Nino Haratischwili: ‘Het achtste leven’ (2014)

door Prachtige Pjotr

Georgie (71 van 151).jpg

Foto van de auteur

Aan Georgië hou ik fantastische herinneringen over – op een verkeerd op de maag belande partij khinkali en een overdosis tsjatsja na is het een machtige bestemming. Het gaat niet alleen om een land met een onwaarschijnlijk mooi stel bergen en een rijke oeroude cultuur, maar bovenal hebben de mensen mij verrast met hun onvervalste gastvrijheid en charmerende nonchalance. De ontspannen cafécultuur van Tbilisi, de dronken winkelier Davit die me uitnodigde om liters  zelfgemaakte wijn te drinken en dan heb je nog hier en daar het goedkeurende oog van een schalkse Stalin, dit allemaal temidden van een grandioze natuur. Er is een gezegde uit de Koude Oorlog dat slechte Sovjets naar de hel gaan en goede Sovjets naar Georgië. Toen ik daar was, begreep ik wat ze daarmee bedoelden. Toen mijn oog dus viel op een Georgisch familie-epos van de fictieve familie Jasji over een periode van meer dan een eeuw, ofwel 6 generaties, dat wordt vergeleken met Tolstoj en maar liefst 1200+ pagina’s telde, kon ik me niet inhouden.

Het verhaal neemt zijn aanvang in 2006, waar Nitsa, de vertelster, het verhaal van haar familie vertelt aan Brilka, haar nichtje dat op bezoek kwam en wegglipt om op haar eentje naar Wenen te gaan. Ze begint haar verhaal met Anastasia ‘Stasia’ Jasji, de dochter van een succesvolle chocoladefabrikant, in een klein Georgisch stadje aan de grens met Azerbeidzjan in het tijdperk van tsaar Nicolaas II. Haar vader wist met een geheimzinnige kruidenmix een sublieme warme chocolade te maken die in het verhaal van de familie een belangrijke en soms onheilspellende rol speelt. De familiegeschiedenis van de Jasji’s neemt ons meer dan eeuw op sleeptouw, niet alleen in de Sovjet-Unie en de Kaukasus, maar ook naar het hippe Londen van de sixties en seventies en de Praagse Lente van 1968, waar Kitty Jasji, oudtante van Nitsa, een onverwachts icoon wordt van het verzet tegen het regime. De personages ervaren de enorme impact van historische gebeurtenissen: bloedige wereldoorlogen, verscheurende burgeroorlogen, de opkomst en val van de Sovjet-Unie zijn in hun geheel te omvangrijk om in éen boek te omschrijven, laat staan dat ik het in een recensie kan doen. Het is heel wat, geloof me.

Voor het eerst wist ik mijn weg te banen in de waterval aan namen en bijnamen in het verhaal, zonder dat ik daarvoor telkens naar de achterste pagina’s moet zoeken wie juist nu weer die of deze persoon is. Dat heeft te maken met de wijze waarop Haratischwili elk personage een eigen stem heeft gegeven en een heldere vertelstijl heeft. Ieder hoofdstuk mag de naam dragen van een personage waarop de focus ligt, ze weet toch alle andere personages naadloos te verweven in het verhaal, dat op een flashback na mooi chronologisch is gestructureerd. Soms werd ik zo meegezogen in het verhaal dat ik het betreurde dat de jaren leken te vliegen en zo het einde betekenden van personages die ik graag nog beter had leren kennen.

Tussen de stamvader en Brilka zit een enorme brok geschiedenis. Gelukkig heb je nooit het gevoel dat die door je strot word geramd en weet Haratischwili het juist te doseren. Er zijn ook geen lange geschiedfilosofische mijmeringen à la Oorlog en vrede te vinden, die zijn kort gehouden, maar krachtig genoeg om je zelf aan het denken te zetten. Haratischwili weet je bovenal de ervaring van die dramatische geschiedenis mee te geven waardoor je je betrokken voelt tot het verhaal. De verbolgingen over de autoritaire Kostja en tegelijk medelijden met de man die zijn tanende macht en het verval van zijn carrière maar moeilijk kan verkroppen, de tragische levensloop van de mooie Christina en de vrijgevochten Kitty of de manier waarop Stasia er iedere keer in slaagt de oorlogsfronten te trotseren om haar geliefden op te zoeken worden zo krachtig geschreven dat de geschiedenis die erbij komt te kijken er als zoete koek in gaat. Ze weet ook met de nodige nuance het leven onder het communisme te beschrijven. In plaats van de klassieke rigiditeit aan te kaarten, beschrijft ze hoe ambigue het Sovjetregime was.

Een mooie symboliek in het boek is het verhaal van de wandtapijt, verteld door Stasia aan achterkleindochter Nitsa, de vertelster van het verhaal. We vormen allemaal draden van een wandtapijt en zichzelf zijn we maar een klein deel, maar als je ze in hun samenhang bekijkt ontdek je patronen. ‘Tapijten zijn geweven van verhalen’, legt Stasi uit. ‘Dus moet je ze bewaren en onderhouden. Ook al heeft dit tapijt jarenlang ergens ingepakt gelegen en als voer voor de motten gediend, het moet nu herleven en ons zijn verhalen vertellen. Ik weet zeker dat wij er ook in verweven zijn, al hadden we daar geen idee van.’ Het tapijt is een metafoor voor het verhaal van de mensheid en elke draad is verbonden met duizenden verhalen.

Al bij de Tolstojvergelijking wist ik dat deze roman een soapgehalte zou hebben. Dat is bij familiegeschiedenissen misschien onvermijdelijk, maar ik zie dat niet als een slecht punt. Een mensenleven bestaat nu eenmaal uit het delen van lief en leed en die banaliteit vanwaar we in eerste instantie juist willen vluchten als we een boek vastnemen. Dat maakt een verhaal ook levensecht: je kan geen psychologische diepgang krijgen in een verhaal waarin het hoofdpersonage geen verveling kent of de keuzes van zijn leven betreurt en de grillen van het lot ondergaat. De personages in Het Achtste Leven zijn uit het leven gegrepen, hun karakterontwikkeling is herkenbaar. Zo ervaar je met hen het aan diggelen liggen van dromen, leer je het opportunisme begrijpen van sommige personages zoals de stugge houding van Kostja die zijn familie wil beschermen en tegelijk ook in dezelfde lijn probeert te krijgen. Het leven is aanmodderen en met wat geluk krijg je ergens vaste grond waarop je een gelukkig bestaan weet uit te bouwen. Het is echter geen zekerheid dat dit geluk blijft voortbestaan, want morgen kan het gedaan zijn.

Ik heb Georgië nog beter leren kennen dankzij dit boek. Het is een frappant land waar twee van de grootste beulen van de wereldgeschiedenis vandaan komen, Beria en Stalin, maar ook een ontzettend gastvrij en trots volk dat ondanks het leed, de onderdrukking, het verdriet en de niet geheelde wonden het glas heft en elkaar toedrinkt. Ja, zij hebben kleine kantjes maar wie heeft die niet? Het paradijs dat de Sovjets hebben gezien in Georgië is er ondanks de rode eeuw vol tegenstrijdigheden wat mij betreft nog altijd te vinden. Geen tijd of geld om naar daar te gaan? Dan is dit boek een goed plan B.

P.

Advertenties