TEMPESTATIBVS MATVRESCO!

Stormend dansen rond een cirkel van vuur

Tag: Tijd

Mishima: de speling van de wil

When Honda reflected upon his own character, he had no choice but to conclude that he was a man possessed of a will. At the same time, however, he could not avoid misgivings as to the ability of that will to change anything or to accomplish anything even in contemporary society, let alone in the course of future history. Often his courtroom decisions had determined whether a man lived or died. Such a verdict might have seemed of extreme significance at the time, but as the years passed – since all men were fated to die – it turned out that he had merely hasted a man’s fate; and that the deaths had been neatly consigned to one corner of history, where they soon disappeared. And as for the disturbing conditions of the present world, though his will had had nothing to do with bringing these about, he as a judge was ever at their beck and call. How much the choices made by his will proceeded from pure reason and how much, without his realizing it, they were coerced by the prevailing thought of the period was a question he was unable to decide.

Yukio Mishima, Runaway Horses

Een andere versie van het nature vs. nurture-debat. De mens als historisch wezen: een game-changer op basis van zijn wilskracht of een speelbal van historische factoren? We ontsnappen niet aan onze historiciteit en dat botst met onze neiging om dat toch te willen doen, net omdat we geconfronteerd zijn met onze eindigheid.

Geschiedenis is iets vreemds: hoewel zij aan ons verschijnt als een solide blok met afgelijnde periodes, is zij echter een fluïde entiteit die verandert door de manier waarop de mens omgaat met zijn historisch bewustzijn. Dominante tijdsgeesten worden immers gerelativeerd wanneer je ons historisch zelfverstaan in perspectief plaatst. Stroom en tegenstroom, flux en reflux: meer dan een dualiteit is zij, door haar wisselende spel van woord en wederwoord die een complexe reeks aan gebeurtenissen in gang zet, de motor van onze voortgang in de tijd. Dat spelelement vergeten is jezelf verankeren in een Eeuwig Heden: het domein van de beschaafde barbaar.

P.

Advertenties

Wat is schoonheid?

Het overvalt je met de woeste kracht van een orkaan; het doet je stilstaan en verwonderen. Ware schoonheid werpt je omver en vergunt je inzicht in de samenhang van alles. Het is daarom een bij uitstek kosmische kracht waarmee we als demiurgen werelden scheppen. Ons vermogen tot esthetiek maakt ons betrokken met een zinvolle wereld. Het is waar dat onze esthetische vermogens cultureel geconditioneerd zijn, maar dat gaat slechts over de invulling van het schone, niet om de essentiële ervaring ervan. De subjectieve invulling van het schone is triviaal: het maakt niet uit of het nu Bach is die je raakt of een ravissant houtsnijwerk van de Japanse Edo-periode; wat telt is de zogenaamde arrestatie: getroffen worden door het Ware, Schone en Goede, en daarmee een rustpunt vinden in de woeste maalstroom van het bestaan. Schoonheid maakt ons even beheersers van de roekeloos razende Tijd.

P.

Over geworpenheid gesproken

pelgrim

Denk er eens over na – en laat de vraag héél goed doordringen: wie heeft om zijn bestaan gevraagd? Dit is een door en door existentieel probleem waar maar weinig mensen bij stilstaan. “Niemand” is het juiste antwoord, maar de consequenties van dit besef zijn ontzettend.

We bestaan omdat we geworpen zijn in de wereld. Zomaar. Dat hebben we zelf niet beslist, maar twee mensen die we onze ouders noemen. Je kan het egoïstisch noemen – strict genomen is een kind maken een egoïstische beslissing, maar dat doet er niet toe;  de schuldvraag is irrelevant. Wat we wel mogen verwachten is dat die twee ons een kans geven om in dat bestaan iets zinvols op te bouwen. Dat is de morele plicht van het ouderschap.

Met het begrip “geworpenheid” stel ik de menselijke vrijheid inderdaad in vraag. We worden gedwongen te bestaan en worden van meet af aan in een keurslijf gestoken, krijgen een bril opgezet die vanaf de prille levensjaren continu wordt bijgesteld door onze omgeving en worden dan ook nog eens verwacht om het hele uitgestippelde parcours braafjes verder af te lopen tot we tevreden de doodskist in mogen wandelen. Welbedankt en tot de volgende keer! Toegegeven: ik ga hier kort door de bocht, maar het gaat snel die richting uit als je de automatische piloot opzet zonder stil te staan bij de twijfelachtige vanzelfsprekendheid van dit parcours. Daarin leg ik mezelf een wereldbeschouwend maxime op: wantrouw de vanzelfsprekende gang van zaken.

Toch mag je me niet verkeerd verstaan: het leven is een ontzettend rijke ervaring als je er oog voor hebt. De mogelijkheden zijn eindeloos en tegelijk is het leven erg tragisch omdat we steeds op de grens van de tijd leven en niet weten wat er op het volgende moment gaat gebeuren. Daarin ligt een bijzondere schoonheid besloten: pas door het besef van die grenservaring erkennen we de volle rijkdom van het bestaan. We leven in extremen en lopen langs de rand van een ravijn zonder het goed en wel te beseffen.

Van categorisch belang is de verwondering: deze bijzondere waarneming brengt in ons een duizeling wanneer we het leven voorbij de oppervlakte beschouwen. We verlaten het berekenende redeneren van de delen en betreden de stille contemplatie waarin we inzicht mogen verschaffen op het geheel. Het is pas door onttrokken te worden aan onze comfort zone dat we het gevoel krijgen een sluier weg te trekken waarachter zich iets wonderbaarlijks manifesteert. We worden gearresteerd in onze dagelijkse waan en worden uit onze illusie ontrukt. Deze stilstand is onze werkelijke vooruitgang.

P.

Het zuivere uur van Emil Cioran

27696_393547129409_716729409_3961509_6152514_n

“Le temps pur, le temps décanté, libéré d’événements, d’êtres et de choses, ne se signale qu’à certains moments de la nuit, quand vous le sentez avancer, avec l’unique souci de vous entraîner vers une catastrophe exemplaire.”

Tijd is geen lineair, kwantitatief gegeven zoals Cioran hier aan wil tonen. Wij ontmoeten haar op verschillende kwaliteitsniveau’s en de meest zuivere variant bij het aanzicht van de nakende dood. Dit doet me denken aan een citaat van Nietzsche dat Europa pas zal ontstaan bij de rand van de afgrond. In meer dagelijkse gebruiken wordt de ernst van de situatie pas duidelijk wanneer je bijna tegen de muur aanbotst. Bij het in slaap vallen tijdens het autorijden worden we brutaal wakker zodra we de ruwe witte strepen van de pechstrook voelen. Zo leven we vaak op automatische piloot, zonder te beseffen dat we ieder ogenblik in de afgrond kunnen vallen.

P.

Cioran, Emil, De l’inconvénient d’être né, in: Oeuvres, Paris: Gallimard, 1995, p. 1295.

Kosmokrator

And the days are not full enough
And the nights are not full enough
And life slips by like a field mouse

Not shaking the grass

~Ezra Pound

To see the world in a grain of sand
and Heaven in a wild flower.
Hold infinity in the palm of your hand,
and eternity in an hour.

William Blake

Op lukrake momenten bevraag je de essentie van het leven. Over wat van belang is. Of we iets waard zijn op een kosmische schaal. Verhullen we ons in een grootsprakig antropocentrisme, waar de mens het centrum, of zelfs het culminatiepunt van het Alleven is, of werpen we ons in het Niets door het bestaan als een loutere toevalligheid te beschouwen? De mens als een organisme dat ontstaat, bestaat en sterft, zonder enig verschil uit te maken? De Tijd is een onverschillige maalstroom, het marcheert verder door en sleurt ons allemaal mee. En iedere druppel Tijd vloeit door je handen, niet meer terug te halen. Voorgoed verloren. In de Yuishiki-doctrine van het Hossoboeddhisme is er een continue flux van bewustzijn, dat de werkelijkheid enkel nu bestaat. Niet daarnet, niet zo meteen, maar op dit eigenste moment is de wereld jouw creatie. Heb je een manier gevonden om je handen te sluiten? Om de Tijd, al is het maar even, meester te zijn? Wanneer heb je voor het laatst een werkelijk roerloze stilte ervaren, waar de levensharmonie weerklinkt? Heb jij de Kosmos al eens gedwongen zich te openbaren?

(Het gonst …)

P.

Tijddronken

As he grew older, awareness of the self became awareness of time. He gradually came to make out the sound of the white ants. Moment by moment, second by second, with what a shallow awareness men slipped through time that would not return! Only with age did one know that there was a richness, an intoxication even, in each drop. The drops of beautiful time, like the drops of a rich, rare wine. And time dripped away like blood. Old men dried up and died. In payment for having neglected to stop time at the glorious moment when the rich blood, unbeknownst to the owner himself, was bringing rich drunkenness.

MISHIMA, Yukio, The decay of the angel, Vintage Books, London, 2001, 105.

“Hoezo? Niet vrij?”

“Vertel natuurlijk niemand dat ze niet vrij zijn, want dan gaan ze heel druk bezig zijn met moorden en verminken om te bewijzen dat ze het wel zijn. O ja, ze gaan tegen je praten en praten en praten over individuele vrijheid. Maar wanneer ze een vrij individu zien, krijgen ze de schrik te pakken”.

Jack Nicholson in Easy Rider (1969)

Niets doet mensen meer op hun stokpaard krijgen dan zeggen dat ze niet vrij zijn. Natuurlijk, in eerste opzicht klinkt het waanzinnig om dat te zeggen. Enkel een dwaas doet dat, niet? Waarom dan die kanttekening? Dankzij zelfkritiek (i.e. het in vraag stellen van alles wat gangbaar is) worden vanzelfsprekendheden gedwongen zichzelf te openbaren. Zo worden mechanismen ontmaskerd die anders achter een sluier verborgen zijn. Sommige beschavingsdenkers hebben geopperd dat de moderne mens in zijn vooruitgangsdenken zichzelf meer en meer onmachtig heeft gemaakt. Vrijheid kent twee gezichten. Je hebt de systeemvrijheid die voor iedere mens wordt gewaarborgd, doch altijd onderhevig aan de grillen van de Tijd. Daarnaast heb je de existentiële vrijheid dat zich op een heel ander niveau bevindt, maar stilaan uitdooft.

Dit vraagt om verduidelijking. Wat de systeemvrijheid kenmerkt is de afhankelijkheid van het maatschappijsysteem waarin een persoon geworpen (i.e. Martin Heideggers’ Geworfenheit) wordt. Zo heb je op deze wereld staatloze maatschappijen waarin extremistische stammen hun willekeurig geweld laten botvieren, maar ook gebetonneerde democratieën waar je pas politicus lijkt te worden na een verregaande lobotomie. Het spreekt voor zich dat een individu meer “mag” in de ene situatie dan in de andere. Dit wordt bepaald in de grondwet.

Dit is echter een erg arbitraire vorm van vrijheid, want onderhevig aan de maalstroom van de Tijd. Tenzij je migreert, heb je een gegeven set aan mogelijkheden, die in je levensloop kunnen veranderen. Vooral dat gegevene is belangrijk, want dit is het meest essentiële verschil met de existentiële vrijheid. Vrijheid moet verworven worden: om vrij te worden, moet je het in eerste plaats zijn (!). Dat is dus een opdracht, voor wie het niet verstaan heeft. De cultivatie van de ziel is de hoofdplicht van iedereen, stelde Plato. Je mag hem saai vinden, maar hij heeft wel een punt. En punten, beste lezer, zijn nooit saai.

Omdat de systeemvrijheid zo afhankelijk is van een maatschappijsysteem, is het van groot belang je eigen positie te handhaven in de maatschappij. Ons vreedzaam bestaan is illusoir omdat de werkelijkheid wordt gebannen uit ons dagelijkse leven. De TV en de computer vormen samen met de media het enge raampje op de wereld, waardoor we de werkelijkheid vanuit een sfeer ervaren (cf. Peter Sloterdijk). Hoewel de realiteit soms onze sfeer binnendringt, zoals op 9/11, sluit deze zich vrij snel opnieuw. Daarom heeft ons bestaan veel weg van de film The Truman Show: we proberen allemaal de idylle na te streven en omdat we onze sociale status verhogen door luxeartikelen voelen we ons vrij. Laat mij het nog eens herhalen op een andere manier: door onze consumptiedrang verhogen we de illusie dat we vrij zijn. Daarom stel ik dat de vrijheid in onze huidige maatschappij peanuts is. Een passieve vrijheid op een bedje van apathie, myopie en inertie.

Existentiële vrijheid gaat om levensbeheersing. Het is een concept dat moeilijk uit te leggen valt, maar wellicht illustreert de confrontatie van Odysseus en de Sirenen dit het beste. Toen Odysseus en zijn bemanning huiswaarts voerden kreeg hij van de tovenares Circe de raad om bijenwas in hun oren te doen, waardoor ze de aanlokkelijke, maar dodelijke lokzang van de Sirenen konden weerstaan. Menig schipper liep op de vervaarlijke klippen zijn ondergang tegemoet omdat hij niet kon weerstaan aan de Sirenen. Odysseus doet geen bijenwas in de oren maar draagt aan zijn mannen op hem vast te binden, zodat hij de dramatische Sirenenzang kon aanhoren. Daar toont hij een knap staaltje van levensbeheersing: het Immense aanhoren zonder zichzelf erdoor te laten meesleuren. Grenservaringen zijn misschien de meest existentieel vrije momenten die je als mens kan meemaken: op dat sublieme moment wordt het Zelf en zelfs de aard van de kosmos gedwongen zich te openbaren.

Toch gaat existentiële vrijheid om veel meer dan het opzoeken van grenservaringen. Volgens mij is het zelfs perfect mogelijk om vanuit een degelijke (!) inbedding existentieel vrij te zijn. Daardoor hoef je niet noodzakelijk een volgzaam schaap te zijn. Bekijk nu bijvoorbeeld eens Ernest Van der Hallen, een Lierse letterkundige die vanuit zijn katholieke inbedding een heel eigenzinnige aard had en zich niet wilde conformeren aan de krachten van zijn tijd. Wat de ‘Nest’ kenmerkte is iets wat vele andere pelgrimgestalten – voor, tijdens en na zijn tijd – met hem deelden: een tegenstroom in een uit haar lood geslagen Tijd. Je zou iemand als hem een “chronokraat” kunnen noemen: iemand die de maalstroom van de Tijd wist te beheersen; iemand die de Tijger kan bereiden. Net als de mens is Tijd iets wat overkomen kan worden.

Toch vraag ik het me af: zou er een voorwaarde zijn om te bestaan? Maar dan werkelijk bestaan, waarvoor een tweede geboorte moet plaatsvinden? Zelf voel ik me het meeste leven bij grenservaringen, waarbij het “gewone” burgerlijke leven eerder lijkt op een niet-leven. Het zijn die ervaringen die me doen twijfelen over de menselijke vrijheid, waaruit dan bovenstaande hersenriedels ontstaan die een poging zijn om mijn positie te markeren in het wereldveld. En jij? Beheers jij de Tijd? Beheers jij jezelf? Ben jij jezelf?

P. 

“Absolute vrijheid in de Tijdsmuur”

“Het eigenlijke probleem is veeleer dat een grote meerderheid de vrijheid niet wil, dat deze er zelfs angstig voor is. Vrij moet men zijn om het te worden omdat vrijheid existentie is – voor alles de bewuste overeenstemming met de existentie en deze met een noodlottig ervaren lust te realiseren. Dan is de mens vrij en de met dwang- en dwangmiddelgevulde wereld moet alleen daarvoor dienen om de vrijheid in haar volle glans zichtbaar te maken, zoals de grote massa van het oergesteente door haar druk kristallen voortbrengt.

De nieuwe vrijheid is het oude, is absolute vrijheid in de Tijdsmuur; om deze, ondanks alle listen van de tijdsgeest, naar haar triomf te voeren: dat is de zin van de historische wereld.”

JÜNGER, Ernst, Der Waldgang, Vittorio Klostermann, Frankfurt Am Main, 1962, 126.

Over de innerlijke tijdservaring

“Het wonder van Prousts A la recherche du temps perdu is te danken aan die richtingwijzer naar het eigen innerlijk, waar het leven zich uiterst geheimzinnig en prikkelend voor de fantasie openbaart in de innerlijke ervaring van de tijd. Het verstand, dat naar buiten is gericht, construeert de fysische tijd, de meetbare en gelijkvormige tijd (‘tempus quod aequaliter fluit‘, Newton). De innerlijke ervaring, de intuïtie dus, kent een andere tijd. Dat is de duur (durée). ‘Het leven duurt’ wil zeggen dat ons leven bestaat uit een continue stroom, met verschillende ritmen, verdichtingen, stremmingen, draaikolken”.

SAFRANSKI, Rüdiger, Heidegger en zijn tijd, Olympus, Amsterdam, 2006, 76.

XXV

Peder Severin Kroyger (Zomeravond op het strand van Skagen)

Kijk, uiteindelijk is het maar een getal hoor. De leeftijd verglijdt geruisloos doorheen het jaar naar de volgende etape. Dan wordt er veel gekonkelfoesd over de getalsverandering, waarna het leeftijdsgetal weer een jaar lang roerloos blijft. En het is net tijdens die periode van roerloosheid dat er zoveel verandert, heel subtiel, zonder al te veel boe of ba van de omgeving. En toch stemt die jaarlijkse verandering tot zwaarmoedigheid. Je kan er niets aan doen.

Terugblikkend naar het verleden, lijk je als kind over magische gaven te beschikken. De zomers duren veel langer, de temperatuur ligt veel hoger en de onweders zijn brutaler dan ze in de werkelijkheid waren. Dat gevoel van mythische overdrijving lijkt op latere leeftijd weg te zijn, de tijd gaat almaar sneller en je bent alles sneller gewoon. Je veronachtzaamd die bijzondere gave om als kind de tijd op een magische manier te beleven en zelfs tot op een zekere mate te besturen. Je verliest de mythe.

En toch doet een avondlijke zomerfietstocht een mens out of the blue terugbelanden in de ongeschonden jaren van zijn jeugd. Terug naar de warme boezem van de mythe. De prikkelende geur van warme straatstenen, de allesomvattende schoonheid van een zonsondergang en het geluid van een passerende ijsventer maakt de ouder geworden nostalgicus bijzonder blij. Aangekomen op de plaats waar hij wil zijn, onder vrienden op een terras waar hij de eerste Duvel van de avond bestelt, zet hij zich neer en vraagt hij zich af hoe het plots komt dat momenten als deze eeuwig lijken te duren. En schrijlings weergalmt het in de stoffige uithoeken van zijn kranige schedel: “Ach, dat ik dit wonder moge meemaken!”.

P.