TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Tag: Slavoj Žižek

Žižek: de verdubbeling van het woord

Slavoj Žižek

Slavoj Žižek

(…) waarom zouden we geen emancipatorisch verschil zien in een schijnbaar ‘reactionair’ begrip als ‘Russische identiteit’? Misschien kan de eigenaardigheid van woorden onze gids zijn in deze kwestie: het Russisch kent vaak twee woorden voor dezelfde term (of wat voor ons westerlingen dezelfde term lijkt), waarvan het ene zijn gewone betekenis weergeeft, en het andere een meer ethisch geladen ‘absoluut’ gebruik heeft.

Zo is er het woord istina, het gewone woord voor waarheid als overeenstemming met feiten; en Pravda (meestal met hoofdletter), de absolute Waarheid die ook verwijst naar de ethisch toegewijde ideale orde van het Goede. Zo is er het woord svoboda, de gewone vrijheid om binnen de bestaande sociale orde te doen wat we willen; en volja, de meer metafysisch geladen absolute drang om je wil te volgen tot op het punt van zelfvernietiging. Zoals de Russen graag zeggen: in het Westen heb je svoboda, maar wij hebben volja. (…)

ZIZEK, Slavoj, Welkom in de woestijn van de werkelijkheid, Amsterdam: Uitgeverij SUN, 2005, 86.

Slavoj Žižek over “The Sound of Music”

De man zet aan tot alomvattende hersenpijniging, maar dat is waarom ik zijn uiteenzettingen net zo geniaal vind:

10 jaar 9/11: de onmacht van een reus

9/11 schokte de wereld. Nooit eerder had een terreuraanval zoveel slachtoffers veroorzaakt op een manier die enkel door Hollywoodregisseurs zoals Michael “Explosions!” Bay bedacht kon worden. Slavoj Žižek, een Sloveense cultuurfilosoof, toonde in zijn werk Welkom in de woestijn van de werkelijkheid aan hoe deze gebeurtenis een scheur betekende in de Westerse onwerkelijke beschouwing van de wereld.

Hij stelt dat postmoderne westerlingen in een veilige cocon leven, een steriel bestaan dat illusoir is. De populaire Duitse filosoof Peter Sloterdijk sprak van “sferen”. Het streven naar de werkelijkheid gebeurt enkel in gewelddadige films en andere entertainmentvormen. Voor het overige ziet men enkel geweld op televisiejournaals of documentaires. Het TV- of computerscherm vormde het kleine enge raampje op de wereld. 9/11 was een scheurmoment, de illusoire “sfeer” werd gepenetreerd door iets reëels: de ‘werkelijkheid’, vaak slechts een spookbeeld voor vele Westerlingen op het televisiescherm, drong binnen in onze ‘eigen sociale werkelijkheid’. Dit was een keerpunt. Of dan toch niet?

Soms wordt de vraag gesteld of de VS het allemaal zelf niet gezocht heeft. En daar valt een lans voor te breken, als men de bilan van het Amerikaanse buitenlandse beleid opstelt. Op deze website staat een opsomming van alle landen waar de VS zich sinds 1890 mee heeft gemoeid. De lijst is indrukwekkend. De usual suspects zijn er bij de vleet: Iran, Afghanistan, Vietnam, Irak, Cuba, … Ook minder gekende interventies zoals de coup in Indonesië in 1965 waar miljoenen mensen het leven lieten staan erbij. Niet dat alleen de VS zich met zulke dingen inliet. Ook de grootmachten China, Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland hebben minder fraaie interventies op hun palmares. Een grootmacht heeft een gegeven invloedssfeer die het wil verdedigen of uitbreiden. Zonder die invloedssfeer is het geen grootmacht meer. Het unilateralisme van de VS duidt op een hoge mate van straffeloosheid. Het verwondert dan ook niet dat er organisaties en bewegingen ontstaan die zich afzetten tegen deze vormen van imperialisme.

In de ogen van Amerikaanse interventionisten en hun propagandamachine werden deze verzetsstrijders steevast “extremisten” of “terroristen” genoemd. Het interveniërende VS zou Vietnam, Cuba, Iran, … immers de “vrijheid” brengen en “democratie” beloven. Semantiek, uiteraard. Dat de VS en het Westen in het algemeen geen probleem hadden met dictators zoals Moebarak in Egypte is algemeen geweten: zolang deze marionetten de belangen van de VS maar niet in de weg liepen, was er geen probleem. Maar als de macht van de marionetten taande, was een messteek in de rug ten voordele van een beter alternatief altijd een optie. Vaak werden vele verzetsgroepen aanvankelijk gesteund door de VS, zoals de taliban tegen de Russische invasie of de Vietminh tegen de Japanse bezetter. In dat opzicht is Bin Laden een “spook” dat door de VS in het leven werd geroepen, zij het dan indirect omdat Bin Laden nooit rechtstreeks werd gesponsord door de CIA.

Sommige kwatongen, vaak van het tin foil hat-type, beweren dan weer dat 9/11 een inside job was en dat het Amerikaanse militair-industriële complex garen spinde in de nasleep van de ramp. Dat schunnige individuen de kapers hebben betaald en dat er geen Joodse slachtoffers zouden gevallen zijn. En o ja, het gezicht van de Duivel werd gezien in een van de WTC-torens! Het is natuurlijk geen geheim dat er miljarden werden verdiend door de oorlogen in Afghanistan en Irak. Maar laten we even realistisch zijn. De grote (en ja, vooral megalomane) schaal van het project maakte de uitvoering ervan onmogelijk wegens de toestand van het politieke etablissement en de onmogelijkheid om dit stil te houden. We spreken niet over de film 2012 waar dit soort megalomanie wél mogelijk blijkt, maar over de realiteit. Door de symbiotische toestand tussen het Amerikaanse kapitalisme en het buitenlandse beleid, kan wel gesteld worden dat de ramp enorme opportuniteiten creëerde voor bepaalde lobbygroepen, multinationals, defensiebedrijven en beruchte organisaties zoals Blackwater. Deze immorele hebzucht is echter geen oorzaak van 9/11, maar maakte wel deel uit van de nasleep tot op vandaag de dag.

Wat is er dan veranderd na 9/11? Heel wat. En tegelijk ook niet veel. Het Amerikaanse interventionisme taande niet, integendeel, het nam toe in arrogantie. ‘Met ons of tegen ons’ luidde de Bush-doctrine: ieder land dat terroristen herbergde of het terrorisme steunde werd op de zwarte lijst geplaatst. Uiteraard heeft de VS zichzelf niet op die lijst geplaatst, die vrijheid kon het zich wel permitteren op de morele hogere grond die de regering zich heeft toegeëigend na 9/11. Afghanistan, een failed state, werd binnengevallen om de daders te pakken. En Irak werd binnengevallen omdat de dictator, voordien gesteund door de VS, niet meer van nut was en omdat het volk nu eenmaal houdt van oorlog. Dit bloedbad en de bezetting verhoogde nogmaals de anti-Westerse sentimenten.

Desondanks ontsloot de “sfeer” zich opnieuw. Maar de reus wankelt door interne problemen, 9/11 heeft iets losgeweekt. Niet zozeer de paranoia of het unilateralisme is in omvang toegenomen, maar wel het besef van de eindigheid van de pax americana. Ook de machtigste leerling van de klas kan getroffen worden in zijn hart. Of de VS de gang van de wereld nog zal bepalen zoals het dat deed voor 9/11 is nog maar de vraag. De aanloop naar het verval is ingezet. En wie of wat komt daarna? In dit opzicht was 9/11 en de nasleep een teken aan de wand. De machtige heerser die triomfantelijk boven allen uitrees na de Tweede Wereldoorlog is vandaag een seniele oude dwaas die niet alleen de wereld, maar ook en vooral zichzelf onmachtig is geworden.

 

P.

Filosofie op het kleinste kamertje

Žižek: de kunst om in een post-ideologisch tijdperk zelfs in het kleine excrementenkamertje een ideologische onderlaag te vinden.

“Kunt u het kort houden?”. De problematische aard van ons eigen fantasme.

Volgens de Sloveense filosoof Slavoj Žižek was de film The Truman Show uit 1998, waarin het hoofdpersonage leeft in een fictieve geïdealiseerde maatschappij, een voorbeeld hoe het laatkapitalistische Californische consumentenparadijs in zijn hyperrealiteit[1] eigenlijk onwerkelijk is. De ontwerkelijking zette zich voort na de ineenstorting van de WTC-torens: het contrast tussen de steriele ‘Coca Cola-idylle’ en de ‘woestijn van de werkelijkheid’, namelijk de reële Derde Wereld, bleef behouden. Wat de ramp op 11 september had kunnen veranderen in de ‘Eerste Wereld’, werd gewoon voortgezet: de afstand tussen Wij en Zij bleef absoluut. De entertainmentwereld speelt hierin een grote en belangrijke rol, waardoor Peter Sloterdijks idee van de illusoire ‘sfeer’ wordt verwerkelijkt. Sciencefictionfilms als Logan’s Run anticiperen op de postmoderne maatschappij door een geïsoleerde groep af te beelden die een steriel leven leidt, maar wel streeft naar de ervaring van de werkelijke wereld. Deze drang wordt gekanaliseerd door de entertainmentwereld met gewelddadige films. Toch weekte 9/11 iets los: de illusoire ‘sfeer’ waar Sloterdijk over sprak werd gepenetreerd door iets ‘reëels’; de ‘werkelijkheid’, vaak slechts een spookbeeld voor vele Westerlingen op het televisiescherm, drong binnen in onze ‘eigen sociale werkelijkheid’.

Shit just got real. Trumans' 9/11 moment.

Sinds de ontzuiling intrad, begon de entertainmentwereld een belangrijke rol te spelen in het dagelijkse bestaan van de westerling. Binnen deze omwenteling ondervond ook de journalistiek een belangrijke transformatie. De ontzuiling gaf meer ademruimte aan de media, die de kans kreeg om zich los te weken van de dominante Moederpartij, commerciële ontwikkelingen boden lucratieve kansen en de journalistiek ontwikkelde zich veel breder dan voordien. De krant van vandaag is iets onwezenlijks voor iemand uit het interbellum. De ontvoogding van de media, zeker in de Belgische context, leidde tot de vorming van mediaconglomeraten. Vele nieuwskanalen zijn vandaag in handen van de bedrijven die ook entertainmentkanalen in de hand hebben. Naast de aloude aanwezigheid van politieke belangen komen ook commerciële belangen in het grote speelveld van de media en dus ook de journalistiek.

De vraag stelt zich of de journalistiek niet teveel bijdraagt aan het behoud van de illusoire ‘sfeer’, die Žižek problematiseert. De ‘Vierde Macht’ is immers zelf een machtsinstelling die de grootste invloed heeft op de publieke opinie, ongetwijfeld een enorme verantwoordelijkheid. De vermenging tussen de reclame- en entertainmentwereld met de journalistieke wereld wordt als zeer problematisch ervaren, stelde Rik van Cauwelaert (directeur van het weekblad Knack) onlangs op een mediadebat. De betrouwbaarheid van de media lijdt hieronder en het onderscheid tussen goed verkoopbaar nieuws en goed nieuws wordt vaak genegeerd. Optimisten geloven dat de mediawereld, vrijgemaakt van verzuiling en paternalistische betutteling, net als de vrije markt zichzelf zal corrigeren. Gekleurde zenders als Fox News Channel bestaan, maar er bestaan ook genoeg andere, meer objectieve en kwalitatieve nieuwsbronnen op de markt. Foutieve informatie wordt zo dus meteen afgestraft en gecorrigeerd door alternatieve nieuwsbronnen. Maar staat de gemiddelde mediaconsument wel zo kritisch tegenover de bronnen en kan deze zich ontvoogden van zijn toegeëigende mediaconsumptiegewoonten? Idealiter zou men kunnen stellen dat het massapubliek een kritisch wezen is dat zelf fungeert als een democratisch orgaan. Toch botst dit met de realiteit: het is utopisch te geloven dat iedere burger zich zal inspannen en evenveel zal bijdragen aan een kritische publieke opinie. Daarom is het de belangrijkste taak van de journalistiek zelf om ervoor te zorgen dat de commerciële belangen niet in de weg staan van degelijke nieuwsberichtgeving.

De ‘illusoire sfeer’ herinnert aan de ‘enclavistische’ verstandhouding die Britse antropologe Mary Douglas onderscheidt. Deze verstandhouding gaat uit van een sterke Wij-Zij tegenstelling, waarin de eigen groep wordt beschouwd als een veilige zone met een officiële cultuur. Typerend hieraan zijn televisie- en radioprogramma’s met een sterke ons-kent-ons-mentaliteit, waarbij gezelligheid en vrolijkheid de politieke berichtgeving “plebejiseert”. Op deze manier wordt zowel de journalistiek als de politiek gebracht naar een niveau waar het helemaal niet hoort te zijn. Dit is een belangrijk gevolg van de omvangrijke invloed van de entertainmentwereld: er is geen plaats voor serieuze nuanceringen en de diepgaande analyses op de drukbezochte media. Het debat op Terzake, toch een van de meer serieuze duidingprogramma’s, tussen een Gentse professor en de woordvoerder van Field Liberation Movement op 30 mei 2011 was bedroevend kort en weinig duidend. “Kunt u het kort houden, professor?” vroeg Lieven Verstraete, “anders zijn we te wetenschappelijk bezig”. Deze teneur is problematisch. Programma’s als Basta die hun verdienste hebben wanneer ze schandelijke praktijken aan het licht brengen, wekken dan weer de indruk dat onderzoeksjournalistiek alleen maar bekend lijkt te worden bij het grote publiek wanneer het ‘leuk’, ‘ludiek’ en ‘humoristisch’ gebracht wordt.

Slavoj Žižek

De vraag om het verschil tussen de journalistiek en de entertainmentsfeer draait om de  aanwezigheid van deze ‘illusoire’ sfeer. Er treedt belangenvermenging op die op zijn minst deels te maken heeft met de gevolgen van de ontzuilde maatschappij. Spreken we van een maatschappij in verval, als we de beschavingsdenkers uit de twintigste eeuw erbij nemen? Er is zeker sprake van een toenemende trivialisering in de journalistieke wereld: het imago van een politicus hangt vaak niet meer af van zijn doen en laten in het parlement, maar zijn ‘market credibility’ en het daarop volgende doen en laten in de mediawereld. Er is een asverschuiving aan de gang en niet in de goede richting. Wezenlijke veranderingen zijn nodig, maar het invoeren van meer regelgevingen of controleorganen zijn slechts van repressieve aard en wellicht ook niet wenselijk. Het gaat veeleer om een mentaliteitsverandering, die uitgaat van een wezenlijk beschavingsideaal en een verzet tegen de algemene apathie, myopie en inertie van de maatschappij. De pers kan die verantwoordelijkheid op zich nemen. De vraag is of dit binnen de huidige maatschappelijke context kan. Is de onwerkelijkheid ervan niet te gebetonneerd? Is de menselijke component, het doelpubliek van de pers, niet te verslaafd aan dit levensgroot fantasme?

P.


[1] Volgens Žižek hét bepalende kenmerk van de postmoderne maatschappij.

Het Messiaanse moment van Cuba – Slavoj Žižek

‘Walter Benjamin definieerde het Messiaanse moment als een Dialektik im Stillstand: wachtend op een Messiaanse Gebeurtenis komt het leven tot stilstand. Zien we in Cuba niet een eigenaardige verwerkelijking hiervan, een negatieve Messiaanse tijd: de sociale stilstand waarin het ‘einde der tijden nabij is’ en iedereen op het Wonder wacht van wat er zal gebeuren als Castro sterft en het socialisme ineenstort? Het verbaast dan ook niet dat, naast politiek nieuws en politieke verslaggeving, het belangrijkste item op de Cubaanse tv Engelse taalcursussen zijn – ongelooflijk veel, elke dag vijf of zes uur. Als doel van het Messiaanse wachten wordt paradoxalerwijze de terugkeer naar de anti-Messiaanse kapitalistische normaliteit gezien – iets waarop het land simpelweg wacht, in een toestand van verstarde levendigheid’.

Slavoj Žižek (Welkom in de woestijn van de werkelijkheid)