TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Tag: Avondland

°124 – “Tegen de horizon van het oneindige”

Wij hebben het land verlaten en zijn scheep gegaan! We hebben de brug achter ons, – sterker nog, we hebben het land achter ons afgebroken! Welaan, scheepje! opgepast! Naast je ligt de oceaan, het is waar, hij brult niet altijd, soms ligt hij erbij als zijde en goud en als een dromerij over het goede. Maar er komen uren, dat je zult inzien dat hij oneindig is en er niets vreselijkers bestaat dan oneindigheid. Ach, die arme vogel, die zich vrij gevoeld heeft en tegen de wanden van deze kooi botst! Wee jou, wanneer het land-heimwee je overvalt, alsof daar meer vrijheid geweest was, – en er is geen ‘land’ meer!

Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap, °124

“Tot het bittere eind”.

“Iedere menselijke arbeid is artificieel en onnatuurlijk, zowel het aanwakkeren van een vuur tot de verwezenlijkingen die door hogere culturen als “artistiek” worden beschouwd.  Het privilege van de schepping werd van de Natuur ontnomen. De “vrije wil” op zich is een verzetsdaad en niets anders. De creatieve mens overschrijdt de grenzen van de Natuur en met iedere nieuwe creatie verwijdert hij zich verder en verder van haar en wordt meer en meer haar vijand. Dat is zijn “wereldgeschiedenis”, de geschiedenis van een stilaan groeiende, noodlottige scheiding tussen de menselijke wereld en het universum – de geschiedenis van een rebel die opgroeit om zijn hand op te heffen tegen zijn moeder.

Dat is het begin van de menselijke tragedie – omdat de Natuur de sterkste is van de twee. De mens blijft afhankelijk van haar, omdat zij hem ondanks alles, net als al het andere, omhelst. Alle grote culturen zijn nederlagen. Gehele mensenrassen blijven achter als lijken op het veld, innerlijk vernietigd en gebroken, gevallen in dorheid en in spiritueel verval. Het gevecht tegen de Natuur is hopeloos en toch wordt deze tot op het bittere eind uitgevochten.”

SPENGLER, Oswald, Man and technics, Historical Review Press, Sussex, 2006, 35. (eigen vert.)

Save Our Souls! Wat vergane scheepjes ons kunnen leren.

The Fighting Temeraire tugged to her last Berth to be broken up, 1838 (William Turner)

Ik had ze graag willen zien binnenvaren in de haven van Londen, het zeilschip Temeraire. In 1838 werd het “second rate ship-of-the-line”, dat een verdienstelijke rol heeft gespeeld tijdens de Slag bij Trafalgar, binnengeloodst door een nieuwerwets stoomschip om opgebroken te worden. In haar glorietijd had ze een belangrijk aandeel in de uiteindelijke overwinning op de gevreesde vloot van Napoleon. Zo heeft zij samen met het Engelse vlaggenschip Victory het Franse vlaggenschip Redoutable op haar knieën gedwongen. Daar liep admiraal Nelson zijn fatale verwonding op. Sindsdien zou het schip bekend staan als de Fighting Temeraire, hoewel historische bronnen eerder spreken van de Saucy Temeraire. De Engelse romantische schilder William Turner was getuige van het tafereel en vervaardigde het schilderij The Fighting Temeraire tugged to her last Berth to be broken up, 1838. Een jaar later stelde hij het voor, vergezeld van het aangepaste gedicht Ye Mariners of England van de Schotse dichter Thomas Campbell:

“The flag which braved the battle and the breeze/no longer owns her”

Het schilderij, dat in de National Gallery van Londen hangt, werd in 2005 gekozen tot de favoriet van de luisteraars van BBC Today. Het schip had al veel langer een haast mythische status gekregen en vormt een hevig gedebatteerd onderwerp wegens de symbolische betekenis van het schilderij.

Hoewel het einde van het schip destijds op zich geen wereldschokkende gebeurtenis was, werd het tafereel beschouwd als een ‘indrukwekkend en aangrijpend afscheid van een grote cultuurperiode’. Het einde van de Temeraire, dat in al haar koninklijke statigheid de haven binnenvoer, alsof het ging om een staatsbegrafenis, luidde de komst aan van de moderne tijd. Op het schilderij stelt het oude Europa zich op in al haar glorie: ‘voornaam en waardig, met aristocratische trots en lotsverachting, gedragen door traditie en tijdloosheid’. Het drama dat zich afspeelt wordt verhevigd door de volle rode avondkleuren aan de rechterzijde van het schilderij.

Een nieuw tijdperk brak aan. De moderniteit versnelde de tijdservaring. Alles volgde sneller op elkaar op. Een schip zoals de Temeraire wordt niet afgedankt omdat ze versleten was, maar omdat ze niet meer meekon met de nieuwste technologische ontwikkelingen. Het schip wordt in het schilderij gesleept door een vertegenwoordiger van de nieuwe tijd: een stalen stoomschip dat in alle opzichten verschilt van de Temeraire. De Britse marine van die periode was helemaal anders dan die van het begin van de negentiende eeuw. De ontwikkelingen gaan verder dan enkel het concrete en het technische: ook de traditionele referentie- en interpretatiekaders veranderen sterk en nemen een forse liberale koers.

Nog geen honderd jaar later gaat een ander schip ten onder. Het betreft een schip dat in alle opzichten een trotse vertegenwoordiger was van haar tijd: snel, luxueus en van titanische proporties. De Titanic werd door de rederij White Star Line ontworpen om onzinkbaar te zijn en zou de Atlantische Oceaan in een recordtijd oversteken, waarmee zij de concurrent Mauretania naar de kroon zou steken.  Het schip maakte in april 1912 haar maiden voyage over de Atlantische Oceaan naar New York. Het zou vandaag wereldwijd bekeken worden door miljoenen kijkers. En juist dan zinkt het schip.

De ondergang van de Titanic maakte niet alleen een einde aan de zekerheden over de veiligheid van oceaanstomers, maar kondigde ook het einde van een tijdperk aan. Wat was er juist misgelopen? De hoopvolle verwachtingen die ontstonden toen de Temeraire haar ondergang tegemoet ging, liepen aan het einde van de negentiende eeuw faliekant aan hun einde. Dat was bijvoorbeeld de tijd dat Gustav Klimt en de Sezessionbeweging het parlementaire liberalisme van Wenen failliet verklaarde, omdat het de moderne tijd niet begreep. Het Fin-de-siècle heeft haar karakter te danken aan een cultuurcrisis die oude zekerheden vernietigde, maar ook hoopvolle nieuwe verwachtingen schiep.

Zoals Stephen Kern beschrijft in zijn boek The culture of time and space, 1880-1918 haastte de wereld zich naar de toekomst toe zoals de Titanic over de Atlantische Oceaan. Zij die een blik wierpen op het uiteindelijke doel zagen zowel het wrak van het schip als de beloofde wonderen van de toekomst. Het zinken van de Titanic moet de optimisten ongetwijfeld doorheen hebben geschud. En toch was er veel euforie bij de aanvang van het kanonnengedreun van augustus 1914. Lang zou dit echter niet duren en het verscheurde Westen zou snel in een diepe existentiële crisis belanden.

En in 2012 zonk de Costa Concordia. “Vada a borda, cazzo!” luidde het. Zal haar ondergang dezelfde mythevorming ondergaan als de Temeraire of de Titanic? Zal zij het symbool zijn van een omvattende mijlpaal in de geschiedenis of een culturele crisis? Of zal zij eerder verzinken in de geschiedenis als een fait divers? Niet ieder zinkend schip kondigt een historisch keerpunt aan. En er zijn rampen gebeurd tussen 1912 en 2012 die veel meer levens kostten dan op de Costa Concordia. Met tienduizend slachtoffers zelfs.

In het boek Lentesneeuw beschrijft de Japanse schrijver-samoerai Yukio Mishima beschrijft de schrijver de onwetendheid van een iemand over zijn eigen tijd. Met andere woorden: wie vandaag leeft, kan niet specifiek zeggen dat zijn tijdperk een bepaalde stijl heeft. Daarvoor is niet genoeg afstand gecreëerd. Een criticus kan zichzelf totaal distantiëren van zijn tijdsgenoten en het gevoel hebben tot een andere generatie te behoren dan de zijnen. Maar zal hij voor een historicus tweehonderd jaar na zijn gebenedijde lamentatie net geen product zijn van zijn eigen tijd? Misschien vertegenwoordigt deze afstandeling net de stijl van zijn eigen tijd. Immers, stroom en tegenstroom zijn met elkaar verbonden. Is mijn suggestie dat het zinken van de Costa Concordia als symbolisch keerpunt mag gelden dus overdreven? Maar maak ik die suggestie wel? Of lijkt het alleen maar zo? Ach, gij vorser in de toekomstige tijd, ik laat u maar in het ongewisse!

P.

Meer literatuur:

DE VRIESE, Herbert, ‘Het jonge Europa en de aftakeling van de metafysica’ in De Koningin onttroond. De opkomst van de moderne cultuur en het einde van de metafysica, Uitgeverij Pelckmans, Kapellen, 2005, 179-266.

KERN, Stephen, The culture of time and space, 1880-1918, Harvard University Press, Cambridge, 1983.

Dionysische wijsheid


“Eerst zult ge de sirenen ontmoeten, die eenieder betoveren, die geraakt in hun buurt. Voor de man, die komt in hun nabijheid, is de thuiskomst verkeken, als hij niet op zijn hoede is, maar naar hun stem luistert. Hij zal noch zijn vrouw noch zijn kinderen terugzien, die zich al verheugden op zijn komst. Met de betovering van hun lied, dat zij zingen waar zij zitten op een hooggelegen weide, die met het verblekend gebeente van hun slachtoffers bezaaid is, brengen zij de onvoorzichtige in hun ban. Zeil dus snel voorbij die gevaarlijke plaats, en opdat niemand uwer mannen hun vervoerend gezang zal kunnen horen, moet ge hun oren met bijenwas verzegelen, na die eerst gesmolten te hebben. Doch mocht ge zelf hun toverlied willen horen, laat u dan aan handen en voeten vastbinden aan de grote mast. Vrij kunt ge dan genieten van de dubbelzang der Sirenen. Maar zeg het uw mannen tevoren, dat ze nòg vaster nu binden naar mate gij dringender smeekt om ontbonden te worden.” (Circe aan Odysseus)[1]

Het dionysisme dat Friedrich Nietzsche (1844–1900) uitdraagt is een tragische levensvisie, waarin de mens voortdurend in de afgrond kijkt. Omdat Nietzsche God dood verklaart, wordt het leven zinloos. Enkel de dionysische Übermensch kan zichzelf uit die zinloosheid redden. Dit gebeurt vanuit een existentiële grondervaring waarbij de mens het Immense ervaart door de gewelddadige natuurkrachten te trotseren. Dionysos staat centraal in de Nietzscheaanse filosofie en symboliseerde het Immense, de oerkracht van het bestaan. Odysseus belichaamt de dionysische wijsheid. Het bovenstaande citaat kan dan ook als volgt geïnterpreteerd worden: Odysseus ‘hoort het Immense, maar om zichzelf te behoeden accepteert hij de ketenen van de cultuur’[2]. Het Immense was de rusteloze drang om de sirenen te trotseren, maar om zichzelf te redden liet Odysseus zich op aanraden van Circe vastketenen. Die ketens staan symbool voor de apollinische regulator, die het dionysische streven beheerst.

P.


[1] Homerus, Odyssea, Kempische Boekhandel, Retie, 1959, 586

[2] SAFRANSKI, Rüdiger, Nietzsche, een biografie van zijn denken, Olympus, s.l., 2006, 71