‘Bitches Brew’, Miles Davis (1970)

door Prachtige Pjotr

‘De live-improvisaties werden niettemin legendarisch: nummers liepen in elkaar over, terwijl de muzikanten, als in trance, golvende klanktapijten legden waarop Miles soleerde met lange, soms welhaast piepende uithalen. Het studiowerk vloekte op een andere manier met de gebruiken van de jazzwereld. Waar deze muziek altijd haar kracht had gehaald uit het hier en nu van het meticuleuze samenspel, leken de trompettist en producer Macero meer geïnteresseerd in de sfeer en densiteit die ze konden laten ontstaan door uit urenlange sessies de spannendste momenten samen te brengen. Net zoals George Martin en The Beatles hadden gedaan in de sessies voor Sgt. Pepper gebruikten ze de studio als instrument. Knip-en-plakwerk werd tot kunstvorm verheven, waarbij sommige instrumenten extra echo kregen, korte, geïmproviseerde stukjes in loop werden gezet of een solo meermaals in hetzelfde nummer konden worden geplakt waardoor het – met alle variatie en inventiviteit die de In a Silent Way- en Bitches Brew-sessies kenmerkten – leek alsof er geen einde kwam aan deze muziek.’

Uit: De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis van Geert Buelens (Ambo/Anthos, Amsterdam, 2018)

Advertenties