TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Tag: Sfeer

Gemiste rijkdom

Toen ik daarstraks weer een eindeloze reeks spontane gedachten aan het spinnen was in mijn hoofd bedacht ik dat ik nooit dezelfde genialiteit aan de dag kon brengen op papier. Er zijn immers zoveel onbewuste barrières die het onmogelijk maken om een rijkdom te etaleren die nog maar te vergelijken valt met de weelde aan gedachten in mijn hoofd. Zo nu en dan slaag ik er wel in om een punt te maken, maar als ik erin slaag een doorgedreven gedachte te maken in mijn hoofd met her en der geniale hak-op-de-taksprongen moet dat toch ook lukken op papier? Als ik er op een of andere manier in slaag een personage in mijn dromen een boeiende toespraak te laten houden over eender welk thema, dan moet ik er zelf toch in slagen dat te reproduceren?

Deze tragedie is hier een oud zeer: het is slechts een van de vele opzichten waar we maar een fractie kunnen ervaren van het “kosmische sieraad”. Het is waar: de Neoplatoonse filosofie heeft dat sieraad op een uiterst verleidelijke manier beschreven, maar Nietzsche heeft deze prachtige gestalte terecht de grond ingeboord. Als er een kosmisch sieraad bestaat, is deze onbevattelijk en ook onredelijk. Want alles wat redelijk is, heeft de Duitse filosoof met de hamer geschreven, is slechts een constructie van ons eigen denken. Een fantasie, ook al is de mens haast van nature uit een wezen dat alles wil categoriseren en ordenen. Wat zegt dat dan over het werkelijke? Het werkelijke is chaotisch, maar de hele filosofie voor Nietzsche heeft dit ontkent.

Ik neig het leven voor te stellen als een pelgrimstocht, cirkelend rond een heilig centrum dat fungeert als de hoogste hemelsfeer die Dante wist te bereiken. Een Worden dat zich koppelt aan een Zijn, zodat het zich meer ontwikkelt en de mogelijkheid schept om niet alleen te bestaan, maar ook te existeren. En ja, ook al is dit een constructie van mezelf om het leven wat meer zinvol te maken, wat dan nog? De ontmaskering van het leven kan volgens mij leiden tot een rijkere levenservaring. We worden allemaal geworpen in een eigen microkosmos maar het is daarom aan ons als architect om daar iets van te maken. Waarom dan vasthouden aan conventionele bouwstijlen?

P.

Advertenties

“Hoezo? Niet vrij?”

“Vertel natuurlijk niemand dat ze niet vrij zijn, want dan gaan ze heel druk bezig zijn met moorden en verminken om te bewijzen dat ze het wel zijn. O ja, ze gaan tegen je praten en praten en praten over individuele vrijheid. Maar wanneer ze een vrij individu zien, krijgen ze de schrik te pakken”.

Jack Nicholson in Easy Rider (1969)

Niets doet mensen meer op hun stokpaard krijgen dan zeggen dat ze niet vrij zijn. Natuurlijk, in eerste opzicht klinkt het waanzinnig om dat te zeggen. Enkel een dwaas doet dat, niet? Waarom dan die kanttekening? Dankzij zelfkritiek (i.e. het in vraag stellen van alles wat gangbaar is) worden vanzelfsprekendheden gedwongen zichzelf te openbaren. Zo worden mechanismen ontmaskerd die anders achter een sluier verborgen zijn. Sommige beschavingsdenkers hebben geopperd dat de moderne mens in zijn vooruitgangsdenken zichzelf meer en meer onmachtig heeft gemaakt. Vrijheid kent twee gezichten. Je hebt de systeemvrijheid die voor iedere mens wordt gewaarborgd, doch altijd onderhevig aan de grillen van de Tijd. Daarnaast heb je de existentiële vrijheid dat zich op een heel ander niveau bevindt, maar stilaan uitdooft.

Dit vraagt om verduidelijking. Wat de systeemvrijheid kenmerkt is de afhankelijkheid van het maatschappijsysteem waarin een persoon geworpen (i.e. Martin Heideggers’ Geworfenheit) wordt. Zo heb je op deze wereld staatloze maatschappijen waarin extremistische stammen hun willekeurig geweld laten botvieren, maar ook gebetonneerde democratieën waar je pas politicus lijkt te worden na een verregaande lobotomie. Het spreekt voor zich dat een individu meer “mag” in de ene situatie dan in de andere. Dit wordt bepaald in de grondwet.

Dit is echter een erg arbitraire vorm van vrijheid, want onderhevig aan de maalstroom van de Tijd. Tenzij je migreert, heb je een gegeven set aan mogelijkheden, die in je levensloop kunnen veranderen. Vooral dat gegevene is belangrijk, want dit is het meest essentiële verschil met de existentiële vrijheid. Vrijheid moet verworven worden: om vrij te worden, moet je het in eerste plaats zijn (!). Dat is dus een opdracht, voor wie het niet verstaan heeft. De cultivatie van de ziel is de hoofdplicht van iedereen, stelde Plato. Je mag hem saai vinden, maar hij heeft wel een punt. En punten, beste lezer, zijn nooit saai.

Omdat de systeemvrijheid zo afhankelijk is van een maatschappijsysteem, is het van groot belang je eigen positie te handhaven in de maatschappij. Ons vreedzaam bestaan is illusoir omdat de werkelijkheid wordt gebannen uit ons dagelijkse leven. De TV en de computer vormen samen met de media het enge raampje op de wereld, waardoor we de werkelijkheid vanuit een sfeer ervaren (cf. Peter Sloterdijk). Hoewel de realiteit soms onze sfeer binnendringt, zoals op 9/11, sluit deze zich vrij snel opnieuw. Daarom heeft ons bestaan veel weg van de film The Truman Show: we proberen allemaal de idylle na te streven en omdat we onze sociale status verhogen door luxeartikelen voelen we ons vrij. Laat mij het nog eens herhalen op een andere manier: door onze consumptiedrang verhogen we de illusie dat we vrij zijn. Daarom stel ik dat de vrijheid in onze huidige maatschappij peanuts is. Een passieve vrijheid op een bedje van apathie, myopie en inertie.

Existentiële vrijheid gaat om levensbeheersing. Het is een concept dat moeilijk uit te leggen valt, maar wellicht illustreert de confrontatie van Odysseus en de Sirenen dit het beste. Toen Odysseus en zijn bemanning huiswaarts voerden kreeg hij van de tovenares Circe de raad om bijenwas in hun oren te doen, waardoor ze de aanlokkelijke, maar dodelijke lokzang van de Sirenen konden weerstaan. Menig schipper liep op de vervaarlijke klippen zijn ondergang tegemoet omdat hij niet kon weerstaan aan de Sirenen. Odysseus doet geen bijenwas in de oren maar draagt aan zijn mannen op hem vast te binden, zodat hij de dramatische Sirenenzang kon aanhoren. Daar toont hij een knap staaltje van levensbeheersing: het Immense aanhoren zonder zichzelf erdoor te laten meesleuren. Grenservaringen zijn misschien de meest existentieel vrije momenten die je als mens kan meemaken: op dat sublieme moment wordt het Zelf en zelfs de aard van de kosmos gedwongen zich te openbaren.

Toch gaat existentiële vrijheid om veel meer dan het opzoeken van grenservaringen. Volgens mij is het zelfs perfect mogelijk om vanuit een degelijke (!) inbedding existentieel vrij te zijn. Daardoor hoef je niet noodzakelijk een volgzaam schaap te zijn. Bekijk nu bijvoorbeeld eens Ernest Van der Hallen, een Lierse letterkundige die vanuit zijn katholieke inbedding een heel eigenzinnige aard had en zich niet wilde conformeren aan de krachten van zijn tijd. Wat de ‘Nest’ kenmerkte is iets wat vele andere pelgrimgestalten – voor, tijdens en na zijn tijd – met hem deelden: een tegenstroom in een uit haar lood geslagen Tijd. Je zou iemand als hem een “chronokraat” kunnen noemen: iemand die de maalstroom van de Tijd wist te beheersen; iemand die de Tijger kan bereiden. Net als de mens is Tijd iets wat overkomen kan worden.

Toch vraag ik het me af: zou er een voorwaarde zijn om te bestaan? Maar dan werkelijk bestaan, waarvoor een tweede geboorte moet plaatsvinden? Zelf voel ik me het meeste leven bij grenservaringen, waarbij het “gewone” burgerlijke leven eerder lijkt op een niet-leven. Het zijn die ervaringen die me doen twijfelen over de menselijke vrijheid, waaruit dan bovenstaande hersenriedels ontstaan die een poging zijn om mijn positie te markeren in het wereldveld. En jij? Beheers jij de Tijd? Beheers jij jezelf? Ben jij jezelf?

P. 

“Kunt u het kort houden?”. De problematische aard van ons eigen fantasme.

Volgens de Sloveense filosoof Slavoj Žižek was de film The Truman Show uit 1998, waarin het hoofdpersonage leeft in een fictieve geïdealiseerde maatschappij, een voorbeeld hoe het laatkapitalistische Californische consumentenparadijs in zijn hyperrealiteit[1] eigenlijk onwerkelijk is. De ontwerkelijking zette zich voort na de ineenstorting van de WTC-torens: het contrast tussen de steriele ‘Coca Cola-idylle’ en de ‘woestijn van de werkelijkheid’, namelijk de reële Derde Wereld, bleef behouden. Wat de ramp op 11 september had kunnen veranderen in de ‘Eerste Wereld’, werd gewoon voortgezet: de afstand tussen Wij en Zij bleef absoluut. De entertainmentwereld speelt hierin een grote en belangrijke rol, waardoor Peter Sloterdijks idee van de illusoire ‘sfeer’ wordt verwerkelijkt. Sciencefictionfilms als Logan’s Run anticiperen op de postmoderne maatschappij door een geïsoleerde groep af te beelden die een steriel leven leidt, maar wel streeft naar de ervaring van de werkelijke wereld. Deze drang wordt gekanaliseerd door de entertainmentwereld met gewelddadige films. Toch weekte 9/11 iets los: de illusoire ‘sfeer’ waar Sloterdijk over sprak werd gepenetreerd door iets ‘reëels’; de ‘werkelijkheid’, vaak slechts een spookbeeld voor vele Westerlingen op het televisiescherm, drong binnen in onze ‘eigen sociale werkelijkheid’.

Shit just got real. Trumans' 9/11 moment.

Sinds de ontzuiling intrad, begon de entertainmentwereld een belangrijke rol te spelen in het dagelijkse bestaan van de westerling. Binnen deze omwenteling ondervond ook de journalistiek een belangrijke transformatie. De ontzuiling gaf meer ademruimte aan de media, die de kans kreeg om zich los te weken van de dominante Moederpartij, commerciële ontwikkelingen boden lucratieve kansen en de journalistiek ontwikkelde zich veel breder dan voordien. De krant van vandaag is iets onwezenlijks voor iemand uit het interbellum. De ontvoogding van de media, zeker in de Belgische context, leidde tot de vorming van mediaconglomeraten. Vele nieuwskanalen zijn vandaag in handen van de bedrijven die ook entertainmentkanalen in de hand hebben. Naast de aloude aanwezigheid van politieke belangen komen ook commerciële belangen in het grote speelveld van de media en dus ook de journalistiek.

De vraag stelt zich of de journalistiek niet teveel bijdraagt aan het behoud van de illusoire ‘sfeer’, die Žižek problematiseert. De ‘Vierde Macht’ is immers zelf een machtsinstelling die de grootste invloed heeft op de publieke opinie, ongetwijfeld een enorme verantwoordelijkheid. De vermenging tussen de reclame- en entertainmentwereld met de journalistieke wereld wordt als zeer problematisch ervaren, stelde Rik van Cauwelaert (directeur van het weekblad Knack) onlangs op een mediadebat. De betrouwbaarheid van de media lijdt hieronder en het onderscheid tussen goed verkoopbaar nieuws en goed nieuws wordt vaak genegeerd. Optimisten geloven dat de mediawereld, vrijgemaakt van verzuiling en paternalistische betutteling, net als de vrije markt zichzelf zal corrigeren. Gekleurde zenders als Fox News Channel bestaan, maar er bestaan ook genoeg andere, meer objectieve en kwalitatieve nieuwsbronnen op de markt. Foutieve informatie wordt zo dus meteen afgestraft en gecorrigeerd door alternatieve nieuwsbronnen. Maar staat de gemiddelde mediaconsument wel zo kritisch tegenover de bronnen en kan deze zich ontvoogden van zijn toegeëigende mediaconsumptiegewoonten? Idealiter zou men kunnen stellen dat het massapubliek een kritisch wezen is dat zelf fungeert als een democratisch orgaan. Toch botst dit met de realiteit: het is utopisch te geloven dat iedere burger zich zal inspannen en evenveel zal bijdragen aan een kritische publieke opinie. Daarom is het de belangrijkste taak van de journalistiek zelf om ervoor te zorgen dat de commerciële belangen niet in de weg staan van degelijke nieuwsberichtgeving.

De ‘illusoire sfeer’ herinnert aan de ‘enclavistische’ verstandhouding die Britse antropologe Mary Douglas onderscheidt. Deze verstandhouding gaat uit van een sterke Wij-Zij tegenstelling, waarin de eigen groep wordt beschouwd als een veilige zone met een officiële cultuur. Typerend hieraan zijn televisie- en radioprogramma’s met een sterke ons-kent-ons-mentaliteit, waarbij gezelligheid en vrolijkheid de politieke berichtgeving “plebejiseert”. Op deze manier wordt zowel de journalistiek als de politiek gebracht naar een niveau waar het helemaal niet hoort te zijn. Dit is een belangrijk gevolg van de omvangrijke invloed van de entertainmentwereld: er is geen plaats voor serieuze nuanceringen en de diepgaande analyses op de drukbezochte media. Het debat op Terzake, toch een van de meer serieuze duidingprogramma’s, tussen een Gentse professor en de woordvoerder van Field Liberation Movement op 30 mei 2011 was bedroevend kort en weinig duidend. “Kunt u het kort houden, professor?” vroeg Lieven Verstraete, “anders zijn we te wetenschappelijk bezig”. Deze teneur is problematisch. Programma’s als Basta die hun verdienste hebben wanneer ze schandelijke praktijken aan het licht brengen, wekken dan weer de indruk dat onderzoeksjournalistiek alleen maar bekend lijkt te worden bij het grote publiek wanneer het ‘leuk’, ‘ludiek’ en ‘humoristisch’ gebracht wordt.

Slavoj Žižek

De vraag om het verschil tussen de journalistiek en de entertainmentsfeer draait om de  aanwezigheid van deze ‘illusoire’ sfeer. Er treedt belangenvermenging op die op zijn minst deels te maken heeft met de gevolgen van de ontzuilde maatschappij. Spreken we van een maatschappij in verval, als we de beschavingsdenkers uit de twintigste eeuw erbij nemen? Er is zeker sprake van een toenemende trivialisering in de journalistieke wereld: het imago van een politicus hangt vaak niet meer af van zijn doen en laten in het parlement, maar zijn ‘market credibility’ en het daarop volgende doen en laten in de mediawereld. Er is een asverschuiving aan de gang en niet in de goede richting. Wezenlijke veranderingen zijn nodig, maar het invoeren van meer regelgevingen of controleorganen zijn slechts van repressieve aard en wellicht ook niet wenselijk. Het gaat veeleer om een mentaliteitsverandering, die uitgaat van een wezenlijk beschavingsideaal en een verzet tegen de algemene apathie, myopie en inertie van de maatschappij. De pers kan die verantwoordelijkheid op zich nemen. De vraag is of dit binnen de huidige maatschappelijke context kan. Is de onwerkelijkheid ervan niet te gebetonneerd? Is de menselijke component, het doelpubliek van de pers, niet te verslaafd aan dit levensgroot fantasme?

P.


[1] Volgens Žižek hét bepalende kenmerk van de postmoderne maatschappij.

Lima, 09.08.2010

Nog eens op het vliegtuig naar Lima, maar het verkeer was minder chaotisch dan bij het begin van onze reis. Was het werkelijk zo, of waren we al in een vergaande fase van gewoontevorming beland? Mensen rijden hier nog altijd als zotten en er schijnt bij sommigen een vreemde fascinatie te bestaan voor nummerplaten. Sommige Peruvianen hebben autostickers gemaakt van hun eigen nummerplaten terwijl anderen probleemloos lijken rond te rijden zonder nummerplaat. Vallende sterren in Peru zie je alleen maar aan de hemel, dus daarvoor hoef je het niet te doen.

Na de aankomst gingen we iets eten in de Barrancowijk aan de kust. Ons oog viel op het restaurant Songoro Cosongo. Op de menukaart stond interessante informatie over de wijk. Het is een ‘Bohemische’ en traditionele wijk met oude huizen, parken, kapellen, romantische plaatsen, de zee en de bekende Brug der Zuchten die de dichters lokten. De familie die het restaurant openhoudt vertoeft al sinds 1930 in de wijk en het gebouw is deel van het culturele patrimonium van Lima. De keuken is Afroperuviaans, wat volgens de eigenaar wil zeggen dat de gerechten goed zijn afgekruid.

Dat belooft.

Een heerlijk-pikante ceviche verraste mijn smaakpapillen, uiteraard vergezeld met een goed glas witte wijn. Een huiswijn dit keer, heerlijk sec. De eigenaar trakteerde ons, nuja, eigenlijk eerder de jarige gasten een tafel verder, op een kleine sonate. Dan overtuigden we hem een stukje te spelen op de piano die bij ons stond, hoewel die niet goed gestemd was.

 

De eigenaar en bard van het bewuste restaurant.

Dan gingen we naar het strand waar de woeste golven van de Pacifische Oceaan uitnodigde om even stil te staan bij de vele indrukken van deze reis. Het stille geruis, afgewisseld met plotsklaps rollende golven, zogen mij op en ledigden mijn verstand. Ik nestelde me en liet me doorheen de spreekwoordelijke Tao voeren. Het einde is nabij, maar het moment leek eeuwig te duren.  Heerlijke stilte, slechts het rollende water bleef over. De oceaan riep tot ons, bood ons een blik op haar eindeloosheid.

 

 

De oprijzende oceaan in Lima.

De volgende halte was Miraflores, waar het liefdespark veel tijd in beslag nam. Ik vond het op Park Güell in Barcelona lijken. Het kleine park had een groot standbeeld met twee geliefden in een innige omhelzing. Interessant waren ook de mozaïeken muren en banken met Spaanse zegswijzen rond de liefde. Het werd echter snel laat, waardoor we nog een keer de spits van Lima doorstonden om terug te geraken naar het centrum waar we iets gingen eten.

We aten, na een taxirit naar het centrum, in een lokaal Italiaanse restaurantje waar ik van de gelegenheid gebruik nam om van een ossobucco te genieten met een heerlijke fles Concha y toro (deze keer de merlotversie, maar de carbernet sauvignon was net iets meer karaktervol). Daarna volgde een splitsing: vijf mensen die iets wilden gaan drinken omdat het de laatste avond was en de andere vijf die wilden gaan slapen. We dronken iets in een lokale cocktailbar die er vrij louche uitzag. De bazin van dit ‘kot’ deed daar overigens niet veel goed aan door aan paniekzaaierij te doen. We moesten oppassen voor mogelijke dieven, maar de enige mensen die er waren buiten ons was zijzelf en de barman. De Pisco Sour werd gemaakt met wodka, wat op zijn minst opmerkelijk was aangezien Pisco zowat het hoofdbestanddeel is van een Pisco Sour. Wodka Sour dan maar? Vreemd. Maar al te vreemd. Daarna gingen we rustig naar het hotel toe. Er bleken geen pillen in onze cocktails gedraaid te zijn. Daar gaat onze sjamanistische ervaring. Iets wat je in Peru blijkbaar ook kan doen. Een andere keer dan maar.

Toen gebeurde datgene wat elke reiservaring zoveel rijke maakte: een spontane ontmoeting met de lokale bevolking. Niet dat we dat eerder niet hebben kunnen meemaken. Maar toch niet zo spontaan als deze keer. Dit kwam door het nemen van de foto’s waar enkele lokale voetballende kinderen mee op stonden. We deden mee met hen en vermaakten ons voor een lange tijd door tegen de bal te trappen. Dat het half twee ’s nachts was en dat deze kinderen nog volop aan het voetballen waren vonden we vreemd. En meer zelfs aangezien zij de dag erna naar school moesten gaan maar blijkbaar was er een familiefeest in de lokale buurtwinkel. We mochten meegenieten van de verjaardagstaart en een donkere Cusqueña, die een lichte fruitige toets had maar wel bitter smaakte. De dames van ons illustere gezelschap dansten met de jongens en de enige man in het gezelschap, ondergetekende, trok de foto’s en genoot van de gemoedelijke sfeer. We gingen laat slapen, nagenietend van deze uitbarsting van spontaniteit. Het is dit soort onverwachte situaties die een werkelijke meerwaarde bieden aan reizen. En dan komt de onvermijdelijke vraag: waarom morgen al vertrekken? Waarom blijf ik hier niet een paar dagen, een paar weken of een paar maanden langer?