TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Categorie: Poëzie

Making the cat something wise

“Wow! My jacket!” sniffed the monkey, coming out of my sleeve,
“’t is not true, isn’t it? That the cats are made something wise?”

Sometimes, these uncanny creatures make a man scare so much,
he spooks himself a velvet monkey. It is no flat shit.

See ‘em there, on their dead ease, it goes in the hundred.
verily! they don’t seem to deserve the salt on their potatoes

After a while, cheese is ready. They put the bell on the cat;
they stick the dragon with these poor cats!

Then they get driven out of their socks by an angry mommy.
Ultimately, they all go to the moon, these saddened beasts.

Sand over it.

P.

 

 

W.B. Yeats: “Maid Quiet”

c7467-aa2bwilliam2bbutler2byeats

WHERE has Maid Quiet gone to,
Nodding her russet hood?
The winds that awakened the stars
Are blowing through my blood.
O how could I be so calm
When she rose up to depart?
Now words that called up the lightning
Are hurtling through my heart.

Gottfried Benn: “In Palau”

“Rot ist der Abend auf der Insel von Palau und die Schatten sinken –
singe, auch aus den Kelchen der Frau läßt es sich trinken,
Totenvögel schrein und die Totenuhren pochen,
bald wird es sein Nacht und Lemuren.

Heiße Riffe.
Aus Eukalypten geht Tropik und Palmung,
was sich noch hält und steht,
will auch Zermalmung bis in das Gliederlos,
bis in die Leere,
tief in den Schöpfungsschoß dämmernder Meere.

Rot ist der Abend auf der Insel von Palau
und im Schattenschimmer hebt sich steigend aus Dämmer und Tau:
“niemals und immer”,
alle Tode der Welt sind Fähren und Furten,
und von Fremden umstellt auch deine Geburten –

einmal mit Opferfett auf dem Piniengerüste
trägt sich dein Flammenbett wie Wein zur Küste,
Megalithen zuhauf und die Gräber und Hallen,
Hammer des Thor im Lauf zu den Asen zerfallen –

wie die Götter vergehn und die großen Cäsaren,
von der Wange des Zeus emporgefahren –
singe, wandert die Welt schon in fremdestem Schwunge,
schmeckt uns das Charonsgeld längst unter der Zunge.

Paarung. Dein Meer belebt Sepien, Korallen,
was sich noch hält und hebt, will auch zerfallen,
rot ist der Abend auf der Insel von Palau,
Eukalyptenschimmer hebt in Runen aus Dämmer und Tau:
niemals und immer.

Emil Cioran over het dichterschap

27696_393547129409_716729409_3961509_6152514_n

Even tragisch is het geval van de dichter. Deze gevangene van de eigen taal schrijft voor zijn vrienden, voor tien, voor twintig personen hoogstens. Zijn verlangen om gelezen te worden is niet minder dringend dan dat van onze gelegenheidsromancier. Maar hij heeft tenminste het voordeel dat hij zijn verzen kan plaatsen in kleine emigranten-tijdschriftjes die ten koste van bijna onfatsoenlijke offers en zelfverloochening verschijnen. Laten we aannemen dat hij zich opwerpt als redacteur van zo’n tijdschrift. Om het in leven te houden riskeert hij honger, onthoudt hij zich van vrouwen, begraaft zich in een vensterloos kamertje, legt zichzelf onvoorstelbare, ijzingwekkende ontberingen op. Masturbatie en tuberculose, dat is zijn noodlot.

Hoe schaars emigranten ook zijn, ze vormen groepjes, niet om hun belangen te verdedigen, maar om elkaar geld af te troggelen voor de publicatie van hun klaagzangen, hun jammerklachten, hun onbeantwoorde hulpkreten. Hartverscheurender vorm van zinloosheid is niet denkbaar.

Dat ze even goede dichters als slechte prozaschrijvers zijn heeft een eenvoudige reden. Neem de literaire productie van willekeurig welk klein volk dat niet zo kinderachtig is zich een verleden aan te meten: de overvloed aan poëzie springt in het oog. Proza vereist, om zich te ontwikkelen, een zekere discipline, een gedifferentieerde samenleving en een traditie. Proza is iets dat weloverwogen wordt opgebouwd; poëzie daarentegen welt op, ze is spontaan of juist volstrekt gekunsteld. Poëzie is het voorrecht van holbewoners of decadenten, ze ontluikt aan deze of gene zijde van de beschaving, nooit in het centrum. Terwijl proza een bedachtzaam genie en een uitgekristalliseerde taal vereisen, is poëzie volstrekt verenigbaar met een barbaarse geest en een vormloze taal. Een literatuur tot stand brengen wil zeggen proza tot stand brengen.

CIORAN, Emil, Bestaan als verleiding, Groningen: Historische Uitgeverij, 2001, 75-76.

Dante komt aan de Hellepoort

VLTRA

Hier komt men in het oord der folteringen
Hier komt men waar de zondaar eeuwig lijdt,
Hier komt men onder de verworpelingen

Mijn maker schiep mij uit gerechtigheid.
Door goddelijke almacht, hoogste rede
en eerste liefde werd zijn hand geleid.

Niets is er voorgebracht in het verleden
of het had eeuwigheid; ook ik duur voort;
Er is geen hoop voor wie hier binnentreden.

Dante Alighieri, De Goddelijke Komedie, Canto III (Inferno)

W.B. Yeats: The Second Coming

Turning and turning in the widening gyre
The falcon cannot hear the falconer;
Things fall apart; the centre cannot hold;
Mere anarchy is loosed upon the world,
The blood-dimmed tide is loosed, and everywhere
The ceremony of innocence is drowned;
The best lack all conviction, while the worst
Are full of passionate intensity.

Surely some revelation is at hand;
Surely the Second Coming is at hand.
The Second Coming! Hardly are those words out
When a vast image out of Spiritus Mundi
Troubles my sight: somewhere in sands of the desert
A shape with lion body and the head of a man,
A gaze blank and pitiless as the sun,
Is moving its slow thighs, while all about it
Reel shadows of the indignant desert birds.
The darkness drops again; but now I know
That twenty centuries of stony sleep
Were vexed to nightmare by a rocking cradle,
And what rough beast, its hour come round at last,
Slouches towards Bethlehem to be born?

Ruhe bitte! Goethe spricht.

Johann Wolfgang von Goethe im 70. Lebensjahr, Joseph Karl Stieler (1828 ).

Johann Wolfgang von Goethe im 70. Lebensjahr, Joseph Karl Stieler (1828 ).

Wenn im Unendlichen dasselbe
sich wiederholend ewig fliesst,
das tausendfältige Gewölbe
sich kräftig ineinander schliesst;
strömt Lebenslust aus allen Dingen,
dem kleinsten wie dem grössten Stern,
und alles Drängen, alles Ringen
ist ewige Ruh in Gott dem Herrn.

– Johann Wolfgang von Goethe

Meditations (Ezra Pound)

When I carefully consider the curious habits of dogs,

I am compelled to conclude

that man is the superior animal

When I consider the curious habits of man

I confess, my friend, I am puzzled

Permasnor

’t IJzeren ros – Vrieskou, begot!

brengt condensatie op de snor

Water     …     in de woestenij

De tong scheert rakelings

de watervoorraad voorbij

een waterval ontstaat alras

Druppels van weinig genot

doch

Frisheid

jubelt

op mijn snor

P.

12(12(12

laveloze ijdelaar, kleinburgerlijke rabauw

gaat maar eronder door op uw kantoor

‘k speel wel verder met mijn mandoline

onder de glimmende guillotine

lindy-hop op vergane scheepjes

P.