TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Tag: Religie

Cioran & Haydn

En écoutant Les Sept Paroles du Christ de Haydn – je me disais tout à l’heure que mon scepticisme est au fond religieux et que ce n’est pas pour rien que les esprits dont je me sens le plus proche sont Pascal et Dostoïevski.

Cioran, Emil, Cahiers 1957-1972, Paris: Gallimard, 1997, 593.

Dostojevski: “het geheel hebben ze over het hoofd gezien”

Dostojevski

Houd altijd in gedachten, jongeman, zo viel vader Paisi zonder enige inleiding met de deur in huis, dat de wereldse wetenschap, die zich tot een grote kracht heeft verenigd, in het bijzonder in de afgelopen eeuw, alles heeft onderzocht waarvan in de heilige boeken wordt beweerd dat het uit de hemel komt, en na nietsontziende analyse van de geleerden dezer wereld is er van alles wat vroeger heilige was geen spaan meer over. Maar ze hebben alleen de delen onderzocht, het geheel hebben ze over het hoofd gezien, het is verwonderlijk hoe blind ze daarvoor waren. Terwijl het geheel toch even onwankelbaar voor hun ogen staat als vroeger en de poorten van de hel er geen vat op zullen krijgen. Heeft dat niet al negentien eeuwen standgehouden, en leeft het ook nu niet voort in de afzonderlijke bewegingen der zielen en in de bewegingen der volksmassa’s? Zelfs in de bewegingen der zielen van dezelven, van die alles verwoestende atheïsten leeft ze voort, even onwankelbaar als vroeger!

DOSTOJEVSKI, Fjodor, De broers Karamazov, Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 2005, 209.

De chaosmos van de late oudheid

De scheiding tussen heidendom en christendom liep in de vierde en vijfde eeuw op een andere wijze dan ze werd voorgesteld in de negentiende en twintigste. Het contrast is later aangebracht, destijds liepen de kleuren veel meer ineen. De blijde boodschap en het licht stonden niet tegenover de duisternis en angsten van het late heidendom. De ene God van de liefde stond niet tegenover de vele goden, godinnen, demonen en velerlei angsten. De verlosser, Christus, stond niet tegenover de scabreuze flauwekul van geile goden en godinnen, wonderwerkers en ongeloofwaardige verhalen en mythen over halfgoden. Er bestond geen tegenstelling tussen het heidense pessimisme, troosteloze, uitzichtloze ‘geniet van de dag, gij sterft’ en een christelijke verlossingsleer, toekomstperspectief en opstanding uit de dood. De amorele wreedheden, circusspelen en slavernij, stonden helemaal niet tegenover de christelijke naastenliefde. Slaven hadden toegang tot de heidense tempels en erediensten en werden nog in de zede eeuw op de Siciliaanse landgoederen van paus Gregorius de Grote doodgeranseld. Vrouwen verbreiden het nieuwe geloof en vonden er tevens een meer oosterse houding van onderdanigheid en dienstbaarheid.

De werkelijkheid van de vijfde eeuw is heel wat diffuser dan het beeld dat we er later van maakten. Kijk omhoog in de Santa Costanza even buiten Rome, een grafkerk boordevol mozaïeken met taferelen van dronkenschap en vrolijke oogstfeesten en wijnpersen. Is dat bacchantisch en hoort het bij de eredienst van Dionysos of zullen we het interpreteren als allegorie van de eucharistie?

Soms dalen we onder in die Romeinse kerken trappen af die ons tevens eeuwen terug in de tijd brengen. De kerken staan erboven, onder woelt het verleden. Onder San Clemente werd een beeld gevonden, waarvan ook een wereldberoemde andere versie in het Vaticaan prominent uitgestald staat: Christus als de goede herder, als de Davidstelg. Maar er zijn enkele tientallen van dat soort beeldjes, en we weten nooit of het Christus of Hermes de drager voorstelt. Onder de Sint Pieter vlak bij het vermeende graf van Simon Petrus – die daar niet ligt en zelfs nooit in Rome is geweest – is een grafkamer met een afbeelding van Christus die als Apollo de triomferende zonnekar ment. Ook keizer Constantijn bleef in het spoor van zijn voorgangers met de zonnecultus van Apollo, bleef de heidense titel pontifex maximus dragen en schonk de Romeinse senaat het gouden beeldje van Victoria waar enkele tientallen jaren later zo’n verbitterde strijd over zou ontstaan. Nog omstreeks het jaar 600 moest paus Gregorius de Grote zijn priesters weer eens verbieden om de hymne op de onoverwinnelijke zon aan te heffen op het hoogtepunt van de mis, de consecratie.

VERGEER, Charles, Wanden van de werkelijkheid. Filosofie van de late oudheid, Damon, Budel, 2011, 44-45.

“Op zoek naar een goddelijker God”

‘De vraag is echter of deze reductionistische en formalistische benadering de religie zelf geen geweld aandoet. Kan de ‘religie’ wel losgemaakt worden van haar binding met een specifieke geloofstraditie en gemeenschap, van haar inbedding in een rituele praxis, van haar concrete morele geboden en verboden? Paradoxaal genoeg keert het verwijt dat De Vries en sommige andere hedendaagse filosofen aan de klassieke ontotheologie* maken als een boemerang naar henzelf terug. Een van Heideggers terechte verwijten aan de metafysica als ontotheologie was dat zij werkte met een godsopvatting die volledig was losgeraakt van de levende (christelijke) religie waarin de metafysica impliciet of expliciet haar inspiratie vond. Tot de God als causa sui (“oorzaak van zichzelf”, een concreet voorbeeld van een invulling van het godsbegrip door de ontotheologie),

“kan de mens niet bidden, noch kan hij hem offers brengen. Voor de causa sui kan de mens noch uit eerbied op de knieën vallen, noch kan hij voor deze god musiceren en dansen”.

Zo luidde het harde verwijt van Heidegger aan de metafysica als onotheologie. Vandaar dat hij op zoek gaat naar een goddelijker god.’

JONKERS, Peter, ‘God in Frankrijk: de erfenis van Heidegger.’, in: JONKERS, P. en WELTEN, R. (red.), God in Frankrijk. Zes hedendaagse Franse filosofen over God., Damon, Budel, 2003, 14.

*Ontotheologie: de filosofie studie aan het Zijnswezen van God.

“Wereldgrondslag”

‘Laten we meteen zeggen, dat de religieuze ervaring van de in-homogeniteit van de ruimte een oerervaring weergeeft, die vergelijkbaar is met een ‘wereldgrondslag’. Het gaat niet om een theoretische speculatie, maar om een primaire religieuze ervaring, die aan alle wereldbespiegeling voorafgaat. Het is deze in de ruimte ontstane breuk die de wereldconstitutie mogelijk maakt, want hierdoor werd het ‘vaste punt’ onthuld, de centrale as van alle toekomstige oriëntatie. Wanneer het gewijde zich manifesteert door een willekeurige hiërofanie, is er niet alleen een breuk in de homogeniteit van de ruimte, maar ook een openbaring van een absolute werkelijkheid, die staat tegenover de niet-werkelijkheid van de onmetelijke omringende uitgestrektheid. De openbaring van het heilige ligt ontologisch ten grondslag aan de wereld. In de homogene en oneindige uitgestrektheid, zonder enige aanknopingspunt en bijgevolg zonder enige oriëntatiemogelijkheid, onthult de hiërofanie een absoluut ‘vast punt’, een ‘Centrum’’.

ELIADE, Mircea, Het gewijde en het profane. Een studie over religieuze essentie., Hilversum 1962, Sterrenserie, 9

En zo verbindt het eindige Worden zich aan een eeuwig Zijn.

P.

°124 – “Tegen de horizon van het oneindige”

Wij hebben het land verlaten en zijn scheep gegaan! We hebben de brug achter ons, – sterker nog, we hebben het land achter ons afgebroken! Welaan, scheepje! opgepast! Naast je ligt de oceaan, het is waar, hij brult niet altijd, soms ligt hij erbij als zijde en goud en als een dromerij over het goede. Maar er komen uren, dat je zult inzien dat hij oneindig is en er niets vreselijkers bestaat dan oneindigheid. Ach, die arme vogel, die zich vrij gevoeld heeft en tegen de wanden van deze kooi botst! Wee jou, wanneer het land-heimwee je overvalt, alsof daar meer vrijheid geweest was, – en er is geen ‘land’ meer!

Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap, °124

“Er valt hier iets te verrichten!”

Hieronder een fraai staaltje van negentiende-eeuwse Slavofilie, de grote tegenhanger van de liberaal-progressieve stroming die in de negentiende eeuw in Rusland bestond. Terwijl de ene stroming in Rusland het derde Jeruzalem zag, keken anderen naar het Westen, en dan vooral naar Frankrijk, om Rusland te bevrijden van haar reactionaire neigingen. Dostojevski ervoer in zijn jonge jaren een Aha-erlebnis in een gevangenis in Siberië, toen hij opgepakt was omdat hij behoorde tot de radicale kring van Petrasjevski, die socialistische en idealistische ideeën had. In een eerder artikel op deze blog heb ik Dostojevski en de Slavofielen in dit ruimer kader geplaatst: “Wellust werd de worm gegeven!”. Het onderstaande stukje is een citaat van Prins Mysjkin, oftewel de idioot in de gelijknamige roman.

Luister eens, Parfjon, je hebt mij zoëven een vraag gesteld: hier is mijn antwoord: de kern van het religieuze gevoel kun je bij geen redenaties, geen vergrijpen of misdaden, bij geen enkele atheïstische theorie onderbrengen; het gaat hier om iets totaal anders, altijd over iets anders; wij hebben hier te maken met iets, waar het atheïsme altijd en eeuwig op zal uitglijden en alle atheïsten zullen het eeuwig over iets anders blijven hebben. Maar de hoofdzaak is dat je deze waarheid het duidelijkst en snelst opvalt in een Russisch hart en dat is dan mijn konklusie! Dit is een van mijn voornaamste overtuigingen die ik uit ons Rusland meeneem. Er ligt hier een arbeidsveld braak, Parfjon! Er valt hier iets te verrichten in onze Russische wereld, geloof mij!

DOSTOJEVSKI, Fjodor, De Idioot, G.A. Van Oorschot, Amsterdam, 1960, 274.