Spengler: hun oudheid

door Prachtige Pjotr

Hun ‘oudheid’ vormde steevast de achtergrond voor een levensideaal dat ze zelf hadden geschapen en met hun hartenbloed hadden gevoed, een vat waarin ze hun eigen wereldgevoel konden uitgieten, een fantoom, een idool. In filosofische en poëtische kringen haalt men zijn hart op aan de gedurfde beschrijvingen van de drukte in de grote stad bij Aristophanes, Juvenalis en Petronius, aan de vuiligheid van het Zuiden en het gepeupel, het lawaai en de gewelddadigheid, aan lustknapen en courtisanes, aan de falluscultus en de caesarische orgieën – maar voor dezelfde realiteit in de huidige wereldsteden haalt men zijn neus op en gaat het klagend uit de weg. ‘In de steden is het slecht wonen: daar zijn te veel wellustige mensen.’ Aldus sprak Zarathoestra.

Uit: De ondergang van het Avondland van Oswald Spengler (Boom, Amsterdam, 2017)

Advertenties