Godenslaap: ‘we zouden de oorlog niet meer herkennen’

door Prachtige Pjotr

We zeiden: over een jaar of honderd zal de oorlog die de onze was rond de gedenkstenen, de foto’s, de dagboeken, de brieven en de zerken even volkomen zijn weggesleten als de botten van de doden in de grond, hoogstens een verkleuring achterlatend in het zand. We wisten nog niet dat intussen in de wiegen de soldaten sliepen voor de volgende, dat de beulen van morgen aan de rokken van hun kinderjuffen hingen, met de blokken speelden of op schamele zolderkamers hun wonden likten en bittere traktaten schreven in de letale inkt der rancune. We zeiden: als we over honderd jaar konden terugkeren, we zouden de oorlog niet meer herkennen, zijn onvatbaarheid, zijn totaliteit die ontelbare kleine levens als naalden op zijn magnetisme liet dansen, zou intussen herleid zijn tot een handvol beelden, ontvleesde getallen, plaatsnamen en data – kunnen we ooit anders, vraag ik me af, dan vroeg of laat met voetnoten overladen sprookjes vertellen?

‘Ik weet niet of ik honderd zou willen worden,’ zei mijn broer, die ons soms vergezelde naar de plek waar hij en mijn man verbleven hadden, maar ik heb als enige ondervonden dat je niet eens zo oud hoeft te worden om die stille erosie om zich heen te zien grijpen, de veteranen van toen, die steeds dunner wordende rij krukken, kunstbenen en rolstoelen, rinkelend van de medailles rond een eeuwige vlam of een cenotaaf een bibberig saluut zien uitbrengen, terwijl Zijne Majesteit, zelf wankel in de benen door die nieuwe heup van plastic, onder de namen van de doden en eeuwig vermisten een rouwkrans neerlegt.

Uit: Godenslaap van Erwin Mortier

Advertenties