TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Tag: Dromen

De vloek van Morpheus

Het is avond en Morpheus lonkt me naar zijn dromenrijk. Ik ‘zink’ weg in een lucide droom, een vreemde toestand waarin ik bewust een droom ervaar. Dat is anders dan een normale droom waarin het dromende subject volledig in een droom wordt opgenomen. Dat dubbele bewustzijn doet je in een schemerzone belanden waarin de werkelijkheid wordt gesluierd met vage droomgestalten. Naast mij ligt mijn vriendin en ik hou mijn hand op haar zij. Dat is wat ik weet en in zekere zin is dat mijn houvast. En dan ontvouwt de droom zich in al haar eenvoud.

Voor mij zie ik twee brandende zwarte kaarsen met weinig andere details daarrond. Een donkere kamer en in de achtergrond een open raam waar de wind met de gordijnen speelt. Een minimalistische setting. Plots grijpt de angst zich plotseling om mij. Samen met een aanzwellende schreeuw voel ik bovenal een ontzettend dreigende atmosfeer me beklemmen. Een donkere onzichtbare aanwezigheid die niet van menselijke aard is stormt  gewelddadig op mij af. Mijn instinct zet me aan om hieruit te ontsnappen, omdat ik voel dat ik hierin eeuwig opgesloten dreig te geraken. De woestijn groeit; wee hem die woestijnen in zich bergt. Ik weet dat ik een dromend subject ben en dat ik in staat ben om mijn ogen te openen om dit te stoppen. Het probleem is dat ik verlamd ben en geen controle uitoefen over mijn lichaam. Ik wil mijn hand verleggen, maar deze reageert niet.

Het is pas later dat ik in staat ben om me uit deze droom te verheffen. Enkele tellen later wil ik terug in slaap vallen, maar dan zie ik dezelfde kaarsen weer voor me staan. Ik wil me verzetten tegen de angst, maar ik voel me totaal machteloos en kan er amper aan ontsnappen. Hetzelfde gebeurt in een andere ligpositie. Pas daarna zink ik weg in een gewone slaaptoestand. Dat beklemmende gevoel blijft me echter achtervolgen. Ik wil me verdiepen in mijn lucide droomervaringen, maar wie weet wat ik daar in het rijk van Morpheus zal vinden?

 

P.

Advertenties

Zwanzen, halal en Odysseus

Ik zie ze daar al aankomen met een paar open Zwanblikjes op het schoolterrein. Verderop een smeulende barbecue en een ontspannen klas tijdens hun multiculturele “inlevingsweek”. En dan vliegen de worsten in het rond. Dit is een van de vele initiatieven om leerlingen kennis te laten maken met de vele facetten van de maatschappij waar zij later over zullen heersen of erdoor overheerst zullen worden. Een halalbarbecue was een van de onderdelen van deze week en dat was duidelijk niet naar de zin van het Vlaams Belang. Dat was natuurlijk niet te verwonderen, wie de antihalalactiviteiten van deze partij en aanverwante organisaties een beetje volgt.

Wie op deredactie.be de hele discussie tussen Kathleen Cools en Filip Dewinter volgt moeten twee zaken toch wel duidelijk opvallen: de afkeer van Cools voor wat Dewinter heeft gezegd en de opvallende gelijkenis van Dewinter met het “internetmemewerkwoord” trolling.  Je hoeft geen genie te zijn om de inconsequenties in Dewinter zijn discours op te merken: de man ziet problemen waar hij ze wil zien en zegt dan triomfantelijk en met zijn kenmerkende grijns: “…. maar dit is de realiteit”.

Wat je hem wél moet nageven is het volgende: voor de kost van een aantal Zwanblikjes krijgt zijn partij de volle aandacht in kranten en de media. Voor diezelfde mate van publiciteit zou je als partij honderdduizenden euro’s moeten ophoesten. We zitten natuurlijk aan de rand van een bijzonder folkloristisch evenement: bollekeskermis! Tussen nu en enkele maanden gaan we nog meerdere tweets brutaal uit de context gerukt zien worden en gaan we muggen zien ontpoppen tot olifanten. Om nog maar te zwijgen over nakende stormfronten in glazen water. Uiteindelijk draait alles in deze periode om het bedrijven van politieke propaganda. En niet om de eigenlijke inhoud van het politieke debat. Een markant verschil.

We moeten ook niet rond de pot draaien: inlevingsweken en vakken als “levensbeschouwing” of “levenssleutels” zijn manieren om kinderen en jongeren in een bepaalde maatschappijvisie te duwen. De ene kan het “door de strot rammen” duwen, de andere beschouwt het als noodzakelijk als voorbereiding om hun kroost op te zien groeien als verantwoordelijke burgers. Het is een beetje van beide, natuurlijk. Maar dat hangt allemaal af hoe u precies benepen bent: progressief of conservatief?

Eigenlijk is de hele inbedding van een individu in een maatschappij een proces van kleinburgerlijke dwangmatigheid met een snuifje vrije wil. Naar gelang de opvoeding hebben ouders een vrije hand in een aanzienlijk deel van het leven van hun kind. Het zou niet voor de eerste keer zijn dat iemand afscheid moet nemen van vrienden omdat zijn of haar ouders hen als “ongepast” beschouwen. In vele gevallen is de opvoeding een manier om het trauma van hun leeggelopen dromenvat te sublimeren door dat van hun kind te vullen met hun verloren dromen. Het kind als een idealistisch opvoedingsproject of godbetert een siliconen bouwwerf in bepaalde Amerikaanse kringen.

Anderzijds zijn maatschappelijke conventies absoluut noodzakelijk om normaal te kunnen functioneren in een maatschappij. Je kan je blijven weren als een duivel in een wijwatervat, maar soms is het beter je te houden aan de regels. En dit is allesbehalve een oproep tot algehele capitulatie aan de kleinburgerlijkheid. Als Odysseus het had gewild, zou hij tegen alle wetten in de zee in zijn gesprongen om door de Sirenen verscheurd te worden. Hij koos er echter voor zich te ketenen aan de mast van zijn schip. Hij zei tegen zijn manschappen om was in hun oren te doen, zodat ze gewoon konden doorwerken zonder verlokt te worden door de Sirenen. Hij deed dit niet. Op die manier kon hij vanuit zijn ingebedde staat van de Cultuur de ontzagwekkende roes van het Immense ervaren, die werd gesymboliseerd door de Sirenen.

Maar wacht …

Wat heeft Odysseus nu te maken met Zwanworstjes, halal en het Vlaams Belang? Niets. Helemaal niets eigenlijk. En toch wel alles. Want net als de uitspraak dat alle wegen naar Rome leiden impliceert dat iedere weg wel ergens heen leidt, impliceert het debat dat nu voor een korte tijd woedt op een veel essentiëlere levensvraag, die krioelt onder de huid van iedere benepen discussie over dagjespolitiek en pseudo-imposante borstklopperij van vergankelijke aard: wat vangen wij in godsnaam aan met onze vrijheid?

P.

“Is dat hier geen fotoshoot?”

Ik droomde deze nacht over die gevreesde recensent van de gastronomische animatiefilm Ratatouille toen hij een kleine koter was, zo eentje met grauwe knokige armen en handen. Eerst geraakte hij nog in vervoering wanneer moederlief een huisbereide ratatouille maakte, die ik als dromer in een kort intermezzo zelf nog proefde en helemaal werd overdonderd door de smaak, maar na een tijd verloor hij dat vermogen tot extase toen hij zelf aan het koken sloeg. Wanneer zuslief hem aan tafel vroeg, wuifde hij haar weg terwijl hij recepten uitdacht. Tijdens een onbepaald moment in zijn jeugdige bestaan experimenteerde hij met twee levende mannen, vermoedelijk van gemiddelde leeftijd, die in een grote cakevorm lagen, omgeven met een niet nader bepaald beslag. En wat zeiden die twee mannen toen ze in een open oven werden geschoven? “Oei, het wordt me hier toch wat warm. Is dat hier geen fotoshoot? Dan zijn we hier weg, kom”. En toen ontwaakte ik uit de droomwereld met een frons.

P.

Slapen in de winter is …

… wakker worden en het gevoel hebben dat je Tír na nÓg noodgedwongen moet verlaten voor het land der stervenden. Zo moet de Keltische held Ossian zich vast gevoeld hebben toen hij zijn geliefde Niamh verliet om terug te keren naar zijn thuisland. Het verlangen bestaat om de droomachtige atmosfeer te verlaten, als een gevoel om avontuur en gevaar; die stoutmoedige trots bezit de winterslaper. Hij is geen nachtdier, maar een dagdier. En toch is dat gelukzalige gevoel van de bedstee een aanlokkelijk iets. Een bekoorlijke, zachte, stille slaap. In een zoetige warmte, waar de droomwereld hem streelt en verleidt tot een hernieuwde duik in een fantasiewereld.

P.

Het plan Bhutan

Er zijn zo van die momenten wanneer je iets tegenkomt in een boek, op het internet of elders waarvan je denkt: “dat wil ik ooit eens gedaan hebben in mijn leven”. Je geeft het een plaats op je zogenaamde “Bucket List” en hoopt het te kunnen doen. Of je het wérkelijk gaat doen, dat is nog maar de vraag. Veel mensen brengen tijd door met plannen. Eindeloos plannen. En plannen zijn goed omdat je een concreet doel voor je ogen plaatst. Sommigen schrijven het neer en anderen printen het in hun hoofd of spreken erover met hun partner en vrienden of familie. Maar vaak vervagen plannen in ijdele dromen en komt het er nooit meer van. Dat is tragisch, omdat een mensenleven behoorlijk kort is als je erover nadenkt.

Van de droom die ik voor ogen heb, en die u als mijn dierbare lezer hieronder kan zien in een Youtubefilmpje, wil ik toch werk van maken. Ik ben bereid ervoor te sparen, want het is geen goedkope droom. Het zal bloed, zweet en tranen kosten om me voor te bereiden. En nog meer om het te volbrengen. Want meer dan een week boven 4000 meter hoogte trekken, dat is bijzonder zwaar. Ik voelde me in Peru al behoorlijk beteuterd, toen ik oude mannen en vrouwen van bejaarde leeftijd als flukse berggeiten de berg op zag gaan, terwijl ik en mijn jongere reisgezellen worstelden bij iedere helling. Je mag het hooggebergte niet onderschatten. De ijle lucht is een geduchte tegenstander, maar beetje bij beetje geraak je toch omhoog.

stap

per stap

per stap

En daarin zit een zekere zelfloosheid. Je verbant gedachten over hoe lang het nog zou kunnen zijn en hoeveel meter je al gestegen bent. Dat verbannen gaat vanzelf, eigenaardig genoeg. Alles verdwijnt, behalve datgene wat je moet doen. Je keert in jezelf. Je ledigt jezelf. Je gaat op in je handeling. In zekere zin verlies je jezelf. Daarin zit ook een zekere mystieke handeling, die niet beter verwoord kan worden dan door een citaat uit het oude Hindoe-epos Bhagavad-Gîtâ: “Strijd om der wille van de strijd, zonder te denken aan geluk of verdriet, verlies of winst, zege of nederlaag – als je zo handelt, blijf je altijd van zonden vrij.” (Bhagavad-Gîtâ, II-38)

Hieronder plaats ik een filmpje van iemand die de beruchte Snowman Trek in het Himalayastaatje Bhutan gedaan heeft en er een boek over heeft geschreven. God, wat benijd ik die man. Maar ik sta daar ook. Over een aantal jaar. Hoog in de bergen en hoog boven alle ijle en zinloze maatschappij-idealen. Als een Zarathustra, die uiteindelijk moet terugkeren naar het dal. Als een veranderd mens. Iemand die het Immense heeft beschouwd en in de Afgrond van zichzelf heeft gekeken.

P.

Pjotr en zijn tijdelijke “verdroming”

Iedere keer wanneer ik weet wat ik gedroomd heb en de droomwereld verlaat, beland ik in een bijzonder verwarrende schemerzone. Zo heb ik het altijd al ervaren; hoe het met u gesteld is weet ik niet. Het is een toestand van tijdelijke “verdroming”. Het maakt niet uit of ik beangstigende, vrolijke of nietszeggende dromen heb gehad, en of het surrealisme de grenzen van het onmogelijke tartte. Vlak na het ontwaken uit zulke dromen bevind ik me niet in de werkelijke wereld, maar in een schemerwereld. Een andere dimensie. Ik weet niet hoe het komt, maar er lijkt altijd een subtiele substantie aanwezig te zijn die niet van de echte wereld afkomstig is. Het is een geur die me prikkelt, een smaak van een in mijn dromen verorberde maaltijd en altijd dat gevoel, dat ene onheimelijke gevoel, dat ik terug ben van een lange, lange reis en ik me in een kamer bevind die me wel bekend overkomt, maar me ook vreemd en zelfs bedreigend aandoet. Een illusie die me gevangen wil houden. Vandaag overkomt me dat laatste gevoel; niet de tast, noch de smaak of de geur vertelt me iets, maar een moeilijk over te brengen bewustzijnstoestand. En dan, onverwacht, verdwijnen deze vreemde gedachten. Het besef waar en wie ik ben komt me glashelder voor de geest.

P.