Spengler over Michelangelo

door Prachtige Pjotr

Michelangelo Pieta.jpg

Pièta van Michelangelo (St.-Pietersbasiliek, Rome)

Voor Phidias is het marmer de kosmische stof die naar vorm verlangt. De legende van Pygmalion biedt de sleutel voor heel de essentie van deze apollinische kunst. Voor Michelangelo was het marmer de vijand die hij onderwierp, de kerker waaruit hij zijn idee moest bevrijden, zoals Siegfried Brünnhilde bevrijdt. Men kent de hartstochtelijke manier waarop hij het ruwe blok aanviel. Hij benaderde het niet van alle kanten met oog op de gewilde gestalte. Hij beitelde in de steen alsof hij in een ruimte beitelde en bracht een figuur tot stand door van het blok, beginnend aan de voorzijde, laag voor laag het materiaal weg te nemen en in de diepte door te dringen, terwijl de ledematen langzaam uit de massa vrijkwamen. De wereldangst voor het gewordene, voor de dood, die men door een levendige vorm probeert te bezweren, kan niet duidelijker worden uitgedrukt. Er is geen tweede kunstenaar in het Westen die zo’n diepte en tegelijk gewelddadige verhouding heeft tot de steen als symbool van de dood, tot het vijandige principe daarin, dat zijn demonische natuur steeds weer wilde bedwingen, of hij er nu zijn standbeelden uit hakte of de stenen torenhoog stapelde tot zijn imposante bouwwerken.

Uit: Oswald Spengler, De ondergang van het Avondland (Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2017)

Advertenties