTE BEWEGING, EEN HEILIG JA ZEGGEN”.

Een van de voornaamste redenen waarom ik filosofie in avondonderwijs ben gaan studeren is een verlangen naar een voller en rijker begrip van het bestaan; het sprokkelen van nieuwe perspectieven om mijn leven richting te geven; mijn weg te vinden tussen de grote woorden; te weten wat voor impact woorden hebben. In de fenomenologie van Husserl, waarvan een samenvatting toevallig naast me ligt, vind ik een perspectief dat ik graag verder wil uitdiepen: dat er helemaal geen sprake is van een strikte scheiding tussen het subject en de wereld daarbuiten, maar dat we altijd betrokken zijn op deze wereld. In die zin is iedere verschijning van die buitenwereld aan ons een onmiddellijk en direct spreken van de werkelijkheid. Het wegslagen van artificiële barrières, zoals we vandaag de zogenaamde comfort zone bijvoorbeeld kennen, leidt tot existeren en niet tot een louter marktconform bestaan.

P.

Advertenties