TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Over kaalheid

Gerard Reve

‘Je begint flink kaal te worden’, zei Frits. Joop antwoordde niet. ‘Zeg Joop,’ begon hij opnieuw, ‘niet om hatelijk te zijn, maar je hoofd begint heel aardig kaal te worden. het duurt niet zo lang, tot je haren te tellen zijn op de vingers van je hand.’ Joop glimlachte, de mond klein houdend. ‘Ik word niet zo gauw kaal,’ zei hij. ‘Je schijnt er op te zitten wachten.’ Met wijsvinger en middelvinger betastte hij de diepe inhammen van de haargrens. ‘Toch wel,’ zei Frits. ‘Tel je de haren in je kam wel elke morgen? Dan zul je zien, dat het er elke dag meer zijn. Langzaam maar zeker. Ik zou het verschrikkelijk vinden, als ik wist, dat ik kaal moest worden. Ik zou niet langer willen leven. Maar, begrijp goed, ik wil je niet ontmoedigen.’

Uit: De Avonden, Gerard van het Reve

Advertenties

The book …

facebook_1513677817138

The book I couldn’t put down

De Broers Karamazov van Dostojevski. Zo verslavend goed dat ik het al tien jaar op rij tijdens de gouden herfst nog eens lees.

The book I couldn’t pick up

East of Eden van John Steinbeck is drie jaar blijven liggen in mijn kast, maar tjongejonge, wat een fenomenaal boek! Gouden tip: wacht er geen drie jaar mee.

The book you gave me (I haven’t read it yet, sorry!)

Hier en daar zie ik een paar verloren schaapjes die aan mijn oog zijn ontglipt, maar ik kom er ooit wel aan. Beloofd.

The book I brought to the beach

Heart of Darkness van Joseph Conrad. Toepasselijk, nee?

The book I tried so hard to like

Wuthering Heights van Emily Brontë. Misschien moet ik het nog eens een kans geven, maar het boek voldeed niet aan de verwachtingen.

The book I somehow own three copies of

Ik had ooit Voyage au bout de la nuit van L.F. Céline in drie talen: Frans, Engels en Nederlands. Het Engelse heb ik inmiddels uit handen gegeven, het Nederlandse heb ik gedegusteerd met een sardonische grijns en ik wacht nog af met de sprong in de Franse taal.

The book that saved my life

Tijdens het wachten op ’t een of ’t ander is ieder boek een redmiddel.

The book I lent you (can I have it back?)

Demian van Hermann Hesse. O., ik geloof dat die nog altijd ergens bij jullie ligt. Hou hem maar bij, die heb ik inmiddels opnieuw gekocht.

The book I fall asleep to every night

Elke nacht niet, maar dagboeken en aforismen zijn ideale slaapmutsjes. Ik moet dringend eens wat Franse moralisten huisvesten in mijn boekenkast, maar voorlopig zijn Cioran en Jünger dikke vrienden.

The book I mistook for a hat

Knikkebollen hoort bij iedere leeservaring.

The book I’m desperately trying to write

Die staat in de steigers en ik hoop hem binnen afzienbare tijd af te krijgen.

All the books that changed my life

Ik ga niet mijn hele boekenkast opsommen, gek!

P.

Hit & Run (zoals in dS Weekblad)

Gebaseerd op een format in dS Weekblad:

Wat is uw vroegste herinnering?

Mijn bomma die in de Fort II-straat te Wommelgem een grote kom verse dampende pudding (of was het rijst?) voor mij houdt.

Welke levende persoon bewondert u het meest, en waarom?

Mijn lief. Hoe houdt ze het toch vol?

Wanneer was u het gelukkigst?

Aan de tombe van Hafez in Shiraz, Iran op een vrijdagavond. Ik ervoer toen plots een extatisch moment dat ik (nog) niet heb kunnen overtreffen.

Wat is uw grootste angst?

Uitdoven. Geen zin meer hebben in iets. Geleefd worden.

Wat is uw meest onhebbelijke karaktertrek?

Dat zou je aan mijn lief moeten vragen, maar ik denk dat mijn nonchalance mensen op de zenuwen kan werken.

Welke eigenschap stoort u het meest bij anderen?

Oppervlakkigheid.

Wat is uw dierbaarste bezit?

Mijn leren Chesterfield oorfauteuil. Toevallig tegengekomen en ik was op slag verliefd. “Daar ga ik oud in worden” zei ik toen. Het is inmiddels mijn troon geworden van waaruit ik de wereld glansrijk bestier.

Kent u een gedicht uit uw hoofd of een passage uit een boek?

And the days are not full enough/and the nights are not full enough/and life slips by like a field mouse/not shaking the grass van Ezra Pound.

Wat maakt u ongelukkig?

Tijdverspilling door dingen die je moet doen en daardoor geen tijd meer overhouden voor de dingen die je wil doen.

Als u iets dat uitgestorven is, zou kunnen terugbrengen, wat kiest u dan?

Dinosaurussen en traditionele ommetochten met zwarte duivels waarbij onwennige omstaanders worden afgeranseld.

Wat was de beste kus van uw leven?

Elke eerste kus met een nieuw lief.

Wat is uw foutste ‘guilty pleasure’?

Superheldenfilms.

Wat bent u verschuldigd aan uw ouders?

Een warm nest.

Hebt u ooit ‘ik hou van u’ gezegd zonder het te menen?

Ja, toen ik nog niet wist wat ‘houden van’ betekende.

Wat was uw ergste job ooit?

Opdienen op een schoolfeest.

Wat was uw grootste teleurstelling?

Dat mijn beroepsleven nog niet is geworden wat ik vijf jaar geleden had voorzien.

Noem één ding dat de kwaliteit van uw leven zou verbeteren?

Meer tijd om te kunnen wijden aan de zaken die mij boeien.

Wat beschouwt u als uw grootste prestatie?

Ik hoop ooit een boek uit te geven, tot het zover is beschouw ik het een prestatie te zijn wie ik ben.

Wat is de belangrijkste les die het leven u heeft geleerd?

Perspectief krijgen.

Waar zou u momenteel het liefst willen zijn?

In een ongenaakbaar berglandschap in Centraal-Azië, hoog verheven boven de alledaagsheid.

Wat is uw favoriete geur?

Herfst en die dampende kom die de bomma voor mij hield.

Tegen wie zou u het liefst sorry zeggen, en waarom?

Aan mijn ouders tijdens mijn tienerjaren, dat moet vast niet gemakkelijk zijn geweest.

De liefde, hoe voelt dat?

Warm.

Hoe komt u tot rust?

Een goed boek, gezeteld in mijn Chesterfield, gezegend met een goed glas alcohol, John Coltrane of Bach op de achtergrond en mijn lief die slaapt in de zetel. Harmonie.

Van welke gewoonte zou u graag af willen?

Mijn nonchalance, net de onhebbelijkheid die ik zo koester.

Wanneer hebt u voor het laatste gehuild, en waarom?

Gehuild van het lachen bij een film, eerder dit jaar.

Wat is het dichtste dat u ooit bij de dood bent geweest?

De laatste dagen van mijn grootouders, waarvan er twee op korte tijd na elkaar zijn heengegaan. De dood is de genius van het leven, las ik eens. Daar zit wat in: pas wanneer de dood ons aankijkt, kunnen we stilstaan bij de waarde van het leven.

Wat houdt u wakker ’s nachts?

Een irritante keel wanneer ik verkouden ben, buiten dat zijn de armen van Morpheus bijzonder bevorderend voor mijn nachtrust.

Welke song mogen ze spelen op uw begrafenis?

Twee nummers. Het magistrale ‘Funeral Canticle’ van John Tavener en om af te sluiten ‘Always look on the bright side of life’. Op een begrafenis mag er ook een leven gevierd worden.

Hoe wilt u herinnerd worden?

Als iemand die wat interessants te vertellen had.

P.

Over boeken

1) Ben je verslaafd aan boeken kopen?
Ik heb een heel sterke drang om boeken te kopen, ook al maak ik mezelf na een zoveelste aankoop wijs dat ik eens een bibliotheekkaart moet aanschaffen. Een zinnig excuus is dat een boek mijn huisdecor verrijkt: ik ben immens fier op mijn boekenwand annex privébibliotheek. Een huis waar boeken domineren boven een big ass TV is een huis met een ziel, denk ik dan in de trant van Cicero. Of om het met een cliché te zeggen: mijn boekenkast laat zien wie ik ben. Ebooks spreken me niet aan, het boek als een materieel object is van belang omdat het een fysieke ervaring is: de zwaarte van een boek, het omslaan van een pagina, de bedwelmende houtgeur van oudere boeken zijn onmisbare zaken. Het gaat zelfs zo ver dat ik een goed boek streel wanneer ik de pagina’s opensla, net zoals je een hond aait na braaf gedrag aai ik het boek door een straf geformuleerde zin, een rake gedachte of een onthullende plottwist.
 
2) Wanneer koop je meestal boeken?
Als de gelegenheid zich voordoet. Als ik een auteur goed vind koop ik er meerdere boeken van en probeer op te zoeken wie deze heeft geïnspireerd of wie deze inspireert. Het kan zijn dat ik een hele maand geen boeken koop, maar ik kan op een week tijd meerdere boeken kopen. Er was een tijd dat ik regelmatig een bezoekje bracht aan Leon, die een aanlokkelijk antiquariaat heeft aan de Wolstraat en me weet te paaien met literaire tips, maar dat is al even geleden. Geen nood, Leon, ik kom nog wel eens terug met een rijk gevulde geldbuidel en ik hoop dat je nog wat zeldzame Jüngers in petto hebt.
 
3) Hoeveel boeken koop je meestal per keer?
Dat hangt af van het budget dat ik mijzelf opleg. Geef me een bon van 50 euro en ik dartel tussen de boekenrekken en kom af met een stapel – tenzij ik een klepper kies van 50 euro, dan is het maar eentje. Er is dus geen meestal, soms eentje, soms geentje, soms een hele roedel bij elkaar. De laatste tijd gaat het om enkelingen omdat de kastruimte me daartoe dwingt.
 
4) Ga je meestal alleen boeken kopen of met iemand samen?
Meestal alleen, soms met iemand samen. Ik heb geen specifieke voorkeur, maar neem wel graag mijn tijd en kan soms lang twijfelen over een aankoop.
 
5) Wat trekt je aan in een boek?
Een boek opent werelden, schept perspectieven, prikkelt mijn fantasie, doet ideeën ontwikkelen of brengt klaarheid in je eigen gedachten. Lezen houdt me intellectueel scherp en wapent me tegen elke vorm van geestelijke afstomping, breekt de dagelijkse routine en geeft me een behaaglijk gevoel. Het voelt aan als thuiskomen na een lange dag werken of net als op reis gaan wanneer het werken je teveel is geworden, in beide gevallen dus een zeer welgekomen verpozing.
 
6) Is er een specifiek genre waar je meteen naartoe trekt in de boekwinkel?
Ik ben een veelvraat en beperk me niet tot een bepaald genre zoals detectives of ontspanningsliteratuur. Als ik mijn boekenkast vluchtig bekijk zie grote klassiekers, historische monografieën, kortverhalen, filosofische werken, dichtbundels, kunstboeken, graphic novels, dagboeken, … Ze staan er allemaal: Dikke Russen, Melancholische Roemenen, Peinzende Duitsers, Luidkeelse Amerikanen, Gothische Britten, Scherpzinnige Japanners, Volkse Vlamingen, Gedurfde Ollanders, Grofgebekte & Fijnbesnaarde Fransen, Dronken Perzen…
 
7) Koop je boeken liever nieuw, tweedehands of maakt het niet uit?
Ik snuister het liefst in tweedehandswinkels, omdat gerafelde exemplaren een geschiedenis met zich dragen. Zo heb ik een DDR-publicatie van de werken van Schiller die rijkelijk zijn voorzien van kritische bedenkingen bij de inleiding die de Duitse schrijver probeert te zien als een protosocialistische denker. Sommige boeken in mijn bezitting zijn bijna 100 jaar oud en hebben een fantastische geur, ook niet onbelangrijk. Een nieuw boek kan ook zijn charmes hebben, zoals de prachtige uitgaves van Spenglers’ behaaglijk-pessimistische De ondergang van het Avondland of Mann’s machtige Jozef en zijn broers, of antiquaire hebbedingetjes zoals Ernst Jüngers’ sublieme Parijse dagboeken die zo gegeerd zijn in de Nederlandse vertaling. Er hangt een prijskaartje aan, maar ze zijn elke cent waard.
 
8) Hoeveel geef je per maand gemiddeld uit aan boeken?
Vroeger dacht ik mijn fietsvergoeding te hanteren als maatstaf van mijn maandelijks budget, maar dit varieert omdat ik mezelf soms een koopverbod opleg. Boeken kosten geld en er is meer in het leven dan boeken kopen (ook al zijn er zoveel pareltjes te ontdekken).
 
9) Heb je jezelf wel eens een shopverbod opgelegd?
O ja, al veelvuldig en iedere keer weet ik mijn eigen verbod te overtreden.
 
10) Hoe lang duurt het voor je in een boek begint dat je hebt gekocht?
Dat varieert van vrijwel meteen tot enkele jaren. Zo heb ik jaren gewacht tot ik begon aan East of Eden van John Steinbeck en het is natuurlijk tijdens zo’n leeservaring dat je jezelf voor het hoofd kan slaan dat je zolang hebt gewacht om het boek vast te grijpen. Zo zijn er nog andere boeken die al een tijdlang wachten op hun tijd. Ik herlees ook vaak boeken, sommige jaarlijks op een vast tijdstip (Karamazovweelde!), anderen wanneer ik er om een of andere reden zin in heb gekregen.
 
11) Koop je liever meerdere voordelige dunne boeken, of één duur en dik boek?
Dat hangt af welke boeken het zijn. Ik wacht al lange tijd om Parerga & Paralipomena van Schopenhauer te kopen, maar het dure prijskaartje schrikt me af. Een of twee keer per jaar durf ik meer dan de gemiddelde prijs geven aan een boek, maar die zijn het dan ook echt wel waard. Gelukkig zijn er ook vele mooie goedkope uitgaven te vinden, zoals Penguin Classics.
 
12) Heb je nog iets te zeggen over je boekverslaving?
Opgeslokt worden door een boek zonder achting te nemen op wat er rond mij gebeurt is mij niet ongekend. De werelden die door boeken worden geopend zijn mateloos boeiend – vandaar die hardnekkige leesverslaving, maar dat geldt ook voor de Grote Boze Wereld daarbuiten. Om van het leven te genieten ga ik af en toe dat boek eens opzij moeten leggen.
 
13) Welke boeken heb je als laatste gekocht?
Murakami’s De kleurloze Tsuruku en zijn pelgrimsjaren. Hoewel hij zijn landgenoot Yukio Mishima niet kan overtreffen, vind ik zijn boeken fantastisch om te lezen. Ik kijk er dus naar uit, maar eerst een tiende lezing van De broers Karamazov van Dostojevski. Dat is mijn jaarlijkse afspraak in de herfst.
 
P.

Spengler: het oneindige bos als verlangen van alle Westerse bouwvormen

SONY DSC

Het woord ‘God’ klinkt anders onder de bogen van gotische kathedralen en in de kloosters van Maulbronn en Sankt Gallen dan in de basilica’s van Syrië en de tempels in het republikeinse Rome. In de bosachtige atmosfeer van de kathedralen, het imposante uitrijzen van de hoofdbeuk boven de zijbeuken in vergelijking met het platte dak van de basilica, in de transformatie van de zuilen, die door basement en kapiteel als opzichtig-zelfstaande individuele dingen in de ruimte waren opgesteld, tot pilaren en reeksen pilaren die uit de bodem verrijzen en waarvan de vertakkingen en lijnen zich boven onze hoofden tot in het oneindige verdelen en met elkaar verstrengelen, terwijl door de reusachtige ramen die de muren hebben opgelost een onbestemd licht door de ruimte stroomt, licht de architectonische verwerkelijking van een wereldgevoel dat in het hoogopgaande geboomte van de Noord-Europese vlakten zijn meest oorspronkelijke symbool had gevonden. En wel in het loofbos met zijn mysterieuze wirwar van takken en het gefluister van de eeuwig bewogen bladermassa boven het hoofd van de toeschouwer, hoog boven de aarde, waarvan de kruin middels van de stam probeert los te komen. Denk wederom aan de romaanse ornamentiek en haar diepe affiniteit met de betekenis van de bossen. Het oneindige, eenzame, schemerige bos is het geheime verlangen van alle westerse bouwwerken gebleven. Daarom lost, zodra de vormenergie van de stijl verflauwt, zowel in de late gotiek als aan het einde van de barok, de beheerste abstracte lijnentaal direct weer op in naturalistisch takwerk, in ranken, twijgen en bladeren.

Uit: Oswald Spengler, De ondergang van het avondland (Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2017)

Spengler over Michelangelo

Michelangelo Pieta.jpg

Pièta van Michelangelo (St.-Pietersbasiliek, Rome)

Voor Phidias is het marmer de kosmische stof die naar vorm verlangt. De legende van Pygmalion biedt de sleutel voor heel de essentie van deze apollinische kunst. Voor Michelangelo was het marmer de vijand die hij onderwierp, de kerker waaruit hij zijn idee moest bevrijden, zoals Siegfried Brünnhilde bevrijdt. Men kent de hartstochtelijke manier waarop hij het ruwe blok aanviel. Hij benaderde het niet van alle kanten met oog op de gewilde gestalte. Hij beitelde in de steen alsof hij in een ruimte beitelde en bracht een figuur tot stand door van het blok, beginnend aan de voorzijde, laag voor laag het materiaal weg te nemen en in de diepte door te dringen, terwijl de ledematen langzaam uit de massa vrijkwamen. De wereldangst voor het gewordene, voor de dood, die men door een levendige vorm probeert te bezweren, kan niet duidelijker worden uitgedrukt. Er is geen tweede kunstenaar in het Westen die zo’n diepte en tegelijk gewelddadige verhouding heeft tot de steen als symbool van de dood, tot het vijandige principe daarin, dat zijn demonische natuur steeds weer wilde bedwingen, of hij er nu zijn standbeelden uit hakte of de stenen torenhoog stapelde tot zijn imposante bouwwerken.

Uit: Oswald Spengler, De ondergang van het Avondland (Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2017)

Spengler: de oorsprong van het hogere denken

Spengler

‘Van het vijfjarige jongetje naar mij is maar een stap. Maar van de pasgeborene naar het kind van vijf is een verbijsterende afstand’, heeft Tolstoj ooit gezegd. Hier, op dit beslissende punt van het bestaan, waar de mens pas mens wordt en zijn ontstellende eenzaamheid in het heelal leert kennen, toont zich de wereldangst als puur menselijke angst voor de dood, voor de grens in de wereld van het licht, voor de starre ruimte. Hier ligt de oorsprong van het hogere denken, dat in eerste instantie een nadenken is over de dood.

Uit: Oswald Spengler, De ondergang van het Avondland (Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2017)

Spengler over symbolen

Spengler

Symbolen zijn zintuiglijke tekens, laatste, ondeelbare en vooral ongewilde indrukken met een bepaalde betekenis. Een symbool is een trek van de werkelijkheid die voor wakkere mensen met directe innerlijke zekerheid iets betekent wat verstandelijk niet kan worden meegedeeld. Een Dorisch, vroeg-Arabisch, vroegromantisch ornament, de aanblik van een boerderij, van de familie, van het intermenselijke verkeer, klederdrachten en rituele handelingen, maar ook het gelaat, de manier van lopen en de houding van een mens, van hele standen en volkeren, de communicatievormen en woonvormen van alle mensen en dieren en bovendien heel de stomme taal van de natuur met haar bossen, grazige weiden, kudden, wolken, sterren, maanverlichte nachten en onweren, met bloeien en verwelken, nabijheid en verte – dat alles is een zinnebeeldige indruk die het kosmische maakt op ons die wakker zijn en die op momenten van inkeer die taal heel goed verstaan; en anderzijds is het gevoel de dingen dienovereenkomstig te begrijpen datgene wat families, stammen en ten slotte hele culturen uit de algemene mensheid licht en bijeenhoudt.

Uit: Oswald Spengler, De ondergang van het Avondland (Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2017)

Spengler: de geboorte en het sterven van een cultuur

Spengler

Een cultuur wordt geboren op het moment waarop een grote ziel uit de oerzielachtige toestand van de eeuwig kinderlijke mensheid ontwaakt, zich losmaakt, een gestalte uit het vormloze, iets begrensd en vergankelijks uit het grenzeloze en gelijkblijvende opduikt. Zij komt tot bloei op de bodem van een nauwkeurig te begrenzen landstreek, waaraan ze als een plant gebonden blijft. Een cultuur sterft als deze ziel al haar mogelijkheden in de gedaante van volkeren, talen, geloofsleren, kunsten, staten, wetenschappen heeft verwerkelijkt en terugkeert naar het oerzielenleven. Haar levende bestaan, de opeenvolging van grote tijdperken die strikt genomen de voortschrijdende voltooiing markeren, is echter een diep innerlijke, hartstochtelijke strijd voor het behoud van de idee tegenover de machten van de chaos van buiten alsook tegen het onbewuste van binnen, waarin die machten zich wrokkig hebben teruggetrokken. Niet alleen de kunstenaar vecht tegen de weerstand van de materie en tegen de vernietiging van de idee in hemzelf. Elke cultuur staat in diep symbolische en haast mystieke relatie tot de uitgebreidheid, tot de ruimte waarin en waardoor ze zich wil verwerkelijken. is het doel bereikt en de idee in al haar innerlijke mogelijkheden ten volle ontplooid en naar buiten toe verwerkelijkt, dan verstart de cultuur plotseling. Ze sterft af, haar bloed stolt, haar krachten breken – ze wordt civilisatie. Dit is wat we voelen bij de woorden ‘egypticisme’, ‘byzantinisme’ en ‘mandarijnendom’ en wat we daaronder verstaan. Zo kan ze, als een verweerde woudreus in het oerwoud, nog honderden en duizenden jaren lang haar vermolmde takken omhoogsteken. We zien het aan China, aan India, aan de wereld van de islam. Zo rees de antieke civilisatie van de keizertijd met een schijnbaar jeugdige kracht en weelderigheid reusachtig op en beroofde de jonge Arabische cultuur van het Oosten van lucht en licht.

Dit – de innerlijk en uiterlijke voltooiing, het ‘af-zijn’ dat elke levende cultuur te wachten staat – is de strekking van alle ondergangen van de geschiedenis. De ‘ondergang van de klassieke oudheid’ staat ons in grote lijnen het duidelijkst voor ogen, terwijl we de vroegste voorbodes van onze eigen ondergang, een wat verloop en duur betreft in elk opzicht vergelijkbare gebeurtenis, die de eerste eeuwen van de komende millennia zal beslaan, de ‘ondergang van het Avondland’, vandaag de dag al duidelijk in ons en om ons heen bespeuren.

Uit: De ondergang van het Avondland, Oswald Spengler (Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2017).

Spengler: ‘wiskunde is dus ook een kunst’

Spengler

De wiskunde reikt echter boven observeren en ontleden uit. Op haar hoogtepunten gaat zij visionair, niet abstraherend te werk. Van Goethe stamt ook de diepzinnige uitspraak dat de wiskundige alleen volmaakt is voor zoverre hij innerlijk de schoonheid van het ware ervaart. Hier zal men voelen hoe dicht het geheim dat in de essentie van het getal besloten ligt en het geheim van de artistieke schepping bij elkaar liggen. Hiermee komt de geboren wiskundige naast de grootmeesters van de fuga, de beitel en het penseel te staan, die zich eveneens die grote orde van alle dingen, die de alledaagse medemens van hun cultuur in zich draagt zonder ze echt te bezitten, in symbolen willen en moeten kleden, verwerkelijken en mededelen. Hiermee wordt het rijk van de getallen naast het rijk van de klanken, lijnen en kleuren een afbeelding van de wereldvorm. Daarom betekent het woord ‘scheppend’ op wiskundig vlak meer dan in de pure wetenschappen. Newton, Gauss en Riemann waren kunstzinnige naturen. Lees na hoe hun grote denkbeelden hun plotseling invielen. ‘Een wiskundige’, meende de oude Weierstrass, ‘die niet tevens iets zoals een dichter is, zal nooit een volmaakt wiskundige zijn.’

Uit: De ondergang van het Avondland, Oswald Spengler (Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2017)