Moisson, 26 maart 1943

door Prachtige Pjotr

Het was op deze heide met haar dennenbossen al behoorlijk warm. In het licht van het midden van de dag zag ik een diertje voorbijzweven dat mij vreemd voorkwam: een wezen dat in zachtroze en opalen glans glazen vleugels bewoog en als sleep of vlag twee lange, fraai gebogen horens meedroeg. Toen echter herkende ik het: het mannetje van de boktor, dat ik voor het eerst zag vliegen. Zo’n bliksemsnel herkennen verbergt een groot geluk; wij krijgen een vermoeden van de geheime grondslagen van de natuur. Het dier treedt op in zijn eigenlijke wezen, in zijn toverdansen en de uitmonstering die Natura eraan heeft verleend. Dat is een van de hoogste genietingen die het bewustzijn ons kan schenken: wij dringen door in de diepte van de droom die het leven is, en leiden het leven van de creaturen met hen mee. Het is alsof op ons een vonkje overspringt van de onvoorstelbare, ongereflecteerde lust die daar heerst.

Ernst Jünger, Parijs Dagboek 1943-1944

Advertenties