Het pierenhotel

door Prachtige Pjotr

Eens buiten keek hij naar een stel luidruchtig spelende kinderen in het park die enige graafwerken uitvoerden naast de visvijver. Het noeste delven van deze pack of young wolves wierp hem terstond terug naar zijn tijd als kleine koter, toen hij met zijn buurjongen trotse uitbaters waren van een pierenhotel. Jonas, zijn buurjongen voor twee jaar, drie weken en vijf dagen, nam een uit de kluiten gewassen tak, ramde hem met enige gezwindheid in de schoot van moeder aarde, en stampte hem onderaan stevig vast. Vervolgens zochten zij pieren, beesten die anders nooit van grond kwamen tenzij door een vogel in de richting van een gewisse dood, om ze op te hangen in de uitwaaierende takjes. De ene pier viel er wel af, maar Jonas vond daar een ingenieuze oplossing voor: hij stak ze doormidden op de takken zodat ze ter plekke bleven rondkronkelen. Een jaar geleden zag Caspar Jonas op straat, gedrapeerd met een vlag van een dierenrechtenorganisatie en wild huppelend op de afgrondelijke dzum-dzum-beats van een fluoroze bezemwagen.

P.

addendum: scène uit een langer, onafgewerkt verhaal
Advertenties