TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Categorie: Opinie

Thee zonder suiker

Ik moet er niets van hebben, thee zonder suiker. Warm water, met een lekker geurtje, maar toch maar warm water, zonder smaak. Echt niets meer. Toen ik onlangs in Marrakech kwam heb ik allicht te veel betaald voor theekruiden. Goed voor een aantal potten thee, maar voor de prijs die ik aan de malafide tulbandman betaalde kon ik er wellicht veel meer zetten. Deze kleine ergernis verdwijnt wanneer ik de thee opzet: de combinatie van kardemom, kaneel, steranijs en andere gedroogde kruiden geven een bijzonder aangename geur af. Net als Proust in de tijd wordt teruggeworpen bij het doppen van zijn madeleinekoekje in bloesemthee, waan ik me, wanneer ik de ogen sluit en de geur in mij opneem, terug in de medina van Marrakech. Souvenirs staan niet enkel in je kast, maar kunnen bij correct gebruik ook het ruimtetijdscontinuüm doorbreken. Probeer het eens!

Zonder suiker drink ik thee niet zo graag, ook al is de geur heerlijk. Toch probeer ik het eens, op meermaals aanraden van enkele theefascisten. Nu probeer ik meerdere kopjes van de thee en ik moet zeggen dat ik iets gewaar begin te worden. De aanwezigheid van “iets” in mijn mond, een aanvulling op de behaaglijke warmte in deze koude winterdagen. Ik “wals” de thee in mijn mond en probeer de verschillende smaaklagen eruit te krijgen, op dezelfde manier waarmee ik koffie, whisky of bier beter leer appreciëren. Vaag lukt het om een hint van kaneel te proeven, maar wellicht is dat gewoon mijn neus die als souffleur dient voor mijn smaakpapillen. Het is niet zozeer een smaak die mij bevalt, maar een sensatie die mijn tong tintelt.

De bitterheid van de groene thee begint op mij te werken, een soort verdoving die ik tracht te vergelijken met de eindeloze stromen cocathee die ik tot mij nam in Peru. Ik ben nog ver verwijderd van een thee-extase, maar als ik mijn ogen sluit en me richt op de bittere sensatie voel ik me een beetje thuis in de club van suikerloze theedrinkers. Allicht een charlatan, een parvenu. Een pseudo-lid, op een haar verwijderd van een eerloze defenestratie. Maar toch begin ik mensen te begrijpen die suikerloze thee drinken. Een beetje, dan toch. Want volgende keer smijt ik er gewoon opnieuw een klomp suiker in.

 

P.

Advertenties

Snobisme

Sine nobilitate. Snob. Het is een term die in de negentiende eeuw door de adel in het leven is geroepen om  de nouveau riches op een smadelijke toon te categoriseren. Bij mij heeft het begrip, net als bij velen, daarom een bittere nasmaak. Pseudo-verfijndheid, hoog-van-den-toren-blazen, parmantig schapendom. Willen, maar niet kunnen. Hipsters. Onlangs las ik in DS Weekend echter een artikel over snobisme waar ik mezelf voor een deel herkende. Iedereen heeft een snob in zich, maar wil dat niet snel toegeven. Het gaat om een soort nichevorming waarmee die persoon zich wil profileren.

Misschien eens voorbij die negatieve term kijken, niet? Waarin zoek ik verfijning? Onderweg naar het werk besloot ik dat het voor mij literatuur moet zijn. Slechte films kijken is niet zo erg, je verschijt daar hoogstens twee uur mee.

Opm.: Oké, tijd is misschien het kostbaarste wat je hebt, maar dat besef moet je overvallen. De routineuze tijd wordt hierdoor doorbroken en geeft de mogelijkheid tot een merkwaardige tijdsreflectie en -ervaring. Dat moet Ernst Jünger vast hebben gevoeld toen hij in de Kaukasische aantekeningen op Nieuwjaarsdag het volgende beschreef: “De kleine alledaagse bezigheden op deze eerste dag van het jaar verricht je met meer liefde – wassen, scheren, ontbijten en de aantekeningen in het dagboek: symbolische handelingen die je celebreert.”

Bon. Literatuur, dus.

Een slecht boek lezen kan meerdere dagen verknallen. Ik heb me daarom toegelegd op de grote klassiekers, dagboeken en briefwisselingen van bekende en minder bekende denkers die mij boeiend lijken, schandaalwerken of werken die vandaag amper nog aandacht krijgen. Slechts zelden betrap ik mezelf op het lezen van een boek in het “populaire genre”, wat dat ook moge zijn. Het is gek dat ik dit niet specifiek kan afbakenen, maar ik maak mezelf wijs dat ik het intuïtief kan aanwijzen. Faut le faire.

Populariteit schrikt mij af, maar dat is weer relatief. Een dode schrijver die 50 jaar geleden stierf en wiens oeuvre opnieuw wordt uitgegeven met de nodige bombarie, wel … die kan in mij wel eens een nieuwe lezer vinden, tezamen met duizenden andere geïnteresseerden. Sheeple. Jezelf buiten de kritische massa plaatsen is onmogelijk. Dwangmatig de populariteit mijden getuigt in mijn ogen daarom van een bijzonder naïeve myopie, een vorm van blindheid die, juist, ja, vooral bij snobs voorkomt.

Ben ik een geletterde snob? Ja en nee. Soms wel, soms niet. Ik dans mee op de golven, maar zwem er even gaarne tegenin.

Franky my dear, I don’t give a damn.

P.

Chesterton: een en ander

“The whole modern world has divided itself into Conservatives and Progressives. The business of Progressives is to go on making mistakes. The business of Conservatives is to prevent mistakes from being corrected. Even when the revolutionist might himself repent of his revolution, the traditionalist is already defending it as part of his tradition. Thus we have two great types — the advanced person who rushes us into ruin, and the retrospective person who admires the ruins. He admires them especially by moonlight, not to say moonshine. Each new blunder of the progressive or prig becomes instantly a legend of immemorial antiquity for the snob. This is called the balance, or mutual check, in our Constitution.”

Verkiezingen in de verte, gerommel in de marge? Kijk hierboven naar Chesterton, het grote onderscheid. Maar spreken we vandaag nog over conservatieven en progressieven? Zijn de scheidslijnen duidelijk afgebakend in het illustere spel dat staat te beginnen? In een post-ideologisch tijdperk lijkt alles waardeloos; de verleiding van het zoete slapen in de comfort zone is te groot. Waar is het hunkeren gebleven van verzuilde tijden? Alles lijkt hetzelfde. Vallen de sluiers weg, dan kent ons ons toch zeker wel?

De ene noemt de andere idioot, de andere verklaart de ene voor zot. Wat als beide het zijn? Ik weet nog hoe het machtsspel me eertijds bekoorde, ofschoon ik nooit het engagement heb aangegaan mijn ziel aan de duivel te verkopen. Mephistoteles heeft een blauwtje gelopen. Toch dwingt een mens zichzelf onder te dompelen in de woeste baren van de politieke hak op de tak, de waan van de dag en een schoon Idee. Uiteindelijk ben ik de tegenpool van de andere, de onderstroom van een grote rivier die onafwendbaar naar de monding toestroomt.

P.

Flux & reflux

SONY DSC

L’idée de passer l’hiver sur des côtes ensoleillées d’entre les Tropiques est délicieuse, mais fausse. Nous exigeons de l’arbre de la vie qu’il fleurisse toute l’année. Mais sous les Tropiques aussi, les arbres perdent leurs feuilles. La nuit hivernale ne nous est moins nécessaire que la nuit quotidienne. Il faut respecter, même quand il s’agit du coeur, le flux et le reflux. Vouloir ne connaître que le flux, c’est exposer aux ruptures de digues. Nous ne pouvons être toujours dispensés des douleurs, sans ombres; il nous fait aussi héberger la melancholie.

JÜNGER, Ernst, Graffiti/Frontalières, Paris: Christian Bourgeois éditeur, 1977, 179.

De grote weelde van ons bestaan komt door het continue afwisselen van tegenstellingen. Wie kent de waarde van het geluk als hij geen ongeluk kent? Ik zie Jünger in dit citaat teruggrijpen naar de antieke filosofie van Heraclitus, maar dit kan ook geïnterpreteerd worden als een kritiek op de hedendaagse geest. Door ons eenzijdig te richten op het aangename verliezen we zicht op het hele plaatje. Daar ligt het gevaar van de comfort zone: eens je daar in zit is losbreken niet evident.

De hedendaagse mens zit vol bewondering, zij bevredigt ons verlangen naar iets om naar op te kijken vanuit onze comfort zone. De verwondering is interessanter, maar wekt onbehagen op omdat we de betekenisloosheid van de comfort zone opmerken. In deze melancholische neiging zit echter de grote schoonheid van het leven besloten.

P.

Gedachten bij de zelfmoord van Dominique Venner

Ik geef toe dat ik weinig had gehoord over de man, maar naar aanleiding van zijn dramatische zelfmoord  vandaag in de Notre Dame van Parijs  kon ik een blogpost niet laten. Een aantal zaken leken me heel frappant, om te beginnen bij Venners’ laatste blogpost voor zijn afscheid van de wereld:

Il faudrait nous souvenir aussi, comme l’a génialement formulé Heidegger (Être et Temps) que l’essence de l’homme est dans son existence et non dans un « autre monde ». C’est ici et maintenant que se joue notre destin jusqu’à la dernière seconde. Et cette seconde ultime a autant d’importance que le reste d’une vie. C’est pourquoi il faut être soi-même jusqu’au dernier instant. C’est en décidant soi-même, en voulant vraiment son destin que l’on est vainqueur du néant. Et il n’y a pas d’échappatoire à cette exigence puisque nous n’avons que cette vie dans laquelle il nous appartient d’être entièrement nousmêmes ou de n’être rien.

Dat geeft stof tot nadenken.

Het zou makkelijk zijn te stellen dat hij vlucht van een maatschappij waarin hij niet functioneert. Als je echter zijn afscheidsbrief leest, besef je dat hij niet wegloopt van een maatschappij maar een offer brengt: “J’offre ce qui me reste de vie dans une intention de protestation et de fondation”. Wat me treft is de eerlijkheid die Venner tegenover zichzelf en de buitenwereld etaleert. Die consistentie is merkwaardig.

De Duitse cultuurfilosoof Oswald Spengler gebruikte in Mensch und Technik het beeld van de Romeinse soldaat die nog op wacht bleef staan toen de pyroclastische vulkaanwolk doorheen Pompeii raasde. Historisch kan je dat voorbeeld nog beginnen ontkrachten, maar dat is niet het punt. Het gaat hier over een existentialistisch zinnebeeld dat het open vizier benadrukte; de ontwaakte, zelfbewuste mens die voorbij de schijn kijkt; het authentiek zelf-zijn; Existenzerhellung und Weltorientierung (K. Jaspers). Het zinnebeeld is te bewonderen omdat het om een consistente levenshouding gaat. Dààr gaat het om.

P.

Aanval op Iran: een zwijnenboel?

De oorlogstrommen worden geroerd. De Israëlische president Peres pleit voor een militair ingrijpen in Iran, ‘voor het te laat is’. Volgens de geruchten heeft het ayatollaregime binnen zes maanden immers een atoomwapen. De voormalige veiligheidsadviseur van de Bushadministratie, Condoleezza Rice, is ervan overtuigd dat Israël er alles aan wil doen om te voorkomen dat Iran een kernwapen in handen heeft.  Een verhaal met een staartje aan.

Iran heeft nooit ontkend dat het uranium wil verrijken. Het nucleaire programma heeft dan wel een aantal ‘setbacks’ gekend door aanvallen van computervirussen in 2010 en 2011[1], maar het wil naar eigen zeggen kernenergie kunnen voorzien voor civiel gebruik. In 2003, toen Mohammed Khatami nog president was, heeft het land een protocol van het Internationaal Atoomagentschap getekend waarin het belooft openheid van zaken te geven en om uranium niet hoger dan 3.5% te verrijken, waar het wapenkwaliteit heeft.

Officieel ontkent het land dat het een kernwapen wil. De veleyat-e faqih, de Opperste Leider[2] van Iran, ayatollah Seyyed Ali Khamenei heeft een fatwa tegen kernwapens uitgevaardigd: een verbod op de productie, het verzamelen en het gebruik van kernwapens. Het civiele nucleaire programma van het land dateert van de Pahlaviperiode[3]. Sjah Mohammed Reza Pahlavi had het plan opgevat om met een programma van 30 miljard dollar twintig kerncentrales tegen het jaar 2000 te bouwen. Toen Khomeini in 1979 terugkeerde, werd het Iraanse nucleaire programma beschouwd als de meest ambitieuze in het Midden-Oosten.

Een uitgestoken hand

In 2003 liet Iran via de bemiddelende Zwitserse ambassadeur aan Washington weten dat het bereid was tot een brede dialoog en verregaande stappen. De Bushadministratie diende echter een klacht in tegen de ambassadeur en sloeg de deur toe voor Iran. Het land kreeg door George Bush Jr. een plaats op de beruchte lijst van de ‘As van het Kwaad’. De Midden-Oostenexpert Hillary Mann Leverett reageerde dat de toenadering van Iran ‘revolutionair’ was. ‘Het had de wereld kunnen veranderen’. Een andere Midden-Oostenexpert, Trita Parsi, stelt dat als het Iraanse aanbod uit 2003 aanvaard was, Iran momenteel niet bezig zou zijn met de verrijking van uranium.

Wiens schuld?

Sommige stemmen menen daarom dat het nucleaire probleem met Iran een gevolg is van de  Amerikaanse omgang met het land. Criticus Noam Chomsky meent dat de Amerikaanse inval in Irak voor Iran een startsein is voor een politiek van nucleaire afschrikking. Journalist en documentairemaker John Pilger maakte ook de volgende opmerking: ‘Is het niet opmerkelijk dat Noord-Korea nog niet is aangevallen? Noord-Korea heeft nucleaire wapens. Dat is de boodschap, luid en duidelijk voor de Iraniërs’. De kans dat Iran kernwapens zou inzetten is klein. Het regime weet dat als het kernwapens inzet, het wordt weggevaagd door Israël en Amerika. Er zou eerder een situatie ontstaan zoals in de Koude Oorlog, waarin het zogenaamde Mutually Assured Destruction (MAD)[4]-idee als een verzekering gold: ‘Jij valt mij niet aan, dan val ik jou niet aan. Mocht dit gebeuren, zijn we er beiden aan’.

Een nieuwe speler betreedt het veld

Inmiddels is een bemiddelende speler opgetreden in het conflict tussen het nucleaire Iran en het Westen: Turkije. Het nucleaire programma in Iran verontrust de Turkse opiniemakers. Een Iran dat kernwapens bezit is niet alleen een bedreiging voor de regio maar ook voor Turkije. Turkije heeft ondertussen een belangrijke stap ondernemen als bemiddelaar: de nucleaire deal tussen Iran, Brazilië en Turkije in mei 2010. Wat voor vele andere landen een diplomatieke nachtmerrie bleek, wist Turkije een akkoord te sluiten waardoor een deel van het Iraanse kernprogramma in de handen van Turkije kwam te liggen. Dit was een belangrijke gok.

“Interdependentie”

Turkije geniet dus de status als ‘scheidsrechter’ tussen Iran en het Westen. Beril Dedeoglu, opiniemaakster bij Today’s Zaman, spreekt van ‘interdependentie’. Turkije zal immers een van de meest getroffen landen zijn wanneer er sancties op Iran worden geheven, meent zij. Bovendien, voegt collega Abdülhamit Bilici daaraan toe, is het onvoorstelbaar dat Turkije, dat een energiebrug tussen Oost en West wil worden, zich wegdraait van Iran dat de derde grootste natuurlijke gasreserve van de wereld heeft. Iran heeft Turkije overigens nodig: ‘Turkey’s recent moves to improve relations with Syria and the Arab world are an asset and advantage for Iran. Thanks to this, Iran may establish a more constructive dialogue with the Arab world and base its relations with these countries on a reasonable and lasting ground’.

Toch bestaat de angst dat Turkije bedot wordt door Iran. Burak Bekdil, commentator bij Hürriyet Daily News, gelooft niet dat Iran zal veranderen van koers, ondanks de bemiddelingspogingen van Erdoğan. Integendeel: de mullahs hebben dankzij de falende bemiddeling van de Turkse eerste minister het naïeve Turkije voor hun kar gespannen: ‘[they] now have a stauch supporter of their nuclear program. And that man’s job is to run Turkey’. Turkije heeft een enorm risico genomen, meent Bekdil. Als Iran zijn belofte niet nakomt, zullen niet alleen de Turks-Iraanse diplomatieke relaties hieronder lijden, maar zullen Turkse initiatieven op regionaal en internationaal vlak minder vertrouwen genieten, niet in het minst bij de EU en de VS.

“War Pigs”

Een van de meest indrukwekkende nummers dat het machtige Black Sabbath op het publiek loslaat is War Pigs. Het is een anti-oorlogslied, een aanklacht tegen oude generaals en politici die jonge mannen en vrouwen naar de slachtbank sturen. Zij zijn het niet die de gruwelijkheid van de oorlog ondergaan, want zij zitten veilig achter de frontlinie. De oorlogstaal van Netanyahu bouwt voort op een regime van angst, want men vreest een existentiële dreiging van Iran zodra het land een kernwapen heeft. Een zogenaamde “pre-emptive strike” kan echter leiden tot een zware destabilisering van de regio, waar Israël niet op zal kunnen anticiperen. Het IDF mag dan een van de best bewapende legers van de wereld zijn, het heeft nog altijd geen definitieve overwinning kunnen boeken op de irreguliere legers van Hezbollah en Hamas, die door Iran gesteund worden. Dus wanneer een luchtaanval wordt uitgevoerd op Iraanse nucleaire installaties, zullen het enkelingen zijn die miljoenen doen belanden in een ongeziene schokgolf.

P.


[1] Stuxnetvirus in september 2010 en een tweede virus in april 2011, dat minder schade aanrichtte.

[2] Deze functie bestaat normaliter niet binnen het Iraanse sji’isme en is een ‘Khomeinistisch’ concept dat sinds 1979 bestaat. Sommige traditionele sji’itische geestelijken zijn tegen deze functie gericht.

[3] De Pahlaviynastie regeerde in Iran van oktober 1925 tot februari 1979.

[4] Mutually Assured Destruction is een militaire strategie die ervan uitgaat het gebruik van kernwapens van de ene partij in een conflict zal resulteren in de vernietiging van zowel de aanvaller als verdediger. Belangrijk is de ‘second strike capability’: de mogelijkheid om altijd kernwapens in te kunnen zetten via lucht, land en zee.

Bedenkingen bij de dood van Khadaffi

Deze tekst mag door eenieder worden overgenomen, mits bronvermelding.
Het einde van zijn regime was voorspelbaar, maar wat brengt zijn dood voor Libië?

Het moet een behoorlijk chaotisch einde zijn geweest voor de voormalige Libische leider. Toen de slag bij Sirte gestreden was werd het konvooi van kolonel Khadaffi, dat ongeveer uit 80 wagens bestond, rond 8.30 onder vuur genomen door Franse gevechtsvliegtuigen buiten de stad. De kolonel vluchtte een nabijgelegen riool in, er ontstond een vuurgevecht met achtervolgende rebellen en hij werd verwond terug naar buiten gesleurd door een uitzinnige menigte. De man zei maanden geleden dat hij wilde vechten tot de dood en nu blijkt dat hij het heeft waargemaakt. Een soortgelijklot was ook Mussolini beschoren, die door een woedende groep partizanen prompt werd opgehangen. Wat er met Khadaffi gebeurde is niet helemaal zeker. De informatie is nog te ruw, tussen al de euforie kan er nog niet met volle zekerheid gezegd worden wat de kolonel nu juist heeft meegemaakt in zijn laatste momenten. Maar het moet alvast niet aangenaam zijn geweest, als ik zie hoe hard hij aan de haren wordt getrokken en heen en weer wordt geduwd. Het lijkt om een lynchpartij, om eerlijk te zijn. Dat kan ook liggen aan de gebrekkige cameraregie.

De Libische burgeroorlog lijkt aan zijn einde gekomen te zijn. Het door de internationale gemeenschap beschouwde booswicht is dood en vele leiders zeggen dat de mars van het Libische volk naar een democratische staat nu pas echt begonnen is. Toch zijn nog vele factoren onduidelijk. De rebellen zijn geen onverdeelde eenheid met een duidelijk programma, ook al werd er maandenlang gesproken van “Khadaffi versus de rebellen”. Zodra de laatste bolwerken van de regeringsaanhangers vallen, zal die vermeende eenheid ongetwijfeld breuklijnen vertonen. Niet alleen tribale, maar ook ideologische breuklijnen zullen zich opdringen. In Egypte is na de val van Moebarak reeds gebleken dat deze tot bloedige clashes kunnen leiden met vele doden tot gevolg.

De rol van het leger en de staat in Egypte is natuurlijk anders, dat is waar. Moebarak heeft nooit een revolutie geleid die nog maar enigszins vergelijkbaar is met die van Khadaffi. De situatie na de val van een leider is dus in beide landen anders. En toch zal ook in Libië blijken dat, eens het stof gaat liggen, de mars naar de democratie toch geen eenvoudige kwestie zal zijn. Is er genoeg draagkracht voor een stabiele regimewisseling? Zal het Westen daarbij helpen? En zo ja, tegen welke prijs? Versterkt deze “hulp” de perceptie van een (neo-) kolonialistische interventie door het Westen niet (zie dit artikel (klik))? Het werd al eens gezegd: als het voorname exportproduct van Libië broccoli was in plaats van olie, zou de reactie van het Westen geheel anders zijn geweest. But in Libya, the black juice was worth the squeeze.

De dood van Khadaffi biedt datzelfde Westen ook een uitweg aan. Een opluchting. In een internationale rechtszaak zou Khadaffi ongetwijfeld de relatie tussen zijn regime en vele Westerse landen hebben aangehaald. Vele voormalige en huidige Westerse leiders zouden hun broek tot de knieën zien zakken. Het zou interessant zijn om een analyse te maken van de haat-liefde relatie tussen Khadaffi en het Westen. Het zwart-witte beeld van het “Brave Democratische Westen” en de “Boosaardige Dictatoriale Periferie” zou verrijkt worden met ontelbare grijze tinten. Khadaffi was ooit een voorman van de Derde Wereld, die de Westerse oliebaronnen en de jongens en meisjes van de IMF terecht vergeleek met de kolonialistische Italianen onder Mussolini. Zoals Midden Oostenexpert Robert Fisk zei:

‘We loved him. We hated him. Then we loved him again. Blair slobbered over him. Then we hated him again. Then La Clinton slobbered over her BlackBerry and we really hated him even more again’.

P.

Dit toemaatje kon ik niet laten:

10 jaar 9/11: de onmacht van een reus

9/11 schokte de wereld. Nooit eerder had een terreuraanval zoveel slachtoffers veroorzaakt op een manier die enkel door Hollywoodregisseurs zoals Michael “Explosions!” Bay bedacht kon worden. Slavoj Žižek, een Sloveense cultuurfilosoof, toonde in zijn werk Welkom in de woestijn van de werkelijkheid aan hoe deze gebeurtenis een scheur betekende in de Westerse onwerkelijke beschouwing van de wereld.

Hij stelt dat postmoderne westerlingen in een veilige cocon leven, een steriel bestaan dat illusoir is. De populaire Duitse filosoof Peter Sloterdijk sprak van “sferen”. Het streven naar de werkelijkheid gebeurt enkel in gewelddadige films en andere entertainmentvormen. Voor het overige ziet men enkel geweld op televisiejournaals of documentaires. Het TV- of computerscherm vormde het kleine enge raampje op de wereld. 9/11 was een scheurmoment, de illusoire “sfeer” werd gepenetreerd door iets reëels: de ‘werkelijkheid’, vaak slechts een spookbeeld voor vele Westerlingen op het televisiescherm, drong binnen in onze ‘eigen sociale werkelijkheid’. Dit was een keerpunt. Of dan toch niet?

Soms wordt de vraag gesteld of de VS het allemaal zelf niet gezocht heeft. En daar valt een lans voor te breken, als men de bilan van het Amerikaanse buitenlandse beleid opstelt. Op deze website staat een opsomming van alle landen waar de VS zich sinds 1890 mee heeft gemoeid. De lijst is indrukwekkend. De usual suspects zijn er bij de vleet: Iran, Afghanistan, Vietnam, Irak, Cuba, … Ook minder gekende interventies zoals de coup in Indonesië in 1965 waar miljoenen mensen het leven lieten staan erbij. Niet dat alleen de VS zich met zulke dingen inliet. Ook de grootmachten China, Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland hebben minder fraaie interventies op hun palmares. Een grootmacht heeft een gegeven invloedssfeer die het wil verdedigen of uitbreiden. Zonder die invloedssfeer is het geen grootmacht meer. Het unilateralisme van de VS duidt op een hoge mate van straffeloosheid. Het verwondert dan ook niet dat er organisaties en bewegingen ontstaan die zich afzetten tegen deze vormen van imperialisme.

In de ogen van Amerikaanse interventionisten en hun propagandamachine werden deze verzetsstrijders steevast “extremisten” of “terroristen” genoemd. Het interveniërende VS zou Vietnam, Cuba, Iran, … immers de “vrijheid” brengen en “democratie” beloven. Semantiek, uiteraard. Dat de VS en het Westen in het algemeen geen probleem hadden met dictators zoals Moebarak in Egypte is algemeen geweten: zolang deze marionetten de belangen van de VS maar niet in de weg liepen, was er geen probleem. Maar als de macht van de marionetten taande, was een messteek in de rug ten voordele van een beter alternatief altijd een optie. Vaak werden vele verzetsgroepen aanvankelijk gesteund door de VS, zoals de taliban tegen de Russische invasie of de Vietminh tegen de Japanse bezetter. In dat opzicht is Bin Laden een “spook” dat door de VS in het leven werd geroepen, zij het dan indirect omdat Bin Laden nooit rechtstreeks werd gesponsord door de CIA.

Sommige kwatongen, vaak van het tin foil hat-type, beweren dan weer dat 9/11 een inside job was en dat het Amerikaanse militair-industriële complex garen spinde in de nasleep van de ramp. Dat schunnige individuen de kapers hebben betaald en dat er geen Joodse slachtoffers zouden gevallen zijn. En o ja, het gezicht van de Duivel werd gezien in een van de WTC-torens! Het is natuurlijk geen geheim dat er miljarden werden verdiend door de oorlogen in Afghanistan en Irak. Maar laten we even realistisch zijn. De grote (en ja, vooral megalomane) schaal van het project maakte de uitvoering ervan onmogelijk wegens de toestand van het politieke etablissement en de onmogelijkheid om dit stil te houden. We spreken niet over de film 2012 waar dit soort megalomanie wél mogelijk blijkt, maar over de realiteit. Door de symbiotische toestand tussen het Amerikaanse kapitalisme en het buitenlandse beleid, kan wel gesteld worden dat de ramp enorme opportuniteiten creëerde voor bepaalde lobbygroepen, multinationals, defensiebedrijven en beruchte organisaties zoals Blackwater. Deze immorele hebzucht is echter geen oorzaak van 9/11, maar maakte wel deel uit van de nasleep tot op vandaag de dag.

Wat is er dan veranderd na 9/11? Heel wat. En tegelijk ook niet veel. Het Amerikaanse interventionisme taande niet, integendeel, het nam toe in arrogantie. ‘Met ons of tegen ons’ luidde de Bush-doctrine: ieder land dat terroristen herbergde of het terrorisme steunde werd op de zwarte lijst geplaatst. Uiteraard heeft de VS zichzelf niet op die lijst geplaatst, die vrijheid kon het zich wel permitteren op de morele hogere grond die de regering zich heeft toegeëigend na 9/11. Afghanistan, een failed state, werd binnengevallen om de daders te pakken. En Irak werd binnengevallen omdat de dictator, voordien gesteund door de VS, niet meer van nut was en omdat het volk nu eenmaal houdt van oorlog. Dit bloedbad en de bezetting verhoogde nogmaals de anti-Westerse sentimenten.

Desondanks ontsloot de “sfeer” zich opnieuw. Maar de reus wankelt door interne problemen, 9/11 heeft iets losgeweekt. Niet zozeer de paranoia of het unilateralisme is in omvang toegenomen, maar wel het besef van de eindigheid van de pax americana. Ook de machtigste leerling van de klas kan getroffen worden in zijn hart. Of de VS de gang van de wereld nog zal bepalen zoals het dat deed voor 9/11 is nog maar de vraag. De aanloop naar het verval is ingezet. En wie of wat komt daarna? In dit opzicht was 9/11 en de nasleep een teken aan de wand. De machtige heerser die triomfantelijk boven allen uitrees na de Tweede Wereldoorlog is vandaag een seniele oude dwaas die niet alleen de wereld, maar ook en vooral zichzelf onmachtig is geworden.

 

P.

Kali Yuga on the streets of London

Dit opiniestuk mag overgenomen worden mits bronvermelding, door eender wie.

Toen een betoging tegen politiegeweld na de dood van Mark Duggan uitdraaide op geweld had niemand gedacht dat Londen en andere grootsteden zouden veranderen in een wetteloze oorlogszone. Het leek uit het niets te komen. Out of the blue. En toch broeide er al jaren iets. Een kruitvat dat steeds dichter en dichter bij een uitbarsting kwam. Men onderdrukte hier en daar het kruitvat, probeerde de dop terug vaster te schroeven tegen beter weten in. Nu lijkt er geen houden meer aan te zijn. De dijken zijn doorgestoken, een vloedgolf van geweld overspoelt de Britse grootsteden. De schade loopt op in de miljoenen euro’s, dagelijks worden nieuwe winkels bestolen en in brand gestoken. De beelden zijn hallucinant, maar toch moet er een logica te vinden zijn achter deze storm van geweld. De stroom aan informatie is te groot, de stroom aan desinformatie mogelijk groter.

Sommigen beschrijven de “Londense Zomer” als een variant op de “Arabische Lente”. Dit lijkt bij de haren gegrepen te zijn. Er zijn gelijkenissen: woede op een gebrekkig systeem, weinig toekomstperspectief en een hoge werkloosheid onder de jeugd. De opstanden in het Midden-Oosten hebben een positief doel voor zich: zicht op hervormingen en het verdwijnen van een onderdrukkend systeem. Het Midden-Oosten ontwaakt. Het geweld in Londen is van nihilistischer aard. Een “eindtijd”-geweld, lijkt het wel: absurd, waanzinnig en immoreel. Er lijkt geen ideologisch verhaal aan gekoppeld te zijn. Mensen komen niet in opstand voor iets, zoals men dat doet in het Midden-Oosten. Men kiest geen banken, overheidsinstellingen of multinationals als doelwit. Alles en iedereen moet eraan geloven. De totale Leegte kijkt ons, de verbouwereerde toeschouwers, recht in de ogen.

Toch is er een logische oorzaak te vinden. Her en der hoort men kritiek op het besparingsbeleid van de overheid, “dat […] onlusten kan uitlokken op een schaal die we sinds het begin van de jaren 80 niet meer hebben gezien” (Nina Power, DS, 10/08/2011). En daar heb je het. De grondslag van het kruitvat ligt wellicht aan de sociale omstandigheden in de wijken waar het vuur ontstoken is. Het samenspel van een lage sociale mobiliteit en de als onrechtvaardig ervaren politieoptredens hebben een bijzonder explosief mengsel opgeleverd. Dit was ook de oorzaak van de befaamde rellen in Los Angeles in 1992. De dood van Mark Duggan was de spreekwoordelijke druppel. Er waren al meer klachten van onrechtmatig politiegeweld. Er hoeft echter geen ideologisch verhaal te zijn om dit soort geweld te ontketenen. Er staan geen revolutionairen op de barricaden die de Internationale zingen. Het geheel kan en zal ongetwijfeld geïdeologiseerd worden, maar dat gebeurt door de mensen in gezellige partijbureaus, journalistieke redactiekamers en op academische conferenties. De mensen die op straat gaan en deel uitmaken van de geweldorgie zullen in twee hokjes opgedeeld worden: proletarische achterban/verworpenen der aarde of uitschot van het ergste soort/product van een mislukte multiculturele maatschappij. Aan u de keuze.

Het probleem is niet alleen sociaal, maar ook politiek. Deze heeft gefaald, net als in andere Europese landen. Links maakt sterke analyses over sociaal onrecht, maar weet niet waar het vuur ontbrandt of wat te doen indien dit gebeurt. Rechts maakt geen analyses, negeert de sociale context, maar voorspelt wel rellen, en kiest voor de repressie om de dop terug op het kruitvat te schroeven. Een sterkere dop, die een nieuwe ontploffing uitstelt. En zo zit men in een vicieuze cirkel, een wijwatervat waarin een retorische duivel tekeer gaat. Verwijten vliegen links en rechts. Voor eerlijkheid en zelfkritiek is er geen ruimte, de hedendaagse politiek is moreel corrupt. Terwijl de muffig geurende praatpaleizen met hoogdravend gezwets worden gevuld in het voordeel van politieke agenda’s, broeit er iets in de straten. De riool loopt onder alle straten en wijken, maar de stank onder het parlement moet op dit moment weerzinwekkend zijn.

Maar waarom het willekeurige geweld? Waarom de massieve plunderingen en vernietigingen? Kunnen er geen betogingen worden gedaan, of een duidelijk manifest geschreven worden waarom men dit doet? Sommige luchtbeelden zijn niet anders dan die van de London Blitz tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de Duitse Luftwaffe massale bombardementen uitvoerde op Londen. Een collectieve walging ontstaat bij het lezen van verhalen over mensen die verplicht worden te strippen om hun kleren. Wat is het nut daarvan? En hoe kunnen we het verklaren? Het is te eenvoudig om het geweld af te doen als “zinloos”, “weerzinwekkend” en “opportunistisch”. Dat is de emotie die het overneemt. Geweld is zelden zinloos. Dat wordt ook gezegd in een blogpost van “Penny Red”. Het geweld mag zelfs absurd lijken in de ogen van zij die de brand aansteken, “but the politics are there”. Iedere keer wanneer mensen in opstand komen ontstaat er een omkering van de macht. Of liever gezegd: een machtsvacuüm. Diegenen die aan het rellen zijn hebben nu een ongebreidelde vrijheid om alles te doen wat normaal gezien niet mag. Er is geen sociale controle of geen overheidscontrole meer. Via geweld daagt men de autoriteiten uit. Ritueel geweld, noemt men dat in academische kringen. Oud als de straat.

Krachtig verwoord in het artikel van Penny is het volgende: als tweeduizend mensen een vreedzame mars doen tegen politiegeweld hoort niemand er iets van. Als tweehonderd mensen na een vreedzame optocht tegen politiegeweld plotseling beginnen te rellen, springt de pers erop als vliegen. Maar dit is geen probleem van een moreel gecorrumpeerde media. Dit is een typisch menselijk gedragssymptoom. Wij hunkeren naar geweld en misdaad, meent Dostojevski in zijn meesterwerk De Broers Karamazov: “Iedereen voelt zich aangetrokken tot de misdaad en niet alleen maar bij momenten, maar altijd. Weet u, de mensen hebben eens onderling afgesproken om daar niet voor uit te komen en sindsdien liegen ze allemaal of het gedrukt staat. Iedereen zegt dat hij het kwade haat, maar innerlijk zijn ze er allemaal gek op”. En die hunkering naar misdaad wordt duidelijk als ook universiteitsstudenten, grafische vormgevers en jeugdwerkers worden opgepakt wegens plunderen. Het plunderen wordt dus niet alleen door de geproletariseerde en gedesillusioneerde lage sociale klassen gedaan, maar ook andere sociale lagen doen er gretig aan mee. Dit illustreert de lage sociale samenhang van de hedendaagse samenleving in die steden.

Wie de Visnu Purâna leest, onderdeel van de Hindoeïstische heilige geschriften, komt een beschrijving tegen van de Kali Yuga. Mensen zullen meer en meer verlangen naar materiële weelde, ongerechtigheid viert hoogtij en er is geen plaats meer voor orde en structuur. Broeders en zusters keren zich tegen elkaar en zijn respectloos; zij zullen trouwloos zijn en onbeschaamd diefstal plegen en moorden; … De straten van Londen branden niet alleen, maar vormen een kleine experimentele kosmos. Een eindtijd in het klein, waar chaos overheerst. Soms zijn aardbevingen nodig om vervallen fundamenten te veranderen. Deze kleine Kali Yuga kan een leermeester zijn voor toekomstige generaties Britten.

Het einde van de blog van Penny stelt me wel wat teleur. Ik hoopte dat zij een wondermiddel had klaargestoomd om het broeiende kruitvat te ontvetten. Het gevaar weg te nemen. Of toch een kleine hint naar een werkbare oplossing, een blauwdruk. Helaas. Het einde bevat teveel naïef Kumbaya-gehalte in de trant van “Laten we de handen in elkaar slaan, de haat en vooroordelen opzij zetten en voor eens en voor goed beslissen welke toekomst we tegemoet gaan!”. Misschien te wijten aan de jeugdige leeftijd van de blogster, hoewel ze mijn leeftijd heeft. Of ik ben gewoon een cynische oude zak. Sorry, Penny.

P.

PS: van Satya Yuga naar Kali Yuga:

“En nog eentje van den tap”

Ik drink graag en veel water. Veel gezonder dan frisdrank, dat na een tijd begint te vervelen. Soms smaakt het hoor, een koud glas cola, maar het is al een tijdje geleden toen ik een aantal flessen cola per week dronk. Van mijn tienerjaren geleden. Het is een gewoonte geworden om een plastieken fles bij de hand te hebben. Als deze leeg is, neem ik niet opnieuw een andere fles, maar vul ik het bij met kraantjeswater. Onze leidingen zijn behoorlijk veilig, in tegenstelling tot vele andere delen van de wereld. Ook al wordt er links en rechts geklaagd over een hoog oestrogeengehalte in tapwater, heb ik nog altijd geen borsten ontwikkeld zoals Robert Paulson, ben ik nog altijd in staat een kaart te lezen en heb ik geen irrationele huilbuien bij het zien van een romantische komedie. Tip-top in orde, dankjewel!

Water is een onderwerp waar veel over gepraat wordt. Vele wetenschappers geloven zelfs dat de meeste conflicten in deze eeuw niet zullen gaan om olie, maar om drinkbaar water. Gek, zou je denken, terwijl het grootste deel van het aardoppervlak uit water bestaat. Uiteraard is dat zout water. Ontziltingscentrales kunnen van zout water zoet water maken, maar dat is een duur procédé. Daar is de Derde Wereld niets mee, waar drinkbaar water soms al een luxeproduct is. Daar kraantjeswater drinken staat trouwens gelijk aan zelfmoord. Je kan evengoed met een scheermes je buik openhalen en de Ganges overzwemmen. Drinkbaar water wordt maar al te vaak verspild. Maar soms kan het ook niet anders. Zout water gebruiken om de wc mee door te spoelen gaat namelijk niet, omdat zout water de waterleidingen zou aantasten. En douchen of baden met zout water zou niet erg aangenaam zijn voor je huid. Zelfs een karrenvracht aan Dove badcrème zal het uitdrogen van je huid niet kunnen voorkomen in dat geval.

De keuze voor kraantjeswater is logisch, als je voorbij de marketingstrategieën van waterflesgiganten kan kijken. De smaak is hetzelfde en het is een aantal duizenden keren goedkoper als je erop begint te letten. Water heeft een neutrale smaak in normale omstandigheden, maar flessenwater kan vaak een erg aparte smaak hebben. Neem nu bijvoorbeeld Spa. Ik vind dat Spa-water een erg chemische nasmaak heeft. Hetzelfde verschil heb je tussen artisanaal gemaakt stoofvlees en industrieel vervaardigd stoofvlees. Een Mountain Everest van verschil. Ik heb een interessant filmpje gevonden over deze kwestie, dat ik hieronder plaats.  Flessenwater is een vorm van gebakken lucht, om even een spoiler vrij te geven. Geniet ervan en gezondheid!

P.