TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Tag: Stilte

Over geworpenheid gesproken

pelgrim

Denk er eens over na – en laat de vraag héél goed doordringen: wie heeft om zijn bestaan gevraagd? Dit is een door en door existentieel probleem waar maar weinig mensen bij stilstaan. “Niemand” is het juiste antwoord, maar de consequenties van dit besef zijn ontzettend.

We bestaan omdat we geworpen zijn in de wereld. Zomaar. Dat hebben we zelf niet beslist, maar twee mensen die we onze ouders noemen. Je kan het egoïstisch noemen – strict genomen is een kind maken een egoïstische beslissing, maar dat doet er niet toe;  de schuldvraag is irrelevant. Wat we wel mogen verwachten is dat die twee ons een kans geven om in dat bestaan iets zinvols op te bouwen. Dat is de morele plicht van het ouderschap.

Met het begrip “geworpenheid” stel ik de menselijke vrijheid inderdaad in vraag. We worden gedwongen te bestaan en worden van meet af aan in een keurslijf gestoken, krijgen een bril opgezet die vanaf de prille levensjaren continu wordt bijgesteld door onze omgeving en worden dan ook nog eens verwacht om het hele uitgestippelde parcours braafjes verder af te lopen tot we tevreden de doodskist in mogen wandelen. Welbedankt en tot de volgende keer! Toegegeven: ik ga hier kort door de bocht, maar het gaat snel die richting uit als je de automatische piloot opzet zonder stil te staan bij de twijfelachtige vanzelfsprekendheid van dit parcours. Daarin leg ik mezelf een wereldbeschouwend maxime op: wantrouw de vanzelfsprekende gang van zaken.

Toch mag je me niet verkeerd verstaan: het leven is een ontzettend rijke ervaring als je er oog voor hebt. De mogelijkheden zijn eindeloos en tegelijk is het leven erg tragisch omdat we steeds op de grens van de tijd leven en niet weten wat er op het volgende moment gaat gebeuren. Daarin ligt een bijzondere schoonheid besloten: pas door het besef van die grenservaring erkennen we de volle rijkdom van het bestaan. We leven in extremen en lopen langs de rand van een ravijn zonder het goed en wel te beseffen.

Van categorisch belang is de verwondering: deze bijzondere waarneming brengt in ons een duizeling wanneer we het leven voorbij de oppervlakte beschouwen. We verlaten het berekenende redeneren van de delen en betreden de stille contemplatie waarin we inzicht mogen verschaffen op het geheel. Het is pas door onttrokken te worden aan onze comfort zone dat we het gevoel krijgen een sluier weg te trekken waarachter zich iets wonderbaarlijks manifesteert. We worden gearresteerd in onze dagelijkse waan en worden uit onze illusie ontrukt. Deze stilstand is onze werkelijke vooruitgang.

P.

Advertenties

Kosmokrator

And the days are not full enough
And the nights are not full enough
And life slips by like a field mouse

Not shaking the grass

~Ezra Pound

To see the world in a grain of sand
and Heaven in a wild flower.
Hold infinity in the palm of your hand,
and eternity in an hour.

William Blake

Op lukrake momenten bevraag je de essentie van het leven. Over wat van belang is. Of we iets waard zijn op een kosmische schaal. Verhullen we ons in een grootsprakig antropocentrisme, waar de mens het centrum, of zelfs het culminatiepunt van het Alleven is, of werpen we ons in het Niets door het bestaan als een loutere toevalligheid te beschouwen? De mens als een organisme dat ontstaat, bestaat en sterft, zonder enig verschil uit te maken? De Tijd is een onverschillige maalstroom, het marcheert verder door en sleurt ons allemaal mee. En iedere druppel Tijd vloeit door je handen, niet meer terug te halen. Voorgoed verloren. In de Yuishiki-doctrine van het Hossoboeddhisme is er een continue flux van bewustzijn, dat de werkelijkheid enkel nu bestaat. Niet daarnet, niet zo meteen, maar op dit eigenste moment is de wereld jouw creatie. Heb je een manier gevonden om je handen te sluiten? Om de Tijd, al is het maar even, meester te zijn? Wanneer heb je voor het laatst een werkelijk roerloze stilte ervaren, waar de levensharmonie weerklinkt? Heb jij de Kosmos al eens gedwongen zich te openbaren?

(Het gonst …)

P.

XXV

Peder Severin Kroyger (Zomeravond op het strand van Skagen)

Kijk, uiteindelijk is het maar een getal hoor. De leeftijd verglijdt geruisloos doorheen het jaar naar de volgende etape. Dan wordt er veel gekonkelfoesd over de getalsverandering, waarna het leeftijdsgetal weer een jaar lang roerloos blijft. En het is net tijdens die periode van roerloosheid dat er zoveel verandert, heel subtiel, zonder al te veel boe of ba van de omgeving. En toch stemt die jaarlijkse verandering tot zwaarmoedigheid. Je kan er niets aan doen.

Terugblikkend naar het verleden, lijk je als kind over magische gaven te beschikken. De zomers duren veel langer, de temperatuur ligt veel hoger en de onweders zijn brutaler dan ze in de werkelijkheid waren. Dat gevoel van mythische overdrijving lijkt op latere leeftijd weg te zijn, de tijd gaat almaar sneller en je bent alles sneller gewoon. Je veronachtzaamd die bijzondere gave om als kind de tijd op een magische manier te beleven en zelfs tot op een zekere mate te besturen. Je verliest de mythe.

En toch doet een avondlijke zomerfietstocht een mens out of the blue terugbelanden in de ongeschonden jaren van zijn jeugd. Terug naar de warme boezem van de mythe. De prikkelende geur van warme straatstenen, de allesomvattende schoonheid van een zonsondergang en het geluid van een passerende ijsventer maakt de ouder geworden nostalgicus bijzonder blij. Aangekomen op de plaats waar hij wil zijn, onder vrienden op een terras waar hij de eerste Duvel van de avond bestelt, zet hij zich neer en vraagt hij zich af hoe het plots komt dat momenten als deze eeuwig lijken te duren. En schrijlings weergalmt het in de stoffige uithoeken van zijn kranige schedel: “Ach, dat ik dit wonder moge meemaken!”.

P.

Het stille wentelen

’t Heersende koninkrijk der stilte ontwaakt

en neemt op wat de mens is kwijtgeraakt

Het ongebrokene; de eeuwige oerwet treedt aan

De Maha-Kalpa in het laatste kwartier,

smacht naar absolute leegte en roerloze verstilling

Kali daagt vergankelijke wereldbeelden uit,

die de mens in zijn ijdelheid heeft uitgespuid

D’ een verloren in diepe eeuwige geruisloosheid

D’ ander gekweld door stille boosaardigheid

Want de stilte schreeuwt luid, en schitterend pralend

schijnt de waarheid onder Saturnus’ gouden stralen

Want zij raakt al wentelend aan de kern van alle dingen

P.

En donker zingt mijn bloed …

De kern van alle dingen

is stil en eindeloos

Alleen de dingen zingen

Ons lied is kort en broos

 

En donker zingt mijn bloed

van heimwee zwaar doorwogen

Ik zeil langs regenbogen

Gods stilte tegemoet

– Felix Timmermans.